Er is in deze tijd weer een ideologische strijd aan de gang

PlusTheodor Holman

Iemand kan best zeggen: ‘Ik ben eigenlijk voor het communisme’, maar je kunt niet betogen: ‘Ik zou wel voor een verlicht nazisme zijn’. Communisten en nazi’s hebben beiden miljoenen doden op hun geweten, beiden hebben de meest weerzinwekkende antisemitische taal uitgeslagen, maar toch vinden we het een erger dan het ander.

Ik zelf heb op deze plek herhaaldelijk verteld dat ik vroeger in mijn jeugd het communisme een warm hart toedroeg en gelukkig is er geen lezer geweest die mij dat kwalijk nam. Toch vreemd.

Zelf doe ik er trouwens ook aan mee.

Wanneer er in Het Parool een columnist zou zijn die serieus stelt: ‘Maar dames en heren, luister, dat nazisme had verdomd goeie kanten’, dan zou ik onmiddellijk mijn medewerking aan de krant opzeggen. Terwijl ik een communist in onze kolommen – tot op zekere hoogte – zou gedogen.

Raadselachtig. Zeker gezien de traditie van deze krant. Toen ik bij de krant kwam werken, werd er enorm geroddeld over Simon Carmiggelt, die woedend was over het communistische verleden van redacteur Wim Jungmann (die het communisme na de oorlog had afgezworen, maar wel getrouwd was met de weduwe van Jan Carmiggelt, de door de Duitsers geliquideerde broer van Simon). Ik kende beiden enigszins en snapte toen niet waarom die ‘oude mannetjes’ zo’n ideologische ruzie met elkaar hadden. Nu begrijp ik dat beter: ideologieën zorgen juist voor vijandschap, zelfs binnen families.

Er is in deze tijd weer een ideologische strijd aan de gang. Zo zie ik het communisme in populariteit toenemen. Bij schrijvers (Ilja Pfeijffer en Gustaaf Peek, die er fier op zijn), maar ook bij sommige columnisten die menen dat de laarzen van het fascisme weer door de straten dreunen.

Baart mij dit zorgen?

Ja, nogal.

Fascisme en communisme zijn denksystemen die ik meer dan verafschuw. Maar net zoals met een begrip als racisme gebeurt, ben ik bang dat er aan de scherpe randen van die moorddadige stelsels wordt geknaagd.

Het communisme geniet onder intellectuelen nog een vorm van sympathie die ik onbegrijpelijk vind en dus ook moeilijk kan verklaren. Denkt men toch dat gelijkheid en vrijheid samen kunnen gaan? Komt het door de ideologische empathie met slachtoffers dat men slachtoffers ziet in daders? Komt het door de klassentegenstellingen die men waarneemt? Komt het door het teloorgaan van verworvenheden? Of wil men uit schuldgevoel solidair zijn?

Wie is er naïef?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden