Plus Column

Film is het krachtigste wapen geweest tegen mijn jodenhaat

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Wolff

In een opiniestuk van Ahmed Marcouch in deze krant zei hij: 'Een stoomcursus empathie kregen de vaders uit Slotervaart bij hun bezoek aan Auschwitz. Ze konden nachtenlang de slaap niet vatten en vertelden er vaak over, eenmaal terug in Nieuw-West. Ik vind dat alle vaders en moeders, ooms en tantes zo'n reis moeten maken. Om doordrongen te raken van 'nooit meer': nooit meer opvoeden met 'wij zijn anders, wij zijn beter'.'

Ik ben het hartgrondig met Marcouch eens.

Thuis hadden we het nooit over de Tweede Wereldoorlog. Simpelweg omdat mijn ouders er vrij weinig van afwisten. Mijn broer, die dagelijkse drie dagbladen rondbracht, kocht vooral films van het geld dat hij verdiende. We keken steevast iedere avond films. We hielden zelfs thema-avonden. Actie, komedie, oorlogsdrama. Mijn antisemitische wereldbeeld veranderde vooral door films.

Hoe kan je na het zien van Schindler's list, Stalag 17 en The pianist nog een greintje Jodenhaat in je harses hebben?
Vrijwel onmogelijk.

Film is het krachtigste wapen geweest tegen mijn Jodenhaat.
Toen ik als kind op het Henrick de Keijserplein speelde, was antisemitisme net zo gewoon als ademen. Onder het afdakje van een bankje waar we schuilden voor de regen stonden altijd leuzen geschreven en gekerfd.
'Verboden voor Joden.'

Vergezeld door uiterst goed getekende hakenkruizen en druppelende kromzwaarden.

Ik was een jaar of twaalf toen mijn broer mij op een zonnige zondagochtend meenam naar het Anne Frank Huis. Waarschijnlijk naar aanleiding van de oorlogsfilms. Het was aangrijpend om door de boekenkast te lopen. De rechterhand van mijn broer was mee, een Marokkaan die platter Amsterdams praat dan Ciske de Rat. Hij werkte op de Albert Cuyp bij een Joods-Marokkaanse marktkoopman; hij verkocht lappen stof. Als hem werd gevraagd hoe hij eraan kwam, tikte hij op zijn enorme ruiker en zei: "Ik heb daar een fijn neusje voor."

De marktkoopman vertelde tijdens het werk verhalen over WOII. Die ik in het plat Amsterdams te horen kreeg op het bankje voor mijn deur. Als twaalfjarige wist ik vrijwel alles van 'Veldmaarschalk Monty' en 'Rommel de Woestijnvos'. Alles van het moment dat Rommel 'uit zijn nazimoeders kut kroop' tot hij in een donkere kamer gedwongen een gifpil slikte en stuiptrekkend stierf.
Man, wat hield ik van die verhalen.

Debatten over antisemitisme zijn van groot belang. Ik heb ze weleens bijgewoond in De Balie, zat zelfs in panels, maar daar bereik je de Joden hatende jongeren niet mee. Na de zomer zit ik twee maanden in het Duitse Bergen, dicht bij Bergen-Belsen, als stadsschrijver. Soms heeft men een gids nodig om door de donkere wolken van onwetendheid te worden gesleurd naar kennis en empathie. Ik stel mij daarom graag ten dienste als klovendichter. Een ex-antisemitische, militant humanistische, enigszins gecultiveerde kut-Marokkaan die zich met ziel en zaligheid wil inzetten tegen Jodenhaat.

Iedere organisatie die jongeren én ouderen wil laten langskomen, is welkom; ik zal ze met veel liefde en bevlogenheid rondleiden.

m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden