Plus

Filmen bij een ongeluk: wel of niet doen?

Omstanders van vechtpartijen, automobilisten die een ongeluk zien, steeds vaker pakken ze de telefoon om te filmen. Wat maakt het vastleggen van gevaarlijke situaties zo onweerstaanbaar?

Beeld Getty Images

Drie auto's botsen een week geleden op elkaar op de A58. Al gauw staan bijna vijfduizend ­auto's in een file van zes kilometer. Agenten, ambulancepersoneel en de brandweer snellen toe om levens te redden. En zeker 28 automobilisten pakken hun telefoon om het ongeval vast te leggen.

Sommigen stappen zelfs uit om beeldmateriaal van het dodelijke ongeluk te verzamelen en één persoon loopt de hulpdiensten voor de voeten om een reanimatie te ­filmen. Wat bezielt deze mensen?

In de media wordt het gedrag van de omstanders genadeloos afgekeurd en de politie schrijft 25 boetes uit voor smartphonegebruik achter het stuur. Maar eigenlijk is het heel logisch ­gedrag dat deze mensen vertonen, zegt David Bos, ­socioloog en docent sociologie aan de ­Universiteit van Amsterdam. "We worden aangetrokken door alles wat spectaculair of ongewoon is. Dat is heel natuurlijk."

Het is alleen de ­manier waarop mensen in dergelijke situaties handelen, die door de jaren heen is veranderd. Volgens Paul van Lange, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is het voor veel mensen een reflex geworden om hun telefoon te pakken als ze in paniek raken. "Het lijkt een manier om met spanning en bijzondere situaties om te gaan."

Spijt
In de psychologie wordt al jaren gebruik ­gemaakt van de piramide van de Amerikaanse wetenschapper Maslow. Daarin worden de vijf basisbehoeften van de mens uiteengezet.

De ­basis wordt gevormd door fysiologische ­behoeften (eten, ademen, drinken, slapen) en daarna volgt zekerheid (veiligheid, orde, ­gezondheid en bescherming). Van Lange: "Ons brein is ­gemaakt om te vechten of te vluchten bij onveilige situaties, dat is menseigen. Tegelijkertijd zijn we adaptieve wezens, we passen ons gedrag continu aan."

"Dat zien we terug in de manier waarop we in de afgelopen jaren met onze telefoons zijn vergroeid. Het is een verlengstuk van onszelf geworden. Het is interessant dat we in panieksituaties zo snel naar de telefoon grijpen. Waarschijnlijk denken we dat we iets missen als we geen foto's of video's maken. Of spijt krijgen, en daarom het zekere voor het onzekere ­nemen."

Maar dat is niet de enige verklaring voor ons ­ongegeneerde gedrag. We kijken ook naar hoe anderen zich gedragen. Volgens Van Lange ­geven mensen het niet graag toe, 'maar ze gaan mee met de meerderheid'. Dat onderschrijft ook Bos: "En het kost moeite om niet te kijken, ook al heb je als kind geleerd dat het eigenlijk niet hoort."

Beloond met likes
Ons beloningssysteem speelt ook een rol. Als de foto's en video's online worden gezet, levert dat vaak complimenten op in de vorm van likes, ­retweets en de online populariteit. Maar zelfs als we dat wegdenken, wordt het gedrag beloond. Van Lange: "Alles wat negatief en extreem is, trekt de aandacht. En het is menseigen dat we niets willen missen. Helemaal als het een unieke gebeurtenis is."

239

De politie schreef 25 boetes van 239 euro uit aan weggebruikers die de nasleep van het ongeluk op de A58 filmden.

Hoewel het nog niet wetenschappelijk bewezen is, kan Van Lange zich voorstellen dat we dopamine aanmaken op het moment dat we een zeldzaam voorval hebben vastgelegd. "Mensen kunnen bijvoorbeeld trots zijn dat ze iets ­hebben vastgelegd of blij zijn dat ze niets ­hebben gemist. Deze positieve gevoelens ­hoeven schuldgevoelens overigens niet uit te sluiten. Trots en schuldgevoelens kunnen ­samengaan."

Losers
Toch is het een kwestie van tijd voor men op een meer ethisch verantwoorde manier leert om te gaan met het aanschouwen van een ongeluk, zegt van Lange. Hij ziet een duidelijke ontwikkeling in hoe mensen de afgelopen jaren met stressvolle situaties als vechtpartijen, ongelukken en andere levensbedreigende incidenten omgaan.

Van Lange vergelijkt het met het zogenoemde omstandereffect waarbij mensen stoïcijns toekijken hoe iemand in nood lijdt. Als iemand in de gracht valt bijvoorbeeld, geldt dat hoe meer mensen eromheen staan, hoe kleiner de kans is dat iemand in het water springt om de persoon te redden. "Althans, dat was vooral vroeger zo," zegt Van Lange.

"Dat passieve gedrag lijkt te zijn afgenomen omdat mensen erop zijn gewezen." Daarin kan Bos zich ook vinden: "Kijk naar ons rookgedrag. Veertig jaar geleden was het normaal om overal te roken, zelfs als je op bezoek was bij mensen die zelf niet rookten. Nu is dat vrijwel ondenkbaar."

Dankzij gezondheids­campagnes is dat veranderd, maar ook het imago van rokers kantelde. "Roken werd - terecht of niet - toegeschreven aan een categorie mensen waar niemand bij wil horen: laagopgeleid, niet fit en zonder discipline. Losers, kortom."

12.800

In de eerste helft van 2018 waren er 12.800 ongelukken op Nederlandse snelwegen, een kwart meer dan in 2017. Verzekeraars noemen smartphonegebruik als oorzaak.

Een soortgelijke ontwikkeling is ook terug te zien in de manier waarop we reageren als een ander acuut hulp nodig heeft. "In de wetenschap wordt het steeds duidelijker dat mensen anderen helpen vanuit een impuls, en niet altijd door alles zorgvuldig af te wegen," zegt Van Lange.

Niet ethisch
"Als je achteraf vraagt waarom mensen zichzelf in gevaar hebben gebracht om een ander te helpen, kunnen ze daar zelden antwoord op ­geven. Er was stress en er werd impulsief gehandeld." Datzelfde mechanisme zorgt ervoor dat we nu ons mobieltje, dat we ons zo eigen hebben gemaakt, pakken. Maar dat is niet altijd negatief, benadrukken beide wetenschappers.

Volgens Van Lange moeten we vooral de discussie met elkaar aangaan en ook Bos pleit ervoor dat mensen hun motieven onder ogen zien. "We moeten erkennen dat het heel verleidelijk en soms zelfs nuttig is om ongelukken vast te leggen, maar dat het vaak gewoon niet ethisch is."

Willen we dit soort gedrag afremmen, dan moeten we er volgens hem iets ­gênants van maken. "Bijvoorbeeld door te ­suggereren dat alleen heel domme mensen aan het filmen slaan bij ongelukken of in andere ­situaties waarbij slachtoffers betrokken zijn."

92%

Van de automobilisten die veel kilometers maken, gebruikt 92 procent weleens de smartphone achter het stuur.

'Ik doe het niet voor de likes'

Toen Joeri van Broekhoven (30) vorige maand met zijn scooter langs een file op de Erasmusbrug reed, zag hij bij het stoplicht waarom de auto's stilstonden: onder het voorwiel van een vrachtwagen lag een scooter. De ambulance was ter plaatse, helpen kon hij niet.

Daarop besloot hij het voorval te filmen en te delen op Twitter. Om andere weggebruikers te waarschuwen en omdat het nieuwswaardig zou kunnen zijn. In het filmpje tagde hij lokale media zodat zij de beelden konden overnemen.

Van Broekhoven filmt vaker incidenten. Onlangs livestreamde hij de zoektocht naar een drenkeling op Facebook. Hij doet het niet voor de likes, maar uit maatschappelijke betrokkenheid. Om informatie te delen.

"Of je wel of niet kan filmen, is een morele beslissing die je in een split second moet nemen." Bij het dodelijke ongeluk op de A58 zou hij het niet hebben gedaan. "Ik let altijd op de privacy van het slachtoffer en of ik geen onveilige situaties creër."

'Filmen hoort bij deze tijd'

Jeanelyn Soleana (52) maakte zaterdag twee filmpjes van de nasleep van het ongeluk op de A58. Vanaf de bijrijdersstoel filmde ze de file en de brokstukken. Ze deed het om automobilisten te waarschuwen voor de verkeerschaos, maar ook om zo veel mogelijk aandacht te krijgen op social media.

Ze plaatst wel vaker filmpjes en foto's van ongelukken. Als een groot account het bericht retweet, levert dat haar veel volgers op. "Daar krijg ik echt een kick van, dat mensen mij volgen omdat ik kennelijk vaak de eerste ben die dat soort filmpjes plaatst," zegt de actieve Twitteraar.

Volgens Soleana hoort filmen er in die situaties ook een beetje bij. "Het is iets heftigs, iets ernstigs, de mensen hebben het recht om te weten wat er in hun wereld gebeurt." De vrouw die de reanimatie van dichtbij filmde, vindt ze een heel ander verhaal. Zoiets zou zij nooit doen: "Ik ben zelf verpleger en heb de privacy van slachtoffers en patiënten hoog in het vaandel staan."

Soms is filmen wél een goed idee

In sommige gevallen is het juist waardevol om beeldmateriaal te hebben van een gevaarlijke situatie. Het kan bijdragen aan de openbare orde of veiligheid. Bij vechtpartijen bijvoorbeeld, wil de politie juist getuigen hebben.

Een camera kan bovendien afschrikkend werken. Daar is de politiewoordvoerder van Zeeland-West-Brabant, waar het ongeluk op de A58 gebeurde, het mee eens. "Het kan van toegevoegde waarde zijn. Bij een heterdaadje bijvoorbeeld. Maar we zien dat de grens steeds vaker wordt verlegd." Een zorgelijke ontwikkeling volgens de politie.

"Behalve het ethische aspect hindert dit ­gedrag de hulpdiensten. Die willen mensen helpen en niet bezig zijn met omstanders in toom houden." Volgens de woordvoerder leggen de hulpdiensten zodra ze arriveren alles vast. "Als er dan ook nog anderen lopen, wordt hun werk bemoeilijkt en de kans is groot dat er bewijsmateriaal wordt vernietigd."

Volgens Scott Eldridge, die onderzoek doet naar digitale journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, kunnen de beelden ook van waarde zijn als traditionele media zelf niet ter plaatse kunnen komen, al zit ook hier een keerzijde aan: "Omstanders worden ineens verslag­gevers, terwijl zij zich niet aan regels hoeven te houden waar journalisten wel aan gebonden zijn." Zolang er geen wetgeving is, blijft het lastig te bepalen wat wel en niet kan.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden