Erfgoedclubs des duivels over verwijderde glas-in-loodkunst Valeriuskliniek

De voormalige Valeriuskliniek wordt gesloopt, waarbij een bijzonder glaskunstwerk in een van de wanden is verwijderd. Erfgoedclubs willen dat de kunst behouden wordt.

Het glas-in-lood-kunstwerk van Matthieu Wiegman, dat beschadigd en onttakeld bij de aannemer van de De Jong Groep ligt. Beeld Efgoedvereniging Bond Heemschut

Op de plek van het gebouw van de Valeriuskliniek verrijst na het afronden van de sloop een reconstructie van het pand met daarin appartementen. De eigenaar, vastgoedontwikkelaar De Jong, stelt dat de glaskunst van Matthieu Wiegman niet in de nieuwbouw past en wil het niet laten terugkeren in het vernieuwde gebouw.

Bergense School
Erfgoedvereniging Heemschut is des duivels en heeft samen met de Stichting Het Cuypersgenootschap een protestbrief geschreven aan onder meer stadsdeel Zuid en de Amsterdamse gemeenteraad.
Norman Vervat van Heemschut spreekt van een groot verlies als het Amsterdamse kunstwerk met grote kunsthistorische betekenis verdwijnt. Matthieu Wiegman (1886-1971) geldt als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Bergense School.

Veel van de belangrijkste werken van Wiegman en zijn tijdgenoten van de Bergense School zijn vertegenwoordigd in grote museumcollecties, waaronder het Stedelijk Museum in Alkmaar. Erg veel glaskunst maakte Wiegman niet. In Amsterdam geniet zijn schildering Heilig Hart in de Obrechtkerk bekendheid.

Max de Jong van de De Jong Groep begrijpt niets van de ophef. "Ik heb hiervoor toestemming gekregen van de stad en alle vergunningen in handen. Het kunstwerk hebben we ongeveer een jaar geleden uit het pand gehaald."

Resten bewaard
De Jong is zich van geen kwaad bewust, heeft de resten ook bewaard, maar ziet weinig toekomst voor het kunstwerk. "Het is algemeen bekend dat het weggaat." Het glas-in-loodkunstwerk uit 1938, dat 28 jaar na de bouw van de kliniek werd gemaakt, is niet ongeschonden uit het pand gehaald. Een deel is gestolen tijdens de leegstand van het gebouw.

Volgens De Jong is vooral veel lood en koper gestolen. "Het raam ging kapot. Kleinere ramen aan de zijkant zijn in zijn geheel gestolen, evenals de krukstaven die het werk overeind hielden. Wat over is ligt bij onze aannemer." Hij zegt dat later nog kan worden gesproken over een terugkeer, mogelijk in de tuin, maar zeker niet in het gebouw. Dan is er een ingrijpende restauratie nodig.

"De vervallen staat van het kunstwerk is geen onoverkomenlijk probleem," zegt Norman Vervat van Heemschut. "Kunst moet natuurlijk goed onderhouden worden. Maar als het vervalt kun je veel restaureren. Verdwenen lood is al helemaal geen punt."

Hij heeft ook contact gelegd met de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente. Die zou gesteld hebben dat alleen sprake is van reconstructie mét plaatsing van het kunstwerk in het nieuwe gebouw.
Vervat: "Het glas is onderdeel van het gevelbeeld en levert een belangrijke bijdrage aan het karakter van het Valeriusplein."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.