Update

Explosie van geweld in stad Suriname

AMSTERDAM - Een ruzie met dodelijke afloop veroorzaakte tijdens de kerstdagen een plotselinge uitbarsting van geweld in het Surinaamse grensstadje Albina. Moord, verkrachting, brandstichting, plundering: de herinnering aan de binnenlandse oorlog kwam opnieuw naar boven.

Honderden Brazilianen en Chinezen moesten worden opgevangen in de Akoentoe Velantiekazerne om hen te beschermen tegen een deel van de Creoolse bevolking. De politie heeft 35 mensen aangehouden, onder wie een functionaris van het plaatselijke commissariaat.

Aanleiding tot de onlusten was de moord op een inwoner van Albina door een Braziliaanse goudzoeker. De twee zouden een ruzie over geld hebben uitgevochten. Het overlijden van de Creool leidde op eerste kerstdag tot een grootscheepse wraakoefening, aanvankelijk uitgevoerd door de vrienden van het slachtoffer, maar al snel overgenomen door honderden inwoners van de wijk Papatam. Chinese winkels werden geplunderd en in brand gestoken, Brazilianen werden mishandeld en verkracht. Zes mensen moesten in het ziekenhuis worden opgenomen. Twintig vrouwen deden aangifte van verkrachting.

De rest van de kerst oogde Albina - 3500 inwoners, gelegen aan de Marowijnerivier op de grens van Suriname en Frans-Guyana - als een oorlogsgebied, vertelt de Nederlandse leraar Hugo den Boer vanuit Albina. ''Heel veel militairen op straat en verder bijna niemand te zien.'' Honderden Brazilianen en Chinezen zijn inmiddels overgebracht naar Paramaribo. ''De Chinese winkeliers zijn erg geschrokken van het geweld,'' vertelt Den Boer. ''Het is de vraag of zij nog durven terug te keren.''

Mikpunt van de volkswoede was een klein winkelcomplex in Papatam, gedreven door Chinese middenstanders, met twee supermarkten, een hotel en een benzinepomp. Het winkelcentrum richt zich op de Braziliaanse goudzoekers die na een lang verblijf in het binnenland naar Albina komen om goud te verkopen en nieuwe voorraden in te slaan. In het weekeinde zijn doorgaans enkele honderden Brazilianen in de wijk; de meesten zijn illegaal in het land en spreken alleen Portugees.

Volgens Den Boer zijn er geregeld spanningen tussen de Brazilianen en een deel van de Creoolse bevolking. ''Het zijn groepen marginalen die elkaar tegenkomen. De Brazilianen staan in Suriname in zeer laag aanzien. Het zijn outcasts die het in de sloppenwijken in Brazilië niet redden en hun heil in Suriname zoeken. De groep Creolen uit Albina staat daar net iets boven. Dat zijn ook geen lieverdjes, de meesten hebben een strafblad. Er wordt onderling wat handel gedreven en dat leidt vaker tot problemen. Maar dit is een ongekende uitbarsting.''

In de Surinaamse pers wordt jaloezie als onderliggende oorzaak van het geweld genoemd: de Creoolse bevolking zou het niet kunnen verkroppen dat de Brazilianen er met het Surinaamse goud vandoor gaan. Den Boer ziet de nasleep van de binnenlandse oorlog als mogelijke oorzaak. Albina werd tussen 1986 en 1992 volledig verwoest en de bevolking worstelt nog steeds met de trauma's. ''Op school zien we de kinderen van de oorlogsslachtoffers. Het niveau is schrikbarend laag. Hun ouders zijn nooit naar school geweest.''

Daarbij komt dat de mogelijkheden zeer beperkt zijn. Op de school van Den Boer zijn acht leerkrachten aanwezig voor 235 kinderen. ''Eigenlijk is het een grote schande,'' zegt Den Boer. ''Men weigert te investeren in de toekomst van deze leerlingen.'' (PATRICK MEERSHOEK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden