Plus

Florien Vaessen: 'Ik walste ook over zieke collega's heen'

Eén op de zeven werkende Nederlanders is emotioneel uitgeput. Florien Vaessen (50) was leidinggevende bij de ABN Amro. Van de een op de andere dag viel ze om. Ze schreef over haar burn-out het boek Op De Bank.

'Het is een optelsom van drie factoren: de lat steeds hoger, gebrek aan directe invloed op het resultaat plus een ongezonde, onveilige werkomgeving' Beeld Ernst Coppejans

'Wat is ziek?" is de vraag die Florien Vaessen zich stelt. "Wat is gezond?" Ze was gepokt en gemazeld leidinggevende bij ABN Amro en viel bijna vijf jaar geleden van de ene op de andere dag om. Burn-out.

Wat haar gisteren op het werk nog ogenschijnlijk moeiteloos afging, was de volgende dag een berg te hoog geworden. Wat haar overkwam was een optelsom van de drie factoren die tot burn-out kunnen leiden: de lat steeds hoger, gebrek aan directe invloed op het resultaat plus een ongezonde, onveilige werkomgeving.

Kanariepietjes
Ze was burnt-out, dus ziek. Dat is de norm in onze samenleving. Maar je kunt het ook omkeren, zegt ze. De mensen die een burn-out krijgen, de mensen die opraken en omvallen, misschien zijn dat juist wel de gezonde mensen die zo een waarschuwing afgeven voor een omgeving die ongezond is.

Zoals de kanariepietjes die vroeger mee de mijn in werden genomen. Kwam in de kolenmijnen brandbaar mijngas vrij of giftige koolmonoxide, dan gingen de pietjes van hun stokje; een waarschuwing voor de mijnwerkers om zich uit de voeten te maken. "Misschien zijn wij wel die kanariepietjes," zegt Florien Vaessen.

"Ik denk dat dat een essentieel deel van mijn verhaal is. Wat ik eigenlijk heel mooi zou vinden, is dat mensen die weer aan het werk zijn gegaan na een burn-out worden gezien als maatschappelijke ziektewinst: dat ze als deskundigen worden ingezet om anderen te helpen, om bedrijfsartsen te informeren en werksituaties gezonder te maken. Daar is iets te halen, in plaats van het glad te strijken. Maar nu is het: terug in het gelid."

Geen afrekening
Ze is niet, benadrukt ze, per se slachtoffer van de corporate werksfeer waar drukdrukdruk stoerstoerstoer is. Van te veel werk hóef je geen burn-out te krijgen - het is die optelsom die het 'm doet.

Dat ze nu haar boek Op De Bank publiceert, een verslag vanaf de aanloop naar haar ziekte tot haar herstel, is ook geen afrekening met de bank. Ze geeft geen bedrijfsgeheimen prijs, wil mensen niet te kakken zetten met de scènes van het bankwezen.

"Ik probeer te laten zien hoe individuen zich verhouden tot hun werkomgeving op zo'n apenrots. Het gaat niet om wie wat wanneer zei, ik beschrijf de types, universele types. De vermijder, de vechter, de ondernemer. Als het al op de hak nemen is, neem ik mezelf ook op de hak, want ik ben in verschillende fases ook bijna al die types ­geweest."

In uw boek spreekt u uw verwondering uit over het grote aantal mensen dat ziek of bijna ziek op de werkvloer loopt. Eén op de zeven werkende Nederlanders geeft aan zich emotioneel uitgeput te voelen. En ook de verwondering dat u het helemaal niet van uzelf in de gaten had.
"Dat omvallen gaat natuurlijk niet écht van de ene dag op de andere, het gaat heel geleidelijk. Je werkt met mensen samen, dingen die eigenlijk niet kloppen, sluipen erin, worden een soort mores: laat ik maar niet lastig doen, laat ik maar niet weer de zeikerd zijn. Het is moeilijk afstand te nemen als je zo betrokken bent, je zit er zo vol in dat je zelf niet meer ziet hoe het met je gaat."

"Als ik terugkijk, zie ik dat ik niet meer observeerde. Dat ik niet doorhad hoe ver ik van mezelf was afgedreven. Het is als dat spotje van een paar jaar geleden met die kikker in een pannetje water. Die kikker heeft niet in de gaten dat het water gaat koken en blijft lang zitten voor ie uiteindelijk springt. Het sluipt erin dat je je conformeert. Je past je om allerlei redenen aan. Om niet uit de toon te vallen, uit angst voor reorganisaties."

U wilt andere mensen helpen met uw boek, maar met de nadruk dat het geen zelfhulpboek is.
"Toen ik ziek werd, kon ik eigenlijk niks vinden van ervaringsdeskundigen. Wel van die zelfhulpboeken van 'hopseflops, in veertig dagen uit je burn-out'. Heb ik ook gelezen hoor, en ik zal er vast wel iets van meegekregen hebben. Maar dat soort boeken is geschreven door psychologen en therapeuten, niet door iemand die erin heeft gezeten."

"Het gaat niet alleen om ziek zijn, maar ook hoe je je verhoudt tot je werk. Hoe is het mogelijk dat één op de zeven mensen emotioneel uitgeput is? Dat is in elk geval heel erg. Daar zit een veel groter onderwerp in, maar het blijft klein omdat we als we ziek worden denken: hop, zo snel mogelijk weer in het gareel. Je wilt niet dat mensen van je denken: daar was iets mee. Die kon het niet aan, hè?"

"Ik zou dat willen omdraaien: als zo veel mensen dit meemaken, is er misschien wel iets fundamenteel verkeerd en is het een ­urgent probleem. Terwijl het onder de radar blijft. Want die mensen die nog wel doorwerken, die miljoen die niet allemaal thuis zitten, brengen minder mee aan boord. Die zitten in een robotstandje: je produceert wel, maar je bent niet bevlogen."

Florien is niet kapot te krijgen, was het oordeel over u op de bank. Florien gaat ­altijd door. Zit dat ook in uw persoonlijkheid, in hoe u bent opgegroeid?
"Ik kom uit een gezin met twee onderwijsouders. Tja, wat komt daaruit voort? Psychologie van de koude grond natuurlijk, maar wat ik wel heb meegekregen is: als je iets goed kunt, moet je het goed doen. Ik denk wel dat daar iets inzit."

"Maar dat ik een communicatieopleiding ben gaan doen, was niet een enorm bewuste keuze, zoals iemand die medicijnen gaat studeren of dierenarts wil worden of astronaut. Ik vond het gewoon leuke vakken, leuke mensen ook. Daarna ben ik gaan solliciteren."

Jeugdfoto Florien Vaessen Beeld -

"Ik wilde naar Amsterdam, daar ben ik geboren en dat is altijd een automatisme geweest. Dat ik bij de bank ­terechtkwam, is toch een soort toevalligheid geweest. Het voordeel van zo'n groot bedrijf is dat je veel verschillende dingen kunt doen. Geleidelijk rol je daarin en kom je in leidinggevende functies terecht."

Was u ambitieus? Streberig misschien?
"Ik heb wel altijd, bij elke nieuwe baan en elke nieuwe klus, gevoeld: daar ga je je tanden inzetten, je invreten, mensen leren kennen, stukken lezen, het je eigen maken. Het is niet zo dat het me niet uitmaakt: als ik iets doe, ga ik er met kop en kont in. Maar streberig?"

"Ik wil alles goed doen, ik zal me niet ergens vanaf maken. Maar ik hoef ook weer niet de allerbeste te zijn. Ik ben in mijn werk wel fanatiek, maar niet ten koste van alles. Ik vind het belangrijk om resultaat te halen, maar wel in een setting waarin iedereen zich goed voelt. Ik kan er wel met een ­gestrekt been ingaan als het moet, maar de manier waarop je tot een resultaat komt, doet er ook toe."

U beschrijf zichzelf als het Duracell­konijntje.
"Dat rotkonijntje dat altijd maar doordendert. Dat konijntje ging op een batterijtje, net zo lang tot het leeg was. Maar het is niet per se het leukste konijntje dat het langst doorgaat. Wie zit erop te wachten? Het heeft eigenlijk iets afgestompts."

Maar wat voor dingen moest u dan doen waardoor u zover van uzelf 'afdreef'?
"Die dingen móest ik niet doen, die gebeuren je. Ik beschrijf bijvoorbeeld hoe je week eruitziet als manager. Heel veel overleg, steeds meer procesmatige dingen, hoe alles in grote organisaties van elkaar afhankelijk is, hoe nergens één persoon van begin tot eind voor een klus verantwoordelijk is. Er zijn zo veel schakels, zo veel belangen. Je wordt opgeslokt. Zeven vergaderingen op een dag, een akkefietje en o, dan moet het jaarplan ook nog even ergens tussendoor."

"Ik zeg niet arme ik, wat heb ik een vreselijke dingen moeten doen. Daar was ik zelf bij. Het is me overkomen, ik héb het me laten overkomen. En het overkomt heel veel mensen. Ik wou dat ik een half jaar voor ik ziek werd mijn eigen boek gelezen had. Dan had ik misschien eerder gedacht: wat is dit een ongelooflijke klotebaan."

Maar u ervoer eerst schaamte. Schaamte dat u niet kon waar de rest mee doorging.
"Ja, je voelt je wel heel geëxposeerd. Maar geen schaamte van 'nou zit ik niks te doen'. Want ik kon echt helemaal niks. Maar als je ziek bent, ben je heel kwetsbaar als anderen daar iets van vinden."

"Als ze zeggen: 'Je moet gewoon gaan sporten joh, dat is goed voor je.' Mensen kunnen zo over je heen denderen, terwijl ze het niet slecht bedoelen. Je bent dan heel sensitief en hebt echt een mega-antenne voor wat goed voelt en niet goed."

Wat voor u gold, en vast ook voor veel ­anderen, is de angst voor statusverlies. Wie ziek wordt, kan het dus niet aan.
"Dat heeft bij mij best kort geduurd, gelukkig. Maar inderdaad, ik was blij dat ik ook de diagnose van Pfeiffer kreeg. Pfeiffer, een mooie troef voor managers die eigenlijk burn-out zijn. Dat geeft een soort luwte: zie, het is een virus. Het is minder erg om te zeggen."

"En dat had ik in het begin even nodig, het gaf me de legitimatie om in mijn bubbel te zitten zonder dat iemand vroeg: 'Burn-out? Waarvan dan?' Ik vond het ook wel flauw om die Pfeiffer erin te gooien, maar ik stond het ­mezelf toe. Zeker toen ik weer ging beginnen, dan voel je je al zo'n patatje."

"Ik kwam daar bij die hoge toren en was meteen al moe. Maar ik kwam terug op een andere plek, kreeg een project onder handen. En toen deed dat statusverlies me niet zo veel meer. Met anderen op een afdeling, in plaats van mijn eigen kamer. Ik vond het leuk. En ook interessant: dezelfde omgeving met andere ogen te zien. En ik kon het plaatsen. Bij bepaalde dingen merkte ik: oké, daar hoor ik niet meer bij. En vooral: oké, daar wíl ik niet meer bij horen."

Wat ik wel schrijnend vond, was dat u in gesprekken met ziektebegeleiders niet kon uitspreken wat u in de toekomst wilde. U kon alleen formuleren wat u níet meer wilde.
"Ja, vanuit die ziekte formuleer je eerst heel defensief. Ik moest weer leren dat de wereld voor je openligt, dat je kunt doen wat je wilt. Alleen was die bewustwording er toen nog niet, en de fysieke en psychische kracht."

U beschrijft ook het taboe dat op burn-out ligt. Wel heel geestig overigens, met de voice-over van een collega die u verwelkomt en van wie u de achterliggende gedachten weergeeft. 'Florien, Pfeiffer, ja ja overspannen geweest dus. Speciaal project, die is uitgerangeerd.' En u ontdekt dat u als manager ook zo over zieke ­medewerkers had gedacht.
"Je kunt eigenlijk pas iets van burn-out vinden als je zelf in die schoenen hebt gelopen, al is dat niet de juiste uitdrukking. Maar inderdaad, ik heb heel lang aan de andere kant van de tafel gezeten."

'Ik was ook niet een vreselijke baas, denk ik, maar als manager heb je een andere mindset' Beeld Ernst Coppejans

"Terugdenkend is dat wel gênant. Het is niet zo dat ik nu een enorm ander mens ben geworden, hoor, en dat ik toen een enorm kreng was. Ik was ook niet een vreselijke baas, denk ik, maar als manager heb je een andere mindset. Achteraf besef ik over zieke medewerkers: daar heb ik ook wel overheen gewalst."

U bent na 25 jaar weggegaan bij de bank.
"Ik ging niet meer voor de compromissen. Bij mijn laatste klus had ik een bijna zelfstandige rol. Maar dan intern. Ik voelde de zin en drang om naar échte autonomie toe te groeien."

Door uw boek loopt ook de rode draad van uw kledingkast. De maanden voor uw burn-out had u het koud en droeg alleen nog zwart en grijs, onopvallende kleren. U ontdekte dat u maar één spijkerbroek had, bracht een bulk aan zakelijke kleding weg en kocht een knalgeel rokje.
"Ha, ja, dat rokje. Dat heb ik niet vaak aan. Ja, ik ging die kleding sorteren en wegbrengen. Maar is het een rode draad? Dat had ik zelf niet in de gaten. Die warme, onopvallende kleren - ook weer psychologie van de koude grond - ik was me er toen niet van ­bewust, maar misschien was dat toen ook iets van 'ik ben er niet'."

U schrijft dat u nu uw 'eigenheid' hebt hervonden, uw 'Florienness'. In de voice-over waar we het eerder over hadden, laat u uw collega denken: 'Zo, die is zweverig geworden zeg.' Met alle respect: dit klinkt ook best zweverig.
"Ik denk dat veel mensen die eigenheid niet meer voelen of die uitgeschakeld hebben. Dat ze zich niet bewust zijn dat ze aan zichzelf voorbijgegaan zijn. Kijk, op het werk kun je nooit honderd procent jezelf zijn, dat hoeft ook niet. Maar die eigenheid moet je voelen, die moet je toe durven laten - je zit toch niet voor niks op die stoel?"

"Tja, zweverig. Hoe kan ik dat nou uitleggen op een manier dat mensen dat niet zo ervaren? Bedenk: een situatie op je werk waarbij alles klopt, het gevoel dat daarbij hoort. Wanneer heb je dat voor het laatst gevoeld? Wauw, wat een topplan! Wauw, wat een goed stuk! Alles klopt, alles loopt hoe het moet lopen en dat komt door jou."

"Ach, laat ze maar denken dat het zweverig is. Misschien ís het ook wel zweverig. Maar dat gevoel: totaal op je plek zijn in het werk. Dát is eigenheid. De eigenheid die ik ben kwijtgeraakt, maar die ik weer terug heb."

En dan concreet? Hoe voorkom je dat je terugvalt, hoe herken je de signalen?
"Ik heb natuurlijk mijn leven anders ingedeeld. Ik doe ander werk. Niet minder, eerder meer als je het schrijven van dit boek meetelt. Maar ik leef bewuster. Dat klinkt wel heel erg Becel en 'een tandje rustiger aan doen'."

"Dat is niet waar, maar ik observeer mezelf meer, ik hou de vinger aan de pols. Zelfstandig zijn en een boek schrijven is voor mij het toppunt van autonomie. En die autonomie, me onafhankelijk voelen, maakt dat ik gezond in mijn werk kan staan."

"Ik zeg niet dat iedereen zijn baan moet opzeggen en zelfstandig moet worden, gooi dat roer om. Het zou flauw zijn het alleen op grote beslissingen te gooien. Maar ik zeg wel: hou jezelf goed in de gaten. Als je morgen naar je werk gaat, in een vergadering zit, probeer dan eens te ervaren waar je staat. Is dit wat je wilt? Zorg in het dagelijkse dat je niet in de robotstand komt en neem af en toe ­afstand."

Op De Bank verschijnt 21 september.
Vaessen houdt een lezing voor The School of Life, 5 oktober, Lutherse Kerk, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden