Plus Generatie 020

Frank Mansro (69) wilde 8 maanden blijven, maar het werd een leven lang

Elke generatie ervaart de veranderende stad op haar manier. Frank Mansro (69) kwam 42 jaar geleden naar Nederland en parkeerde zijn auto jarenlang voor de deur in De Pijp.

Frank Mansro zag De Pijp veranderen van volkswijk in hip kwartier. Hij bleef zich er thuis voelen Beeld Sanne Zurné

Frank Mansro was 28 jaar toen hij op 1 juli 1975 met het vliegtuig uit Suriname op Schiphol aankwam. "Het plan was acht maanden te blijven. Ik had tien jaar als ambtenaar gewerkt en had recht op een gratis passage naar Nederland plus acht maanden betaald verlof. Het was mijn eerste kennismaking met Nederland. Het was hartje zomer, maar ik had het koud. De volgende dag was ik verkouden. Ik dacht: waar ben ik aan begonnen? Maar het is gelukt om aan het klimaat te wennen."

Die acht maanden werden een leven lang. Mansro, bijna zeventig nu, keerde nog één keer terug naar Suriname, toen zijn moeder ernstig ziek werd.

"Ik herkende het land bijna niet meer terug, zo veel was er veranderd. Ik was vooral teleurgesteld in het uitgaansleven. Ik had goede herinneringen aan de tientallen bars en cafés in Paramaribo, maar die waren zo'n beetje allemaal verdwenen. Ik ben zelf natuurlijk ook veranderd. Ik heb mijn vrienden in Amsterdam. Mijn leven is nu hier. Ik ben geworteld."

Mansro heeft tegenwoordig een café in de Eerste Sweelinckstraat, maar hij begon indertijd met weinig.

"Ik woonde op een kamer aan de Kalfjeslaan. Mijn huisbaas was een masseur van wielrenners, die kwamen daar voortdurend over de vloer. Via een uitzendbureau vond ik een baan: kratten wassen in het distributiecentrum van Albert Heijn in Zaandam. Later ben ik bij Fokker gaan werken. Na het werk ging ik naar de avondmavo, en na het behalen van dat diploma ben ik de sociale academie gaan doen. Ik ben altijd goed geweest met andere mensen."

Iets meer praten
De Surinaamse gemeenschap in Amsterdam beschikte in de jaren zeventig over een netwerk van voorzieningen in de stad. Daar werd hoofdzakelijk gefeest en gedanst, herinnert Mansro zich.

"Dat gebeurde aanvankelijk alleen in het weekeinde, maar al snel kwamen daar de maandag en de donderdag bij. We vonden het fijn om bij elkaar te zijn en te dansen op Surinaamse kaseko en Amerikaanse soulmuziek. Achteraf denk ik: we hadden misschien iets minder moeten feesten en iets meer moeten praten met elkaar over onze plek in Nederland. Al die voorzieningen zijn nu verdwenen."

Hoewel in de jaren zeventig flink werd gemopperd over de grote stroom Surinamers die voor en na de onafhankelijkheid van 1975 op het vliegtuig naar Nederland stapten, zegt Mansro weinig te hebben gemerkt van discriminatie of racisme.

"Ik kreeg wel regelmatig de vraag: wat komen jullie hier doen? Soms werd die vraag gesteld uit nieuwsgierigheid, soms uit wrevel. Nederlanders waren ook slecht op de hoogte van de relatie tussen Nederland en Suriname. Die twee landen zijn met elkaar verbonden. In Suriname zitten ook heel veel Nederlanders."

70

Hoe ervaren Amsterdammers de veranderende stad? Tien stadsbewoners van verschillende generaties delen hun verhaal.

In 1990 nam Mansro met spaargeld het café over. "De eerste jaren gingen goed. Ik kwam in problemen toen de Surinamers de Albert Cuyp massaal verruilden voor de Dappermarkt. Ik ben toen gered door de mannen van de Marokkaanse vereniging aan de overkant van de straat. Zij zagen dat het slecht ging en kwamen koffie en frisdrank drinken. Ze zeiden: jij bent een goede man. Ik ben die mensen nog steeds dankbaar voor. Zij hebben mij op de been gehouden toen het moeilijk ging."

Ruimte voor de jongens
Toen de zaken weer beter gingen, ontfermde Mansro zich op zijn beurt over een paar Marokkaanse jongens uit de buurt. "Sommige klanten zien ze liever gaan dan komen. Ze kunnen ook behoorlijk lastig zijn. Ik moet veel met ze praten. Ik zeg dan dat ze rekening moeten houden met anderen. Jullie hebben al een slechte naam, zeg ik dan, waarom bezorgen jullie andere mensen dan toch overlast? Mijn strategie is: je moet de jongens wel een beetje ruimte geven. Als iedereen alleen maar nee zegt, zorgt dat ook voor frustratie."

In de afgelopen twintig jaar heeft Mansro De Pijp zien veranderen van volkswijk in een hip kwartier. "Je kunt het je nu niet meer voorstellen," zegt hij lachend, "maar ik kon mijn auto vroeger voor de deur parkeren. Er werd in de straat aan oude auto's gesleuteld. Er zaten heel veel Surinaamse cafés. Nu ben ik een van de laatste, tussen alle studentencafés en moderne koffietentjes."

De cafébaas heeft geen last van nostalgie of heimwee. "Ik krijg nu naast mijn vaste klanten ook toeristen over de vloer. Zij vinden mijn oude kroeg een schilderachtige plek."

Lees ook deel 1: Truus Langelaan-van Eeghen (108) wilde geen mevrouwtje uit Zuid worden

En deel 2: Mimi Verbrugge (93): 'Mensen bekommeren zich minder om elkaar'

En deel 3: Leny van Engelen (81) en Ank Meijer (80): 'Je went er aan dat fietsen worden gejat'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden