Plus

Exact een jaar geleden: arts vertelt over de hel van Bataclan

Wat gebeurde er, zondag exact een jaar geleden, in concertzaal Bataclan toen er terroristen waren binnengedrongen? Een hulpverlener vertelt wat zich er van minuut tot minuut afspeelde.

Negentig doden vielen door de aanslag in concertzaal Bataclan. Beeld EPA
Negentig doden vielen door de aanslag in concertzaal Bataclan.Beeld EPA

Matthieu Langlois krijgt op de bewuste vrijdagavond een sms. Hij staat bij een jazzconcert van zangeres Melody Gardot, samen met zijn vrouw. 'Terreuraanslag', ziet hij op zijn telefoonschermpje. En terwijl hij het leest, komt de volgende boodschap al binnen: 'Meld je'.

Langlois zet zijn vrouw met de auto thuis af, zet een zwaailicht op het dak en rijdt plankgas naar zijn werk: het hoofdkwartier van de Raid, de elite-eenheid van de Franse politie.

Stilte voor de storm
Onderweg zet hij nog even de radio aan. Op het nieuws wordt niets gemeld over terroristen. Alsof Parijs nog gehuld is in onschuld. "Het was de stilte voor de storm, maar ik voelde mijn eigen hartslag al oplopen."

Op het hoofdkwartier kleedt Langlois zich in razend tempo om. Eerst zijn speciale Raidpak, dan zijn kogelvrije vest. "Dat weegt meer dan twintig kilo."

Hij trekt zijn bivakmuts over zijn hoofd en zet zijn helm op. "Zo'n vier kilo." En de 'dokterstas' wordt klaargezet: een enorme draagzak van dertien kilo waarin alle materialen en apparatuur zit waarmee levens kunnen worden gered.

Nachtmerrie
Langlois is geen politieman, maar arts. En als arts maakt hij deel uit van de speciale interventie-eenheden van de Raid. "Ik neem die tas in mijn hand, pak een opblaasbare brancard in mijn andere hand, draag de rest op mijn rug mee en ik vertrek."

Rond 11 uur die avond, op 13 november 2015, loopt hij met andere artsen en omringd door zwaarbewapende collega's de Bataclan binnen, de concertzaal aan de Boulevard Voltaire. "Het was een nachtmerrie. Overal lagen verminkte lichamen. Doden. Gewonden. Lichamen over elkaar heen, opgestapeld bijna. Overal lag ook bloed. Veel bloed, ja. Maar vooral die lichamen, dat herinner ik me."

Langlois is sinds 2007 werkzaam bij de Raid. Hij traint bijna dagelijks samen met de politiemensen maar is zelf als arts altijd ongewapend. Hij moet levens redden. De anderen zijn er om 'het doelwit uit te schakelen', zegt hij.

Emoties de baas
"Bij een gebeurtenis zoals die in de Bataclan zijn er drie fases. Je komt binnen en dan is het chaos. Dat was in de Bataclan ook zo. Je voelt van alles op zo'n moment: angst, walging, boosheid. Maar stap twee is dat je die emoties meteen de baas wordt. En daarna moet je besluiten nemen en doen waarvoor je gekomen bent. Ik ben arts, dus het eerste wat ik zie zijn enorm veel gewonden. Mensen die er verschrikkelijk aan toe zijn."

Samen met collega's neemt Langlois in de concertzaal zijn positie in. In de hoeken van de zaal worden bewapende agenten neergezet om de artsen hun werk te laten doen. Boven, op de eerste verdieping, houden de terroristen op dat moment nog een onbekend aantal mensen in gijzeling.

"Ik ben in de zaal gaan staan en riep heel hard: 'Wil iedereen die nog kan lopen naar hier komen?' Dat werkt het snelst. De mensen die kunnen lopen, lopen dan zelf, en wij kunnen ons dan concentreren op de mensen die er erger aan toe zijn."

Na zijn oproep kijkt Langlois de zaal in. "Het was afschuwelijk. Niemand reageerde, niemand stond op. Er gingen alleen hier en daar wat armen de lucht in. De lichamen lagen allemaal over elkaar heen, de mensen die nog leefden lagen boven of onder lichamen die niet meer bewogen. Dat beeld zal ik nooit vergeten."

Verschrikkelijke avond
Zijn blik kruist die van een jonge man, die drie of vier meter voor hem ligt, tussen de andere slachtoffers. "Hij keek me alleen maar aan. Hij zei niks, maar ik zag in zijn ogen wat hij bedoelde: 'ik kan niet meer bewegen, help me'."

Langlois vertelt het gedecideerd. Hij wil zijn eigen verhaal niet tot een drama maken. Maar hij wil wel dat het publiek weet hoe het er die verschrikkelijke avond echt aan toeging.

Daarom schreef hij - een jaar na dato - een boek waarin hij alles, bijna van minuut tot minuut, reconstrueert: 'We nemen de eerste gewonden op onze rug en brengen ze zo voorzichtig mogelijk naar de ingang van de Bataclan, waar ze moeten wachten op brancards. We halen mensen tussen de doden vandaan en dragen ze op onze armen of over onze schouders.'

Dat lopen met gewonden is geen sinecure. "Je moet proberen niet op lichamen te stappen maar vooral ook om niet uit te glijden. Overal ligt bloed, de vloer is daardoor zo glad als een ijsbaan."

Beperkte tijd
Langlois moet ter plekke beslissingen nemen over leven en dood. In een paar seconden maakt hij de inschatting: moet iemand meteen worden geholpen of eerst worden geëvacueerd? Heeft iemand snel hulp nodig of is de persoon ernaast nog ernstiger gewond en gaat die voor? "Als iemand erg bloedt, kan ik proberen ter plekke het bloeden te stoppen. Daar heb ik tien seconden voor."

Die tijd is beperkt, want de artsen van de Raid worden allereerst geacht zo veel mogelijk mensen te redden. Intensieve hulp per persoon is voor later.

Als het werk in de zaal beneden er grotendeels op zit, gaat Langlois met anderen naar de bovenverdieping van de Bataclan. Het wordt een bizarre tocht. Concertbezoekers hebben zich overal verstopt, tot op het dak van het concertgebouw. 'We moeten zo'n vijftig mensen evacueren via de ramen, op vier meter hoogte. We vragen de brandweer om ladders. Er moet ook een dikke matras komen op straat, voor als er iemand valt.'

Bizarre tocht
Een meisje zit in het trappenhuis. Als Langlois haar wil meenemen, herhaalt ze alleen maar: 'ik wil niet weg, ik wil niet weg, ik wil niet weg.'
Verderop ziet hij het hoofd van één van de terroristen liggen. "Alleen zijn hoofd. Andere lichaamsdelen lagen verderop. De explosieven die hij droeg waren ontploft toen een agent hem neerschoot."

En dan, diep in de nacht, rond kwart voor drie, zit het erop. De terroristen zijn dood. Gewonden zijn geëvacueerd. Langlois mag met zijn collega's terug naar het hoofdkwartier.

Hij drinkt met een collega een biertje, maar hij wil nog niet haar huis. De stap is te groot. Van de gruwelen in de Bataclan naar de warmte van zijn gezin thuis. 'Ik dwaal een beetje door de straten van Parijs. Ik zit een uur stil in de auto. Gewoon om na te denken.'

Normale wereld
Pas in de vroege ochtend steekt hij thuis de sleutel in het slot en stapt hij de normale wereld weer binnen. 'Het leven gaat door. Ik zit op de bank en wacht tot de kinderen wakker worden.' Zijn vrouw vraagt: "We moeten met ze praten over de aanslagen, toch?" Samen bedenken ze wat ze zullen zeggen, welke woorden ze willen gebruiken.

Als de kinderen om zeven uur naar beneden komen, stellen ze volop vragen. "Heb jij de terroristen doodgeschoten?" wil de één weten. "Heb je mensen kunnen redden, papa?" vraagt de ander.

Ja, hij heeft mensen gered, die avond en nacht van 13 november. Maar hij heeft geen idee hoeveel. "Nee. Ik wil het ook niet weten. Er vielen die avond in heel Parijs 130 doden. Duizenden levens van mensen en nabestaanden zijn verwoest. Ik voel me geen held. We hebben ons werk gedaan, en dat hebben we zo goed mogelijk proberen te doen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden