PlusInterview

Femke Halsema na een week Suriname: ‘Je ziet dat dit land is leeggeroofd’

Burgemeester Femke Halsema schrok bij haar aankomst in Suriname van de staat van het land. Hoopvol is ze over de samenwerking tussen Amsterdam en de voormalige kolonie. ‘Tien jaar Bouterse heeft Suriname tot het buitenland gemaakt. Vroeger was het ‘ons Suriname’.’

David Hielkema
Femke Halsema bij de Bonitrail, een interactieve rondleiding over het slavernijverleden in de voormalige plantage Frederiksdorp in Suriname.  Beeld Coco van Duivenvoorde
Femke Halsema bij de Bonitrail, een interactieve rondleiding over het slavernijverleden in de voormalige plantage Frederiksdorp in Suriname.Beeld Coco van Duivenvoorde

In een hoekje van het vliegveld heeft de Amsterdamse burgemeester nog wel even tijd om geïnterviewd te worden. Nadeel: veel mensen lopen langs – “Hallo, mevrouw de burgemeester!” – de handdrogers vanuit de toiletten zijn goed te horen en door het luchtruim roept een vrouw af en toe wat om. Maar ook dit hoort bij het werk van Femke Halsema – zaterdagmiddag vlak voor de reis terug naar Nederland tijd vrijmaken om op een week Suriname terug te blikken.

Maandag vertrok Halsema om te kijken waar samenwerking weer mogelijk is nadat die tien jaar was stilgelegd, toen de veroordeelde crimineel Desi Bouterse president aan de macht was. Met de nieuwe leider Chan Santokhi, die eerder al naar Amsterdam kwam, zijn er mogelijkheden voor een ‘hernieuwde en diepe vriendschap’ gebaseerd op ‘wederzijdse interesse en respect’.

Een kleine week Suriname. Hoe was het?

“Indrukwekkend. Je ziet dat het een land in opbouw is waar mensen erg hoopvol zijn. Na tien jaar Bouterse probeert men de scherven op te rapen en opnieuw iets ervan te maken. Tegelijkertijd is het een land met grote problemen: economisch, politiek, klimatologisch.”

U was hier ook al in 2008. Ziet u verschillen?

“Ik schrok toen ik Paramaribo weer inreed. Het land was toen veel welvarender. Levendiger, opener, ’s avonds meer drukte op straat. Nu is het behoorlijk uitgestorven en zie je veel armoede. Je ziet dat dit land is leeggeroofd.”

U heeft deze week met Chan Santokhi gesproken. Hoe was dat?

“Santokhi is een zeer begeesterd bestuurder die de lasten van het land torst. Dat heeft indruk op me gemaakt. Hij trof het land in diepe schulden aan, op de rand van een faillissement. Hij is een economische herstructurering begonnen die zo ingrijpend is dat de bevolking het nu niet beter heeft. Dat is een lastige boodschap, maar hij moet het doen om de economie weer op orde te brengen.”

“Hij heeft maar vijf jaar de tijd om te laten zien dat het anders kan dan onder Bouterse. Hij staat onder enorme druk.”

Santokhi heeft zijn vrouw, familie en kennissen belangrijke posities gegeven binnen de overheid. Gelooft u in zijn goede bedoelingen?

“Ik ken de kritiek op Santokhi, maar ik ben ervan overtuigd dat hij echt het beste met het land voor heeft.”

Hij heeft ook gevraagd om hulp voor de overstroomde dorpen bij het Brokopondostuwmeer: helikopters, voedsel, water.

“Hij weet dat wij niet met een grote zak geld zijn gekomen, maar wel bereid zijn om intensief samen te werken, capaciteit uit te lenen en kennis te delen.”

U heeft samen met GGD, Waternet, het Amsterdamse archief en kledingbedrijf Patta gekeken naar samenwerking. Wat is concreet besloten?

“Voor Nederlandse Surinamers is het archief heel betekenisvol: dat ze de geschiedenis van hun familie kunnen zoeken. Met de GGD gaan we hiv in Suriname bestrijden en we willen ook een project doen op het gebied van seksuele weerbaarheid voor jonge meiden en vrouwen. Waternet heeft veel oplossingen voor drinkwater en het aanpassen aan klimaatverandering. Als Suriname erin slaagt verder democratisch te worden, de rechtsstaat en de instituties te versterken en wij daarbij kunnen helpen, doen we dat graag.”

U heeft vicepresident Ronnie Brunswijk gezien bij het openen van een voetbalveldje. Hij is in de jaren tachtig in Nederland veroordeeld voor drugssmokkel.

“Dat maakt het heel ingewikkeld. Ik deel de lijn van de Nederlandse regering: contacten zo veel mogelijk beperken.”

Het Nationaal Comité Slavernijverleden in Suriname zei deze week: had ons meer betrokken bij de excuses die in Amsterdam werden aangeboden voor het slavernijverleden.

“Dat had gekund, maar uiteindelijk zijn excuses iets wat je zelf voor je rekening neemt.”

In de Surinaamse krant De Ware Tijd zei één van de leden dat excuses niet worden geaccepteerd als er geen herstelprogramma, dus geld, komt.

“Ik vind het pijnlijk dat je de waarde van het excuus afhankelijk maakt van geld. We zijn de eerste stad in Nederland geweest die excuses heeft gemaakt en die heb ik deze week herhaald op de Surinaamse radio. Die excuses zijn diep gemeend en vormen een beginpunt van nieuwe debatten. We werken aan een slavernijmuseum en zijn geïnteresseerd in verdere samenwerkingen, maar herstelbetalingen zijn niet aan de orde.”

Bij de voormalige plantage Frederiksdorp ontstond een discussie over de Boni Trail, een interactieve rondleiding over het slavernijverleden. U vond het disneyficatie en zei dat het dragen van een keten geen recht doet aan het verleden.

“Als witte Nederlander, die daar plotseling een paar meter geketend moet lopen, voel ik gêne als ik het slavernijverleden moet herbeleven via een soort spel, terwijl ik me bewust ben van de wreedheden en de misdaden. Wij hebben misschien een andere behoefte aan beleving van slavernij dan in Suriname.”

De geboren en getogen Surinamers waren het niet met uw kritiek eens. De oprichter zei niet nog eens hun visie op het slavernijverleden te willen laten koloniseren.

“Dat begrijp ik heel goed. Alleen snap ik ook Tim Sabajo, een Nederlandse Surinamer, die zei dat het niet zo is dat de slavernij alleen van de Surinamers in Suriname is. Ik deel als Nederlandse ook die geschiedenis en heb daar een aandeel in. Het was een leerzame discussie, maar ook bevreemdend.”

Hoezo bevreemdend?

“De slavernij is ingebed in het gewone leven in Suriname, zegt men. Voor de Nederlandse Surinamers is slavernij juist heel erg verbonden met aanhoudende discriminatie. Zij dragen het leed heel dicht op het hart. Maar het is niet zo dat de slavernij eigendom van de mensen hier is of van de mensen in Nederland. Ze delen hetzelfde leed met hun voorouders. Ik vind het overigens niet aan mij om te bepalen hoe je met het slavernijverleden om moet gaan. Dat is een discussie die vooral tussen de Surinaamse Nederlanders en de Surinamers gevoerd moet worden.”

Wat hoopt u dat uw bezoek de Surinaamse gemeenschap in Amsterdam oplevert?

“Tien jaar Bouterse heeft Suriname tot het buitenland gemaakt. Vroeger was het ‘ons Suriname’. Ook na de onafhankelijkheid werd dat zo gevoeld. Nu dreigt het een land als vele te worden. Ik hoop dat Surinaamse Amsterdammers de behoefte krijgen om actief te investeren in Suriname. Om na te denken over het helpen bij de wederopbouw van Suriname.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden