Femke van der Laan: Ik draag altijd het gemis aan Eberhard mee

Femke van der Laan (40) fietst liever om als ze in de buurt van de ambtswoning komt, maar omarmt de herinneringen aan haar man, burgemeester Eberhard van der Laan. Haar Paroolcolumns over rouw zijn nu gebundeld. Voor het eerst na de dood van haar man geeft ze een interview: 'Ik word niet meer de oude.'

Femke van der Laan Beeld Frank Ruiter

Precies vijftig columns schreef Femke van der Laan over rouw. Ze begon drie maanden na de dood van haar man Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam, te schrijven en stopte met de reeks precies een jaar later - omdat de tijd was aangebroken haar blik weer 'beetje bij beetje' te verbreden.

Nu is er een boek: Stad vol ballonnen. Ben je trots?
Lange stilte. "Trots... Ik ben geloof ik wel trots op de columns. Het boek komt daar nu bovenop. Het is fijn dat het daarmee iets blijvends is geworden. Zo is dat toch? Dat een boek niet meer weggaat."

'Eigenlijk begint het nu pas' is de titel van het nawoord. Voel je dat zo?
"Ik schrijf ook: 'Is het nu klaar? Nee. Het is af. Dat wel. Maar het is niet klaar. Wanneer is het wel klaar? Nooit. Het zal er altijd zijn. Om me heen. Dichtbij. Vanzelfsprekend bijna. En vertrouwd. Zo ervaar ik mijn leven. Dat het altijd er is. Het verdriet. Als de zon schijnt. Als ik witlof eet. Als ik de kinderen toestop. Ik draag altijd het gemis aan Eberhard mee."

Eerst even iets uitleggen aan de lezers. Wij kennen elkaar van jouw columns in Het Parool. Daarom tutoyeren we elkaar. En daarom val ik een beetje met de deur in huis: hoe is het?
"Dat weet ik niet zo goed, al gaat het natuurlijk beter dan een jaar geleden. Het gemis, waarover ik net sprak, begrijp ik beter. Het is niet iets waarvan ik vind dat het moet slijten. Het is iets wat ik heb meegemaakt en wat bij me is gaan horen. Eberhards dood is bij me gaan horen."

Je schrijft: 'Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze wel zichtbaar moeten zijn. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naartoe sleep.' Die beeldspraak heeft bijna iets vrolijks.
"Ik vind het niet treurig dat ik met mijn gedachten en herinneringen aan Eberhard verder moet. Ik wil dat juist. Vandaar die ballonnen. Je draagt iets bij je, maar dat is niet, zoals velen denken, alleen maar pikzwart of zwaar."

Jouw pech is ook dat iedereen Eberhard kent. Je was de vrouw van... Nu ben je de weduwe van...
"Ergens ben ik nog altijd de vrouw van... Maar dan meer voor mezelf en niet langer voor de buitenwereld. Ik ga redelijk anoniem door het leven nu. Naast Eberhard werd ik aangesproken en gezien - al was zelfs dat ook niet altijd zo."

Hoe bedoel je?
"Het is best vaak voorgekomen dat ik als zijn assistent ben aangesproken. Of zijn woordvoerder. Er waren vaak mensen die aan hem vroegen of ze met hem op de foto mochten. Vervolgens zeiden ze tegen mij: 'Maak je 'm even?' Ik bedoel maar: ik heb heel wat rollen moeten spelen."

Mis je de status en de positie niet?
"Natuurlijk is het een voorrecht zoiets mee te maken. Tegelijk mis ik er niets aan. Het is erg dat het voorbij is, omdat Eberhard dood is. Dat is de pijn."

"Het was anders geweest als Eberhard - 'na een poosje', zoals hij zei - ermee was gestopt. Maar hij is als burgemeester doodgegaan. In die zin zit het voor de buitenwereld aan elkaar vast. Maar voor mij ligt het anders. Wat ik mis, is Eberhard. Dat doet zeer. De feesten en partijen, om het oneerbiedig te zeggen, kunnen me gestolen worden."

Hielp het schrijven van de columns tegen de pijn?
"In het begin riep ik de hele tijd: het is gewoon werk. Met een deadline en een vast aantal woorden. Toch klopt dat niet helemaal. Doordat je erover schrijft, moet je afstand nemen en woorden ervoor vinden. Daardoor ga je anders naar je eigen emoties kijken."

"Als je verdriet hebt, kun je daar middenin zitten. Als je gaat schrijven, schrijf je jezelf daarbovenuit."

Jij ging de stukjes ook publiceren. Zo werd jouw rouw van iedereen. Vond je dat niet ingewikkeld?
"Ik heb daar niet lang over nagedacht. Als je dat gaat doen, wordt het natuurlijk best eng, schat ik zo in."

Nooit gedacht: ik exploiteer mijn verdriet?
"Ik heb weleens kritiek gelezen, meestal geuit door anonieme types ergens op het internet. Maar in mijn gezicht heb ik het verwijt van exploitatie nooit gehoord."

En je eigen mening hierover?
"Het is niet zo dat ik, voordat ik begon, eerst heb afgebakend wat ik wel en wat ik niet wil laten zien. Dat wijst zich overigens vanzelf. Niet elke huilbui van jezelf of de kinderen is geschikt om een column over te schrijven. Ik ben ook niet echt van het drama. Ik laat sowieso niet alles zien."

Waar ligt de grens?
"Dat weet ik dus niet zo goed. Die is gevoelsmatig. Ik laat het verdriet van onze kinderen zien, maar niet te veel - dat is een duidelijke grens. Mijn eigen verdriet heb ik ook niet zo veel beschreven. Wat moeten mensen ermee? Ik heb omschreven dat ons middelste kind huilend bij het bed stond. Dat kan je één keer doen. In mijn columns vind je ook geen herinneringen. Het zijn geen memoires. Het zijn vijftig facetten van rouw. Voor alle duidelijkheid: rouw doet aan alle kanten zeer."

Hoe was het om het verdriet, toen Eberhard in oktober 2017 overleed, met het land te delen?
"Zoals het was. Ik weet niet beter. Omdat ik het niet kan vergelijken met de keren dat mijn man doodging en toen géén burgemeester was."

Er stonden op een gegeven moment duizend mensen voor de deur te zingen.
"Dat was anders geweest als Eberhard een andere baan had gehad. Maar dat had hij niet. Overigens zouden mijn stukjes over rouw dan ook niet in de krant hebben gestaan en was dit boek er niet geweest."

Is dat zo?
"Het is voor mij makkelijker bij een krant of een uitgeverij aan te kloppen dan voor een weduwe zonder een bekende man. Dat snap ik zelf ook wel."

Hoe stap je daaroverheen?
"Toen ik ging schrijven, heb ik na een aantal columns zijn naam niet meer genoemd - of amper genoemd. Het gaat niet om hem. En ook niet om mij. Dit boek draait om verlies en rouw. Dat merk ik ook aan de reacties. Ik krijg veel mails van mensen die iemand zijn verloren en me bedanken omdat ik dat complexe gevoel onder woorden heb gebracht. Als ik voortdurend de naam 'Eberhard' had opgevoerd, zou dat minder zijn geweest. Dan was het hoofdonderwerp op de achtergrond geraakt."

Femke van der Laan Beeld Frank Ruiter
Femke van der Laan Beeld Frank Ruiter

"Zelf heb ik ook weinig gehad aan al die boeken en zelfhulpboeken over verlies, omdat die doorgaans over particuliere ervaringen gaan. Wat moet ik daarmee? Ik denk tijdens het lezen van dat soort boeken voortdurend: dat was bij mij niet zo. Zo werkt dat bij mij niet."

Jij maakt rouw zo klein dat al het particuliere eruit is gefilterd?
"Dat is de bedoeling. Dat het mechanisme zichtbaar wordt. En niet de tranen van Femke of haar kinderen."

Ik snap wat je bedoelt. Tegelijk denk ik: het klinkt zo rationeel allemaal.
"Maak je geen zorgen, want bij dit soort processen sijpelen de emoties overal doorheen. Eberhard is nu bijna anderhalf jaar dood, en ik weet nog steeds niet als ik opsta wat voor een dag het wordt. De ene keer gaat het goed, maar een volgende keer lig je weer op de grond. Als ik al vooruitga, gaat dat met piepkleine stapjes."

Wat doe je daaraan?
"Acceptatie. Verdriet is niet iets ergs. Het is logisch dat wij thuis verdriet hebben."

Is dat ook jouw boodschap aan de kinderen?
"Dat hoef je kinderen niet te vertellen. Dat is eerder iets wat je volwassenen moet vertellen. Die zijn geneigd hun verdriet weg te stoppen."

Zeggen mensen weleens tegen je: nu is het klaar met Eberhard?
"Nee. Dat ook weer niet. Dat zit meer in mezelf. Dat ik vind dat het afgelopen moet zijn. Dat ik niet moet zeuren."

En dan moest je ook nog verhuizen, omdat je de ambtswoning uit moest.
"Dat wisten we van tevoren. Alleen de omstandigheden waren uitgesproken ellendig. Ook hier geldt: ik heb geen vergelijkingsmateriaal, omdat ik niet weet hoe dat normaal gaat. Ik ben op zoek gegaan naar een nieuw huisje."

Dat is het dan?
"Het is wel zo dat ik op de fiets de Vijzelstraat liever vermijd en via de Utrechtsestraat omrijd - om zo uit de buurt van de ambtswoning te blijven. Als ik toevallig toch in de buurt ben, kijk ik altijd stiekem snel over mijn schouder om. Dat doet dan pijn. Het is het huis waar Eberhard is gestorven."

Neem je wel een Eberhardje bij de koffie, het hartvormige koekje vernoemd naar jouw man?
"Die eet ik met plezier. En ik gooi met evenveel plezier een champagnefles tegen de pont die de naam 'Eberhard' draagt. Net zoals ik ook met een glimlach luister naar de mensen die hun Eberhard-momentje met mij delen. Dat heeft iets moois. Dat mensen eigenlijk tegen mij zeggen: ik vond hem ook geweldig."

Je denkt niet: blijf van mijn rouw af.
"Ik word aangesproken door mensen die vertellen over hun persoonlijke verlies. Mensen willen dat kwijt. Ik vind dat niet erg en ik vind daar verder ook niet iets van. We waren acht jaar samen toen Eberhard zijn eerste publieke functie kreeg. Ik ben eraan gewend geraakt."

Iets anders: jullie werden verliefd op het werk, op het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan in Amsterdam. Is dat een tijd waaraan je nog vaak denkt?
"Natuurlijk. Dat was onze begintijd. Het is fijn om daaraan terug te denken. Overigens ben ik niet lang nadat wij een relatie kregen weggegaan bij het kantoor. Daarna heb ik van alles en nog wat gedaan. Freelance schrijven. Klussen bij de gemeente. Debatten. Ik heb op professioneel vlak een tijdje gezocht. Nu weet ik dat schrijven mij het best past."

Opvallend: je had allemaal banen die met communicatie te maken hebben.
"Wat is daar opvallend aan?"

Je wekt niet per se de indruk van een communicatief persoon.
"Wat bedoel je daar nou mee?"

Dat je gereserveerd overkomt.
"Daar heb ik nog nooit over nagedacht. Gereserveerd? Dat komt voor mij in de buurt van koud en kil, en zo kijk ik natuurlijk niet naar mezelf."

"Wat ik wel merk, is dat aan zo'n positie - de vrouw van de burgemeester - nogal wat vooroordelen kleven. Er wordt vaak vergeten dat Eberhard en ik samen in de eerste plaats een druk gezinsleven leidden. Met drie jonge kinderen. Dan gaat het over: wie brengt de kinderen naar school en hoe houden we de boel bij elkaar?"

Had je daar weleens ruzie over? Dat je zei: wat heb ik met jouw werk te maken?
"Het was een redelijk klassieke taakverdeling, kun je wel zeggen. Ik heb natuurlijk wel ervoor gezorgd dat ik niet puur in die moederrol zat. Maar Eberhard was zoals hij was. Je kunt niet een beetje burgemeester zijn. Dat ben je elke seconde van de dag. Tel daar zijn calvinistische aard bij op en dan weet je dat je een man te pakken hebt die altijd in de weer is."

Daar zat geen ruimte in?
"Toen hij zijn tweede termijn inging, zei hij dat hij het iets rustiger aan wilde doen. Die intentie heb ik met een zekere mildheid aangehoord. Ik wist intussen dat dat geen optie was."

Dat klinkt nogal wegcijferig.
"Ik ben helemaal niet wegcijferig. Ik ben realistisch. Natuurlijk baalde ik weleens. Omdat er altijd iets tussendoor kon komen. Als ik nu een helikopter over de stad hoor vliegen, denk ik: wij eten vanavond wél op tijd."

"Maar ook ik had en heb mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Eberhard wilde mensen helpen. Letterlijk opkomen voor de zwakkeren. Met mijn columns heb ik, op een andere manier, ook mensen geholpen. Pas nu begrijp ik waarom hij dat zo fijn vond. Dat het prettig is om mensen te kunnen helpen."

Ben je veranderd?
"Ik denk wel af en toe: vroeger was ik leuker. Minder zwaar op de hand. Ik word niet meer de oude. Dat kan ook niet. En dat hoeft ook niet. Je moet jezelf opnieuw leren kennen. Het is de eerste keer dat ik mijn man heb verloren. Alles wat daarbij hoort, moet je zien uit te vinden."

Heb je het leven inmiddels weer op de rails?
"Op de rails? Het leven is voor mij en voor de kinderen altijd doorgegaan. Je kunt het leven niet stilzetten, opnieuw inrichten en dan pas weer verdergaan. Zo werkt het niet. Ik vind dat we het goed doen. Wat niet betekent dat alles goed gaat."

Kun je een voorbeeld geven?
"Ik merk dat ik de kinderen soms wat scherp in de gaten houd. Dat ik misschien wel overdreven alert ben: gaat het wel goed met ze? Zij hebben hem maar zo kort meegemaakt. Ik maak me er zorgen over wat dat voor hen betekent."

Kun je alweer genieten?
"Het is geen kwestie van een straf uitzitten. Ik mag zeker wel genieten. Alleen heb ik daar niet altijd zin in. Het verdriet kan me zomaar overvallen. Dat ik wel uit eten ga, en halverwege de avond denk: ik wil hier weg."

Ga je dan ook?
"Vaak wel. Rouw maakt ontzettend moe. Er zijn veel avonden dat ik om vijf over half tien in mijn bed kruip, kort achter de kinderen aan. Het is nogal wat geweest. De ziekte, de dood, de rouw."

Hoe bestrijd je de vermoeidheid?
"Ik zorg goed voor mezelf. Ik leef gezond en zorg dat ik genoeg rust. Ook praat ik veel met vriendinnen. Dat praten biedt enige verlichting, maar de volgende dag moet je zelf weer de confrontatie aan. Er zijn geen sluiproutes om de rouw heen. Daarvoor is het, zeker in de eerste periode, te allesomvattend. Het is de kunst weer zicht te krijgen op het leven erom heen."

Femke van der Laan Beeld Frank Ruiter

Wat zie je, als je terugkijkt?
"We hebben zo veel gedaan en gezien en veel mooie mensen ontmoet. Dat is echt een voorrecht. Maar als ik terugkijk, zie ik Eberhard, mijn man. Ik zie een vader van vijf fantastische kinderen. Dat zie je ook in mijn columns. Het gaat om de kleine momenten."

Toen Eberhard doodziek was, werd getwijfeld of het wel verstandig was om te blijven doorwerken. Hebben jullie het daarover gehad?
"Daar hebben we wel over gesproken. De mensen op het stadhuis - alle ambtenaren, het college - hebben zich fantastisch opgesteld, door zich aan zijn ziekte aan te passen. Daarbij kan de stad echt wel tegen een stootje. Door tot het einde te blijven werken, heeft Eberhard vooral iets gecreëerd: er ontstond een saamhorigheid die een eigen waarde heeft. Het is niet aan mij om te beoordelen of het bestuurlijk allemaal verantwoord was. Maar het heeft de stad iets unieks gebracht."

Stoppen was gewoon niet aan de orde?
"Hij wilde doorwerken. Dat is ook gelukt en dat vind ik fijn."

En nu? Naar een volgend boek?
"Dat is wel de bedoeling. Maar ik zie dit allemaal niet als een volgende fase, zoals mij vaak wordt gezegd. Dit is mijn leven. Ik wil met Eberhard bezig zijn. Ik wil aan hem denken. Zo blijft hij bij me, en bij de kinderen."

Dat is de grootste angst? Dat de kinderen hem vergeten?
"De jongste was negen jaar toen hij doodging. Hij zal hem zich dus altijd blijven herinneren. Die heel lieve vader. Die hebben de kinderen toch maar mooi meegekregen."

Is dat een troostrijk idee?
"Troost in dit opzicht een te groot woord, denk ik. Weet je wat zo ingewikkeld is? Ik ben erachter gekomen dat ik dubbel rouw. Ik rouw omdat ik mijn man vreselijk mis, en ik rouw omdat mijn kinderen hun vader kwijt zijn. Dat zij zonder vader verder moeten, is een pijn boven op de pijn."

Stad vol ballonnen - een jaar van rouw. Femke van der Laan. Uitgeverij Nieuw Amsterdam €15. Lees alle columns van Femke van der Laan terug.

Femke van der Laan

31 augustus 1978

1982-1990
Basisschool Het Fluitekruid, Middenbeemster

1990-1995
Jan van Egmond Lyceum, Purmerend

1998-2000
Kennedy Van der Laan

2000-2008
Diverse betrekkingen, waaronder communicatieadviseur

2008-2017
Journalist en programma-maker, onder meer bij Sanoma en NTR

2018
Columnist Het Parool­

Femke en Eberhard kregen in 2000 een relatie. Ze hebben samen drie kinderen: Lieve (14), Eline (12) en Edze (10). Eberhard heeft twee kinderen uit een eerder huwelijk: Lotte (33) en Sebas (29). Femke van der Laan woont met Lieve, Eline en Edze in De Pijp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden