Even geen wereldnieuws, ik heb er geen zin in

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool.

Theodor HolmanBeeld Wolff

Wanneer ik met en bij mijn kleinzoon en kleindochter ben, kan ik me domweg niet bezighouden met het wereldnieuws. Door de kleinkinderen kan ik me niet concentreren, maar heb ik ook geen zin om ook maar iets van het wereld­gebeuren te volgen.

Kleinkinderen geven je een glimp van de toekomst te zien; het heden is dan een lens waarvan je niet weet of die scherp staat. Ik zie door mijn bril overigens ook niet scherp meer tegen­woordig, hoe ik de glazen ook poets. Koning en Bloem gaan samen in bad.

Koning heeft mijn huid, Bloem de huid van haar vader. Het is opvallend hoe mooi kinderen in het bad zijn. Ik durf mijn kleindochter niet goed te baden - ik vind haar nog te klein, ben bang dat ik haar per ongeluk door een verkeerde beweging te lang onder water houd of zoiets, en Koning voelt zich zo stoer dat hij zichzelf wast. Ondertussen voer ik verrukkelijke onzindialogen.

"Kijk, opa, dit bootje kan ik laten zinken." "Ik zie het." "Had jij vroeger ook een bootje dat zonk?" "Ja, ik denk het wel." "Waarom zonk dat bootje?" "Omdat ik het, net als jij, liet zinken." "Waar is dan bootje nu?"

En terwijl ik een verhaal vertel over een bootje dat naar het midden van de aarde voer - hij is nog te jong om Jules Verne aan voor te lezen, en ik twijfel of hij weet dat de aarde rond is - zie ik Bloem genieten van het warme water, zoals alleen baby's dat kunnen, want, zoals we weten, nemen die traag afscheid van de baarmoeder.

In het benedenhuis hoor ik dat er naar het Journaal wordt gekeken. Ik heb er geen zin in. Het wereldnieuws heeft soms iets van een drol: het heeft een rare vorm, het kan stinken, maar het kan je ook opluchten. Ik vind het nu alleen maar stinken.

Even later liggen de kleinkinderen in bed. Bloem slaapt meteen, Koning wil dat ik naar zijn bedlampje kijk. "Ben jij bang, opa?" Ik weet niet goed wat hij bedoelt. Bang in het donker, gewoon bang?

"Nee," lieg ik, "ik ben niet bang." "Ik ook niet. Maar als het lampje niet aan is, kan ik 's nachts niets zien." "Dan laten we het lampje aan." Ik geef Koning een nachtkus. "Opa, komt jouw bootje nog een keer terug?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden