Review

Esther Gerritsen - Superduif *

Het is niet zo dat elke volgende roman van Esther Gerritsen (1972) slechter wordt, maar haar proza wordt er toch ook niet beter op. Eerder al diende ze zich aan als waardig opvolgster van treurprozaschrijfster Anna Enquist en die lijn trekt ze door in haar nieuwe roman, Superduif getiteld.

De enige goeie duif is een dode duif, zei Martin Bril al. En dit boek onderschrijft deze stelling. De hoofdpersoon heeft er aan het einde dan ook helemaal geen zin meer in. De inmiddels, als we goed hebben meegeteld, dertienjarige Bonnie laat dan weten: ''Papa, mama, ik zou zo graag dood willen.'' De dood zou in dit geval inderdaad de beste oplossing zijn.

Nu ja, om eerlijk te zijn, deze Bonnie kan er natuurlijk ook allemaal niets aan doen. Ze is gecreëerd door Gerritsen, die er nergens in slaagt ook maar enigszins léven in dit boek te krijgen.

Daarentegen is er ellende genoeg in dit boek, volgens beproefd recept.

Bonnie is gek. Ze staat 's morgens moeilijk op. Haar ouders zijn te oud: 'Mijn vader was zesenvijftig en mijn moeder drieënveertig toen ik kwam.' Dan meent Bonnie te kunnen zweven, maar niemand die dat ziet of haar verhalen daarover serieus neemt. Vervolgens denkt Bonnie dat ze af en toe in een duif verandert. Een superduif, om precies te zijn, want deze duif redt mensen van een wisse dood. Wederom is er niemand die het ziet of de verhalen hierover van Bonnie serieus neemt. Het speelt allemaal in Haarlem.

Dat laatste zet ik er even tussen neus en lippen door bij, want in de roman speelt dat gegeven geen rol. Gerritsen houdt zich niet bezig met het oproepen van een omgeving; ze geeft geen kleur aan haar romanwerelden. Het gaat haar alleen om de zogenaamd interessante gekte van de hoofdpersoon. En we krijgen eindeloos veel gebabbel te lezen. Psychobabbelproza. Daar is dit een uitmuntend voorbeeld van.

Er komt een nieuw meisje op school. Deze roman is overigens ook uitstekend geschikt voor een twaalfjarige. Dat meisje komt uit Amsterdam, wat er verder ook weer niets toe doet. Dat meisje heeft een achttienjarige broer. Die gaat dood. Een verkeersongeluk. Niemand wie het wat kan schelen, behalve Bonnie, want zij had hem toch eigenlijk moeten redden, ze is immers een superduif. Maar nee hoor, zij zat op het moment van het ongeluk een stukje voor de schoolkrant te schrijven. Daar heeft niemand wat aan.

Gerritsen laat hiermee vermoedelijk de zinloosheid van literatuur zien. Je kunt beter écht iets doen dan schrijven. Zoiets. Of: schrijven hélpt uiteindelijk niet. Ik bedoel, je probeert toch op eigen kracht enige gelaagdheid in dit proza aan te brengen.

Veel blijft in de lucht hangen. Bonnie leest graag over de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld over Hannie Schaft. 'Het meisje met het rode haar over Hannie Schaft maakte vooral indruk omdat Hannie uit Haarlem kwam,' laat Bonnie ons weten.

Let even goed op wat in deze zin gebeurt. Iedereen weet dat Het meisje met het rode haar over Hannie Schaft gaat, behalve misschien twaalfjarige lezers. Die blijken kortom werkelijk de doelgroep van Superduif te zijn. Haarlem wordt hier trouwens weer genoemd, maar denk maar niet dat er dan toch nog iets mee wordt gedaan.

Twaalfjarige lezers zou ik dit boek, merk ik voor de zekerheid maar even op, toch ook maar niet laten lezen, want daarvoor is de stijl veel te vlak, veel te weinig beeldend en te voorzichtig; er zit kraak noch smaak aan.

Dus, samenvattend: met Superduif schreef Esther Gerritsen een volkomen oninteressant boek over een volkomen oninteressant meisje, dat heel erge dingen meemaakt en daar niet zo goed mee overweg kan, en dat heeft ze gedaan in een stijl die om te huilen zo saai is. In Nederland wordt zoiets al snel met gejuich onthaald en literatuur genoemd. (ARIE STORM)

Esther Gerritsen - Superduif *
De Geus, €18,90.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden