PlusPS

Flamencozangeres Luna Zegers: 'Alles was weg, en daarmee mijn begrenzingen'

Op haar vijfentwintigste had ze al haar ouders en zus verloren. In het boek Solo, dat maandag verschijnt, doet flamencozangeres Luna Zegers (43) haar verhaal over verdriet, rouw en de troost van muziek. 'Het was alsof ik continu op drijfzand liep.'

Zangeres Luna Zegers: 'Flamenco, dat gebeurde totaal onverwacht, nadat ik alle tranen had gehuild die ik nog niet gehuild had.'Beeld -

Ze hadden genoeg aan elkaar. Natuurlijk, haar ouders hadden vrienden, zij en haar zus hun vriendinnetjes, ze waren verbonden met de dorpscultuur van het Brabantse Overloon waar ze opgroeide. Maar met z'n vieren vormden ze een eenheid.

Ze heeft thuis, in haar gangkast, de eindeloze trays met dia's die haar vader maakte. Huiselijke taferelen, zij en haar zusje Marieke in Franse velden, bloemetjes plukkend. Als ze terugdenkt aan die tijd, zo ongecompliceerd en gelukkig, heeft Luna Zegers het gevoel dat ze een val uit het paradijs heeft gemaakt.

Ze was tien toen er 'iets' niet meer klopte. Haar vader Theo, onderwijzer, altijd heel precies en coherent, de ­documentalist van de familie met zijn dia's en fotoboeken, liet ineens steken vallen; hij had evenwichtstoornissen, op weg naar huis van school de weg kwijt.

Het ging van kwaad tot erger en ze tastten volledig in het duister over wat er aan de hand was. Maar ze praatten er niet over. Alles werd met de mantel der liefde bedekt. Struisvogelpolitiek. Als je het niet benoemt, is het er niet.

Ziekteproces
Het bleek een zeldzame, genetisch overdraagbare en ­altijd dodelijke hersenziekte, het syndroom van Gerstmann-Sträussler-Scheinker (SSS). Patiënten gaan trillen, vertonen ongecoördineerde en onsamenhangende bewegingen en krijgen verschijnselen van dementie.

Binnen enkele jaren na de eerste symptomen overlijden ze. Haar vader in 1994. Maar ook haar zus Marieke bleek het gen te dragen, zij overleed twee jaar later na een ontluisterend ziekteproces. In 1999 verloor Zegers, door kanker, ook haar moeder, haar laatste strohalm.

Jaren op drift volgden, ­jaren van eenzaamheid, woede en het gevoel van een ­gapende wond in haar lijf. In het boek Solo richt Zegers een monumentje op voor dat gezin van toen en vertelt ze hoe ze na lang dolen in de flamenco een nieuw thuis én haar stem vond.

U hebt het boek samen met journalist Maartje den Breejen geschreven, u had een 'sparringpartner' nodig. Was het verhaal te overweldigend om alleen op te schrijven?
"Ik had altijd al geschreven: liedteksten, gedichten, korte verhalen, dagboeken - behalve in de periodes dat mijn ouders en mijn zus overleden. Blijkbaar was dat te groot, te moeilijk, te veelomvattend. Er gebeurde toen zo veel in mijn leven waarvoor ik geen woorden kon vinden."

"Pas vanaf 2002, toen ik hulp ben gaan zoeken, ben ik op uitnodiging van mijn rouwverwerkingstherapeute weer dagboeken gaan schrijven - wat ontwennig, maar ze werden heel snel mijn steun en toeverlaat. Ik heb er voor Solo heel erg uit geput."

Het was interessant en pijnlijk te lezen hoe ik soms zo kwaad was, zo gefrustreerd en verdrietig. Hoe ik met grote hanenpoten over de pagina kraste dat alles zo klote was. Maar ik had nog nooit een boek geschreven en wilde dat heel goed doen."

"Het voelde voor mij alsof ik maar één kans had dit verhaal te vertellen, en bij zo'n ­beladen onderwerp als mijn familiegeschiedenis zat mijn drang naar perfectie en volledigheid me in de weg. ­Maartje heeft me heel goed door het hele traject begeleid en vond een goede balans tussen doorvragen of juist even laten. Ze hielp me mijn verhaal meer op afstand te ­beschouwen."

U kwam in 2015 in het nieuws met een succes. Nadat u het conservatorium van Amsterdam cum laude had ­afgerond als jazz-zangeres, studeerde u als eerste niet-Spaanse af in flamencozang aan het prestigieuze ­conservatorium ESMUC in Barcelona. Waarom nu dit persoonlijke verhaal?
"Mijn cd Entre dos Mundos die in januari verscheen, was al een zeer gecomprimeerde vorm van mijn verhaal. Maar heel poëtisch; de liedteksten laten nog veel te raden over en het grootste deel van het Nederlandse publiek verstaat ze niet. Ik heb gedroomd dat ik deze lange versie ging opschrijven."

"Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik voor vier moest leven, vooral voor mijn zus. Ze was een jaar ouder, maar ik bewoog me veel gemakkelijker in de wereld. Ik stond altijd vooraan met mijn neusje omhoog, en zij ­erachter. Ze had net die periode van verlegenheid achter zich gelaten, was geschiedenis gaan studeren in Nijmegen en begon op te bloeien."

"Ze stond zo aan het begin. En toen ze 21 was, is ze heel snel, heel onmenselijk en mensonwaardig afgebroken. Dus al is het maar om háár te laten zien. Ik was het mijn ouders en zus misschien verschuldigd, ik wilde ze zo graag iets geven."

En zo stond u voor die gangkast vol dia's, fotoboeken, dagboeken, brieven en cassettebandjes, waarvan u de deur zo lang gesloten had.
"Dat was confronterend. Pittig. Ik had het daar veilig ­opgeborgen en wist: dit is Pandora's box. Als je de doos opendoet, kunnen er allerlei winden gaan waaien."

Het is schrijnend te lezen hoe jullie als gezin, toen uw ­vader vreemd begon te doen, lang de schijn ophielden.
"Het was geen gespreksonderwerp. We waren als krachtpatsers bezig dat gezin draaiende te houden. Mijn moeder was de onzichtbare kracht, ze heeft zo veel van mijn vader gehouden, hem gesteund door dik en dun. Dat vind ik een mooi, warm beeld, het zegt veel over ons gezin, over de ­relatie van mijn ouders."

"Die diepe band tussen hen, die bijna onvoorwaardelijke liefde is een van de fijne dingen die ik heb meegekregen. Een zegening, en dan durf ik dat nu pas zo te voelen."

Het boek gaat ook over uw eigen moeizame relaties. Vindt u het niet eng u zo bloot te geven?
"Dat moest voor het verhaal. Het gaat, naast de langere ­relaties die ik heb gehad, over een periode waarin ik ­losgeslagen was, zo op zoek naar aandacht. Ik wilde ­gehoord, gezien worden. Toen ik na de dood van mijn moeder voor niemand meer hoefde te zorgen, wist ik niet eens meer wie ik was. Die vluchtige contacten met mannen heb ik heel bewust opgezocht; ik moest die remmen losgooien, de ketenen moesten los."

Zingen had een helende werking, beschrijft u. Hoe kwam u terecht bij de flamenco?
"Hoe meer ik zing, hoe beter ik me voel, hoe meer de ­wereld om me heen klopt en hoe meer ik de wereld ­begrijp. Ik kan niet eens uitleggen hoe groot het is. Het geeft me het gevoel dat ik verbonden ben met dingen ­groter dan ikzelf. Het is allesomvattend voor mij."

"En ­flamenco, dat gebeurde totaal onverwacht in 2006. Ik was in ­India, die reis was een bekroning van de therapieperiode die ik na anderhalf jaar dagbehandeling had afgerond. Ik was teruggegaan naar de bodem van de put en had alle tranen gehuild die ik nog niet had gehuild."

"Het was het moment dat ik weer begon op te bouwen, ik had nog nooit zo voor dingen opengestaan als toen. En toen was daar ineens Camarón. Iemand had een elpee opgezet van ­flamencozanger Camarón de la Isla - en alle pijn, woede, frustratie, angst en tranen van de jaren ervoor leken ­samengebald in die stem."

U ging in 2010 naar Barcelona en koos voor een nieuw ­leven als ­flamencozangeres, als een slang die zijn huid afschudt. Lonneke werd Luna. Waarom een nieuwe naam?
"Mijn naam had ik al eerder veranderd. Lonneke, die zachte Vlaamse naam, een verkleinwoord, was het kleine meisje uit dat Brabantse dorp dat onbevangen in het ­leven stond. Luna vond ik een hoopvolle naam, zo'n ­sterke klank. De maan, het licht dat alleen in het donker schijnt - dat sprak me heel erg aan."

"Ik heb lang die duisternis dicht bij me gehad. Maar nu mag Lonneke er ook af en toe weer een beetje bij. Ze hoeft niet helemaal weg. Het is eigenlijk luxe dat ik Luna en Lonneke in me verenig."

Hebt u het gevoel dat u nu ook uw survivor guilt kunt ­afschudden?
"Misschien kan ik mezelf voor het eerst in mijn volwassen leven rust geven in dit onderwerp. Ja, ik heb mijn schuld ingelost. Het gemis is door de jaren heen milder geworden, het zijn niet meer van die gigantische steken. Dat ­alleen overblijven was zo koud en kil. De getuigen van mijn eerdere leven waren weg, dat fijne gezin."

"Alles was weg en daarmee ook mijn begrenzingen. Het was alsof ik continu op drijfzand liep. Maar ik kan mijn ouders en zus niet meer de hele tijd op mijn schouders hebben zitten. Het is ook ballast. Hoe lief ze me ook zijn, ik moet nu mijn eigen leven leven."

Luna Zegers: Solo - mijn verhaal over verdriet en rouw, en de troost van muziek, €20, Uitgeverij Ambo|Anthos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden