PlusAchtergrond

Estavana Polman handbalt weer in Oranje: ‘Ik ben een oma van dertig, maar dat vind ik juist leuk’

Estavana Polman is weer handbalster van het Nederlands team. Na een zware periode met twee kruisbandblessures en een conflict met de Deense club Esbjerg is ze weer fit en geniet ze weer van haar sport. ‘Ik heb dromen, het zijn geen doelen.’

Marijn Abbenhuijs
Estavana Polman op het WK handbal in Spanje, december 2021. Beeld RONALD HOOGENDOORN/ANP
Estavana Polman op het WK handbal in Spanje, december 2021.Beeld RONALD HOOGENDOORN/ANP

Rustig vaarwater. Daar zit Estavana Polman naar eigen zeggen in. En dat is ook wel eens lekker. Na jarenlang blessureleed is ze sinds een tijdje weer fit. Alleen is ze, hersteld van twee gescheurde kruisbanden, niet bepaald leuk teruggekomen bij Team Esbjerg, de Deense club waar ze negen jaar heeft gespeeld. Een slepend conflict met de club waarvan ze topscorer aller tijden is, leidde tot een breuk en bracht haar uiteindelijk bij een andere Deense club, Nykøbing Falster.

Over dat conflict kan en wil ze nog niets zeggen. Ze richt zich weer ‘rustig’ op handbal. Althans, zo noemt ze haar situatie dus zelf. “Ik ben lekker aan het ballen in een nieuw team,” zegt ze. “En de rol die ik daar heb, vind ik heel prettig. Het is een ‘helpende rol’. Ik speel met speelsters van 20, 21 jaar. Ik ben een oma van dertig. Maar dat vind ik juist leuk. Ik moet veel reizen, maar ik heb goede afspraken gemaakt.”

Haar huidige ritme is niet bepaald eenvoudig. “Ik moet 3,5 uur rijden naar de club. Niet elke dag, hoor. Ik heb heel goede tijden. Op maandag trainen we van vier tot zes en dan blijft het hele team eten en slapen. Dan trainen we dinsdag van tien tot twaalf en daarna rijd ik naar huis.”

“Op woensdag en donderdag train ik voor mezelf. Als ik donderdagavond die kleine op bed heb gelegd, rijd ik naar Kopenhagen. Daar trainen we vrijdag van tien tot twaalf. Als we op zaterdag een uitwedstrijd hebben in Jutland rij ik zelf heen en weer. Als we thuis spelen, overnacht ik daar.”

Kantjes ervan af

Haar vriend Rafael van der Vaart is assistent-trainer van voetbalclub Esbjerg en moet voor zijn werk als analist voor de NOS vaak naar Nederland. “Daar komt veel planning bij kijken, en dat is geen kwaliteit van Raf en mij. Maar het houdt het lekker spannend. Soms komt de één thuis en moet de ander meteen weg. Dan is het: ‘hoi!’, ‘I love you!’, ‘doei!’. Een beetje chaotisch, maar zo is het nu even.”

“Ik heb mezelf nooit op de eerste plaats gezet, niet meer sinds ik een gezin heb. Ik ben topsporter, maar uiteindelijk gaan mijn kinderen en mijn gezin voor. Maar als ik moet trainen, ben ik volledig daar. Misschien wel meer dan vroeger. Toen ik jonger was, liep ik de kantjes er weleens van af. Als ik tien uur moest trainen, deed ik er weleens acht, nooit elf. Nu wel.”

Ze kijkt vooruit. Ze zit weer bij het Nederlands team, gaat in november naar het EK. En ze heeft nog meer in haar hoofd. “Ik heb dromen, het zijn geen doelen. Ik heb de afgelopen jaren wel geleerd dat ik niet meer vooruit moet kijken.”

“Meedoen aan de Olympische Spelen van 2024 en het WK 2025 in Nederland zijn mijn dromen. Maar nu ben ik hier, voel ik me fit en komt het EK eraan. Veel verder vooruit kijk ik niet. Ik geniet er oprecht van weer te handballen en dat vind ik nu het allerbelangrijkste. Ik hoop dat ik nog een paar jaar kan blijven genieten.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden