Plus

Frans van Gelderen over zijn tijd als infiltrant in de onderwereld

Frans van Gelderen werkte een leven lang bij de Amsterdamse politie. Vlak voor zijn overlijden vertelde hij over de spannendste periode uit zijn loopbaan. Onder de naam Max de Vries werkte hij jarenlang als infiltrant.

Frans van Gelderen: 'Mijn makke was dat ik sommige criminelen écht aardig vond.' Beeld Jitske Schols

"De opleiding duurde drie weken. Langer was het niet. Maar het was wel een intensieve opleiding. Overdag ­kregen we lessen over verdovende middelen en infiltratietechnieken, 's avonds werden we Amsterdam in gestuurd met opdrachten."

"Moest je als bedelaar geld en een maaltijd bij elkaar zien te scharrelen. Ik deed het met veel plezier. Ik at uit prullenbakken en nam voor lief dat ik werd weggejaagd door collega's met wie ik had samengewerkt, maar die me niet meer herkenden."

"Of ik moest een homokroeg in om informatie los te peuteren bij een kerel die aan de bar stond: hoe zijn ouders heetten, of hij een relatie had en of hij groot of klein ­geschapen was. Ik was getrouwd en had kinderen, maar speelde dat ik net uit de kast was. Ook heb ik eens gespeeld dat ik doofstom was, om in een snackbar aan hasj te ­komen. Het lukte me allemaal."

"Een van mijn allereerste echte klussen was achterhalen wie xtc-pillen verkocht in de Roxy; geweldig. Er zat daar een grote kerel die dealde en hulp kreeg van een prachtig meisje in hotpants en op rolschaatsen. Zij bracht de pillen naar klanten op de dansvloer. Met die kerel had ik al snel iets om over te praten."

Frans van Gelderen als Max de Vries: 'Ik liet mijn haar en baard groeien en ging meer schuttingtaal gebruiken.' Beeld Jitske Schols

"Ik had veel te maken met drugs, maar mocht het zelf niet ­gebruiken. Als criminelen me coke aanboden, deed ik ­alsof. Ik verstopte het spul onder mijn nagel. Met prostituees ging het net zo: ik ging mee naar het bordeel, maar had geen seks. Drinken mocht wel, maar niet te veel."

Dikke BMW
"Ik werd aangestuurd door de criminele inlichtingendienst, die informatie kreeg uit het criminele circuit. Vaak van criminelen die de concurrent wilden ­benadelen, of criminelen op zoek naar strafvermindering. Via die ­types werd ik geïntroduceerd bij andere criminelen. Ik moest informatie verzamelen of een deal maken, zodat criminelen gepakt konden worden."

"Wat het werk moeilijk maakte, was dat uitlokking ­volgens de wet verboden is. Ik mocht alleen ingaan op de criminele intenties van de ander. Iemand uitlokken tot een deal leidt tot problemen in de juridische bewijslast."

"Ik onderging een metamorfose. Ik liet mijn haar en baard groeien, kreeg een dikke BMW en dure sieraden en ging meer schuttingtaal gebruiken. Ook kreeg ik een nieuwe naam en identiteitskaart: Max de Vries."

"Het is ongelooflijk wat een andere verschijning doet in de omgang met anderen. Je krijgt een heel andere interactie. Ik herinner me dat ik met mijn gezin bij een stoplicht stond. Het was warm, de raampjes stonden open. Er stopte een grote Amerikaanse slee naast ons. Daar zaten woonwagenbewoners in, kampers. Ze begonnen meteen ­amicaal te babbelen. Die dachten: hij is een van ons."

"Je kunt zelf ook echt iemand anders worden; ik speelde zo lang een crimineel dat ik er bijna een werd. Ik wist heel goed waar de lijn lag, maar het verschil tussen mij en die andere wereld werd steeds kleiner."

"Uiteindelijk ben ik niet gek genoeg op geld en status, maar de grens is dun. Vanuit mijn rol heb ik mensen met de dood bedreigd. Dat ging vanzelf, ook al houd ik niet van geweld. Je groeit erin mee. Ik deed wat iedereen in die wereld doet."

Stockholmsyndroom
"Ik heb nooit als toneelspeler op de planken gestaan. Wel ben ik altijd een handelaar geweest. Dat leerde ik van mijn vader, die langs de deuren ging met levensmiddelen. Hij probeerde klanten meer te verkopen dan ze van plan ­waren. Dan moet je je naar de ander schikken, aftasten wat iemand wil en daar je voordeel uit halen."

"Dat doe je als ­infiltrant ook. Ik was veel in cafés waar criminelen ­kwamen. Bij de Stadioncorner op de Amstelveenseweg zat ik hele dagen triktrak te spelen. Soms verloor ik tienduizend gulden. Mijn maandsalaris was 1850 gulden. Raar."

Op verzoek van Frans van Gelderen is zijn verhaal pas na zijn overlijden gepubliceerd. Beeld Jitske Schols

"Mijn makke was dat ik sommige criminelen écht aardig vond. Noem het een Stockholmsyndroom: je ontwikkelt positieve gevoelens voor mensen die je gegijzeld houden. Wat criminelen doen, mag niet, maar het zijn niet allemaal slechte mensen. Echt niet."

"Ik heb eens een Belgische ­crimineel erbij gelapt, Jean. Dat was een goudhandelaar uit de buurt van Brussel met wie ik een deal sloot voor duizend kilo benzylmethylketon, een grondstof voor xtc en amfetamine. Ik mocht hem graag."

"Hij was beleefd, geïnteresseerd en vriendelijk, hij had zo een echte vriend van me kunnen zijn. Bij onze ­arrestatie werden we tegen de grond gewerkt, met een zak over onze kop. Hij riep nog: 'Houd je mond Max, niets zeggen.' In de tenlastelegging las hij mijn naam terug."

"Daarna voelde ik me vies. Jean pleegde een misdrijf, maar hij was naar mijn oordeel geen slecht mens. Ik hield me nooit bezig met de strafmaat van de gasten die door mij de gevangenis in moesten, maar bij Jean heb ik het opgezocht. Vijf jaar. Tja."

"Ik heb een paar grote misdaden opgelost. Zo heb ik de buit ­teruggebracht van een roofoverval op een partij cheques en bankpassen. In Amsterdam heb ik schilderijen van ­Andy Warhol teruggevonden die in München waren ­gestolen."

"Om infiltrant te kunnen zijn, moet je geen rijke fantasie hebben. Als je snel spoken ziet, maak je jezelf hartstikke gek. Ik heb mensen om die reden zien uitvallen."

"Eén keer dacht ik dat ik er was geweest. Dat was in ­Thailand. Ik deed me voor als een Nederlandse steward die heroïne wilde kopen van Chinezen. Ik had een klein heroïnetransport georganiseerd, zodat ik kon aantonen dat ik ook grotere partijen aankon."

"De Nederlandse diensten wisten ervan, maar vanwege slecht weer landde het vliegtuig op Zaventem. België wilde niet meewerken. ­Grote paniek. Ik werd 's nachts uit mijn hotel in Bangkok ontvoerd. Ik was doodsbang dat het de Chinezen waren, maar het bleek de Thaise politie. Dat verschil zag ik in het donker niet."

Safehouses
"Ik heb mijn toenmalige vrouw niet gevraagd wat zij ervan vond dat ik infiltrant werd. Ik wilde het zelf, dus ik heb het gewoon gedaan. Het heeft ons huwelijk geen goed gedaan."

"We hadden drie kleine kinderen, maar ik was weinig thuis. Ik sliep vaak in safehouses. Soms verbleef ik lang in het buitenland. Ons huwelijk is gestrand, maar met een normale baan was dat ook gebeurd. We hadden te weinig ­gemeen."

"Ik heb mijn vrouw tekortgedaan, soms. Dan was ik grofgebekt omdat ik mijn rol niet kon loslaten. Of ik kwam thuis uit een criminele kroeg, met een slok op. Het werk trok me, ik vond het spannend. Het is toch fantastisch om te zien hoe criminelen echt leven? Je zit bij de politie altijd achter die mannen aan. Je ontwikkelt ideeën over hoe ze zijn. Ik wilde die wereld in het echt zien."

"Criminelen zijn gewone mensen, soms lief en aardig, maar wel met nare, meedogenloze kanten. Toch had ik het voor geen goud willen missen. Het was een geweldig avontuur."

"Wat me is bijgebleven, is het amateurisme. Zowel bij de ­politie als bij de criminelen. Het is geen gesmeerde ­machine, het is houtje-touwtje. Veel hangt van toevalligheden aan elkaar. Misschien is dat nu anders, maar in die tijd mislukte er aan beide kanten net zo veel als er goed ging."

"Mijn werk als infiltrant is gestopt vanwege de IRT-affaire (de ophef die ontstond naar aanleiding van de controversiële opsporingsmethoden van het ­Interregionaal Recherche Team in Noord-Holland, red.). Even was er sprake van dat ik moest verschijnen voor de ­Commissie-Van Traa, die de onderzoeksmethoden tegen het licht hield. Maar ­uiteindelijk ben ik daar nooit ­geweest."

Frans van Gelderen met voormalig hoofdcommissaris Bernard Welten Beeld .

Politieloopbaan

Frans van Gelderen (1957-2018) werkte 41 jaar bij de Amsterdamse ­politie, maar voelde zich nooit een echte diender. Daarvoor miste hij de blauwe starheid. Voor hem was het een keuze tussen het leger of de ­politie; Van Gelderen had een hekel aan militarisme, dus ontweek hij de dienstplicht en werd hij agent. Noem het een vlucht naar voren.

Die wat ongewone motivatie om lid te worden van het Amsterdamse politiekorps loopt als een rode draad door zijn loopbaan. Hij keek ook weleens opzij. Zo verkreeg hij het niet altijd over zijn hart om een fabrieksarbeider met kapot achterlicht een ­bekeuring te geven na een dag hard werken.

De portefeuille 'verwarde ­personen' paste goed bij hem. Hij vond dat ­psychiatrische patiënten het niet ­verdienen om geboeid en met loeiende sirenes te worden ­afgevoerd, maar beter af zijn in een zogenaamde psycholance. ­Kenmerkend was dat hij al jaren geen dienstwapen meer droeg.

Binnen de politie heeft de in Purmerend geboren Van Gelderen tal van functies bekleed. Hij was onder meer infiltrant in criminele organisaties, werkte bij de ­recherche en was betrokken bij succesvolle onderzoeken naar ­serieverkrachters rondom de Gaasperplas en de Nachtwachtlaan.

Tijdens zijn loopbaan zag Van ­Gelderen het korps sterk van ­samenstelling ­wijzigen. Tot zijn ­tevredenheid werden steeds meer Surinamers, Turken en Marokkanen collega's. Wel vond hij dat capaciteiten zwaarder moesten wegen dan afkomst; iets wat hij niet ­altijd meende terug te zien.

In maart van dit jaar ging Van ­Gelderen naar het ziekenhuis. ­Galstenen, dacht hij. Het bleek ­uitgezaaide alvleesklierkanker. Van Gelderen (61) had grote moeite zich te schikken in zijn vroege dood.

In de laatste levensfase wilde hij zijn verhaal doen over de ­periode dat hij ­infiltrant was. Op zijn verzoek is het verhaal na zijn dood ­gepubliceerd. Zijn zoon was soms ­aanwezig bij de ­gesprekken.

Vorige week dinsdag overleed Frans van Gelderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.