Plus

F. Starik (1959-2018): een van de meest zichtbare dichters

Nog geen anderhalve maand geleden stond hij in de aula van begraafplaats Zorgvlied. Zo levend als wat sprak hij gloedvol over zijn te vroeg gestorven vriend en collega-dichter Menno Wigman, die niet lang daarna ten grave werd gebracht.

'Zolang je leeft ben je 'ik', dan word je in een aula toegesproken als 'jij' en op het moment dat je het graf ingaat verander je in een 'hij'. Er wordt niet meer tot je maar over je gepraat.' Beeld Maarten Schröder

Afgelopen vrijdag stierf hij zelf in zijn woonplaats Amsterdam aan een hartstilstand: dichter en schrijver F. Starik. Hij werd 59 jaar.

F. Starik, pseudoniem van Frank von der Möhlen, was een opvallende dichter. Geen kamergeleerde, maar een man die graag werd gezien. Hij trad veel op, zijn uitgeverij, Nieuw Amsterdam, noemt hem 'een van de meest zichtbare dichters van Nederland'. Zijn stijl was uitbundig, humoristisch, theatraal, ook in zijn schrijven. "Ik ben echt van de dramatiek, de fanfare en het kopergeschetter," zei hij daarover.

In zijn parlando-stijl dichtte hij over alles. "Ik houd ervan een talige werkelijkheid te scheppen, die naast de beleefde werkelijkheid te leggen, de werkelijkheid die zichzelf schept wanneer je die in taal probeert te vangen, de macht die dat geeft, mind over matter, dat proces fascineert me," zei hij in een interview.

Hij studeerde aan de Rietveld Academie en Rijksacademie fotografie en mixed media, en debuteerde in 1987 met de bundel Nepvuur. Voor hij vooral bekend werd als dichter, was hij fotograaf, beeldend kunstenaar en de zanger van de Willem Kloos Groep die hard muziek speelde op tekst van dode dichters.

Burgemeester van de achterkant
Hij had al diverse bundels en een roman geschreven toen hij in 2010 als vierde stadsdichter van Amsterdam werd geïnstalleerd. Dat was nadat hij in 2009 de Amsterdamprijs voor de Kunst 2009 had gekregen. De jury omschreef hem als 'de burgemeester van de achterkant van Amsterdam', omdat hij zijn aandacht richt op datgene waar de meeste mensen aan voorbijgaan. De jury roemde zijn 'volstrekt eigen toon, die voortkomt uit een analytische blik die vol mededogen is. 'Hij laat zien dat er schoonheid schuilt in mislukking'.

Met veel flair nam hij dat ambt op zich. Door bijvoorbeeld te zeggen dat 'het stadsdichterschap op zich een loze functie' was . "Maar ik heb er wel veel zin in."

Hoe goed hij dat deed, blijkt uit het feit dat na zijn ambtsperiode, in 2012, door burgemeester Eberhard van der Laan het Ereteken van Verdienste kreeg opgespeld. En zijn laatste 'kunstje' was het maken van een speciale, driedubbel dikke editie van de daklozenkrant, Z-magazine, geheel gewijd aan zijn stadsdichterschap. De krant verscheen in een oplage van twintigduizend exemplaren. Met zijn optredens en vele stadsgedichten gaf hij het stadsdichterschap een nieuw elan.

'Ik, jij, hij'
Een niet onbelangrijk deel van zijn dichterschap had met de dood te maken. Sinds 2002 beheerde hij in Amsterdam de Poule des Doods: een groep dichters die gedichten voorlazen bij eenzame uitvaarten. Nog een keer stilstaan bij een mens die anders zomaar uit het leven verdwijnt vond hij belangrijk en eervol. "­Ieder mens is de moeite waard om over na te denken, het is de minimale vorm van beschaving. En het is een belangrijk kantelpunt in het afscheid nemen van de wereld. Je gaat van de eerste, naar de tweede, naar de derde persoon enkelvoud. Zolang je leeft ben je 'ik', dan word je in een aula toegesproken als 'jij' en op het moment dat je het graf ingaat verander je in een 'hij'. Er wordt niet meer tot je maar over je gepraat. Dat kun je niet onopgemerkt laten," zei hij in deze krant.

Hij deed dat 'werk' met de grootste ernst en inzet. Zoals altijd piekfijn gekleed en met die karakteristieke, wat krakerige stem. Dat die eenzame uitvaarten veel voor hem betekenden is af te leiden aan de twee boeken die hij daarover schreef: De eenzame uitvaart (2005) en Een steek diep. Schetsen van verloren levens (2011).

Tien dichtbundels schreef hij, en in 2013 schreef hij de roman Moeder doen, over de verzorging van zijn moeder, waar het niet goed mee ging. In 2015 verscheen zijn laatste dichtbundel: STAAT. Zijn laatste grote wapenfeit had ook met de dood te maken. Op 7 oktober 2017 sierde zijn gedicht 'Bedankt man, voor wie je was, voor wat je deed' de voorpagina van Het Parool. Het was een eresaluut aan de net overleden burgemeester Eberhard van der Laan. We kunnen nu hetzelfde zeggen voor F. Starik.

'Uitvaart is een minimale vorm van beschaving'

Het dode baby'tje dat in juni 2016 bij de Sloterplas werd aangetroffen, kreeg op 29 augustus een eenzame uitvaart. In aanwezigheid van betrokken politieagenten droeg Frank Starik een gedicht voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden