Plus Ten Slotte

Erwin de Vries (1929-2018): Surinaamse koning van het borstbeeld

In december nog werd in Suriname ter gelegenheid van zijn 88ste verjaardag een zelfportret onthuld. De bronzen kop in realistische stijl staat op het terras van café 't Vat, de horecagelegenheid in de binnenstad van Paramaribo waar Erwin de Vries graag kwam.

Erwin de Vries met zijn beeld van Pa Sem, held tijdens de Bijlmerramp Beeld Ruud van Zwet

Hij had er zelfs een eigen tafel. De kunstenaar, vooral bekend van het slavernijmonument in het Oosterpark, bracht een groot deel van zijn leven door in Nederland, maar keerde in de jaren tachtig terug naar Suriname.

Van leren moest hij als jongen in Paramaribo niet veel hebben, maar een tekenleraar herkende zijn kunstzinnige talenten. Op diens advies haalde De Vries in Nederland zijn mo-akte tekenen. Na een aantal jaren in Paramaribo voor de klas, ging De Vries in 1958 weer naar Nederland, nu om te studeren aan de Rijksacademie in Amsterdam.

Zijn vader, een zakenman, zag aanvankelijk weinig in zijn zoons plan kunstenaar te worden. Hij liet zijn bezwaren snel varen toen hij hoorde dat De Vries een schilderij van eigen hand voor 500 gulden had verkocht aan de schrijver Albert Helman. Behalve aan de Rijksakademie studeerde De Vries ook, in Parijs, bij de internationaal vermaarde beeldhouwer Ossip Zadkine, in Nederland vooral bekend van zijn beeld De verwoeste stad in Rotterdam.

Als student exposeerde Erwin de Vries, die werd gezien als een geestverwant van de Cobrabeweging, al in het Tropenmuseum en bij de toen vermaarde galeries Le Canard en Krikhaar. In 1966 nam hij deel aan een internationale tentoonstelling in Sonsbeek, het beeldenpark in Arnhem. In 1970 was hij de eerste niet-witte kunstenaar met een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Slavernijmonument
Succesvol waren zijn borstbeelden en koppen van bekende Nederlanders als Toon Hermans, Joop den Uyl en Simon Carmiggelt. Dat laatste beeld heeft een ereplek op de redactiezaal van Het Parool. Ook in Suriname was vraag naar zulk realistisch werk. Als hij iets minder toegankelijks maakte, lag dat anders.

Voor een beeld van Alonso de Ojeda, de ontdekker van Suriname, weigerde men aanvankelijk te betalen. Toen de rekening was voldaan, verdween het vier jaar in een kelder. "Mijn abstracte werk is geheimtaal voor Surinamers," zei De Vries in deze krant. "Het is alsof iemand een Chinese krant moet lezen."

Breed gewaardeerd, ook in de Surinaamse gemeenschap in Nederland, werd De Vries' slavernijmonument in het Oosterpark. Het sterk gestileerde beeld, waarin zowel een slavenschip als een losbrekende slaaf valt te herkennen, werd in 2002 onthuld in aanwezigheid van koningin Beatrix.

In 2009, vierde de toen 80 geworden De Vries zijn 60-jarig kunstenaarschap. Voor een overzicht van zijn werk in de Kunsthal in Rotterdam kon toenmalig directeur Wim Pijbes kiezen uit de duizenden werken van De Vries.

Verlegen om inspiratie zat De Vries nooit: "Als ik ging zitten, dan kwam er wat. Ik heb mijn werk spelenderwijs tot stand gebracht. Ik heb er nooit over nagedacht. Dat is mijn kracht."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden