Column

Er was één ding waarbij we het goed samen konden vinden: drinken

Ik begrijp dat er nu een wet komt die jongeren van onder de achttien verbiedt alcohol te kopen en te drinken.

Bij zo'n bericht moet ik altijd aan mijn vader denken. Die was van 1911.
Mijn vader wilde me, toen ik vijftien was, al behandelen alsof ik zestien was, want hij wilde maar met me drinken. (Op mijn vijftiende dronk ik overigens al stiekem.)

Op de dag dat ik zestien werd - vader was blijer dan ik; ik was chagrijnig, want ik had geen brommer gekregen - schonk hij mij, met veel vertoon, mijn eerste borrel.

Mijn vader en ik hadden niet echt een goede relatie - die is pas na mijn dertigste wat gekalmeerd - maar er was één ding waarbij we het goed samen konden vinden: drinken.

Drinken - en ook het lichtelijk dronken worden - was een geheim dat we samen deelden.

Ging ik bij mijn ouders naar voetbalwedstrijden kijken, dan verheugde mijn vader zich al op de jenever, de wodka, de whisky, de rum, het bier of de wijn die hij mij wilde laten proeven.

'Ik heb een heel bijzondere Schotse whisky. Van een collega gekregen, die op Harris met vakantie was.'

In twee maal drie kwartier dronken we een flink deel van de fles leeg.
Toen ik in 1971 achttien was, was ik midden in mijn hippieperiode en vond mijn vader het toch noodzakelijk dat ik leerde welke wijn je bij welk eten hoorde te drinken.

'Kijk naar de hals van deze fles; dus dit is een...'

'Bordeaux, pap,' zei ik dan.

'Heel goed. En bij welke gerechten drink je die?'

Het was een strenge cursus.

En toen kwam het moment dat ik van hem een Pétrus kreeg. Een wijn die vijftien jaar had gerijpt. Mijn vader had de beheerder van het chateau, een mevrouw Lacoste, een hand gegeven, zei hij trots.

Ik had in die tijd haar tot op mijn schouders. Ik stiftte mijn lippen wit en lakte mijn nagels zwart. Ik wilde een combinatie zijn van Frank Zappa en Bob Dylan.

De afstand tussen mij en mijn vader kon niet groter zijn.

Maar die wijn... Het samen drinken van zo'n Pétrus.

Het paradijs in je mond voelen.

De gelukzaligheid in zijn ogen zien, terwijl hij het genot in mijn ogen las, verkleinde die afstand tot iets waar niemand tussen kon komen - en ook nooit gekomen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden