Plus

Er gloort weer hoop voor de witkar: 'Het kan, het moet en het zal'

Luud Schimmelpennink heeft zijn droom van een stad waarin zijn witkarren mensen van A naar B brengen nog niet opgegeven. 'Ik ben mijn tijd niet vooruit, de rest loopt gewoon achter.'

Eind jaren zeventig was de elektrische witkar een vertrouwde verschijning in het straat­beeld Beeld anp

Het zou nu écht zomaar ineens heel snel kunnen gaan met de witkar, zegt Luud Schimmelpennink. Op de kop af vijftig jaar is de oud-provo er al mee bezig, maar van een mislukking is echt geen sprake. Integendeel: "Dromen? Hoezo? De witkar is de toekomst die steeds dichterbij komt."

Nagenoeg een halve eeuw geleden sprak Schimmelpennink, inmiddels 81 jaar, voor het eerst in de Amsterdamse gemeenteraad over het revolutionaire vervoermiddel, een deelautoconcept voordat het woord nog maar bestond.

Witkarcoöoperatie
In de gemeenteraad zit hij inmiddels niet meer, maar gestopt met de witkar is hij nooit. Volgende week wordt zelfs de aloude Witkarcoöoperatie heropgericht. "We zijn er echt bijna," zegt Schimmelpennink.

Mochten er Amsterdammers zijn die het niet meer helemaal op het netvlies hebben: het collectieve motorvoertuig de witkar werd door
industrieel ontwerper Schimmelpennink zelf getekend en gebouwd. Een cilindervormig voertuig op drie wielen. Elektrisch, met een gewicht van 400 kilo, kon een snelheid worden bereikt van 30 kilometer per uur.

Sharing mobility, zouden we tegenwoordig zeggen: wie een witkar wilde gebruiken, moest lid worden van de vereniging en kon vervolgens voor een dubbeltje per minuut een kar lenen van een van de vijf stations in de binnenstad. Een rit moest wel eindigen op een van de stations op Amstelveld, Elandsgracht, Spui, Nieuwmarkt of Oudebrugsteeg: hier konden de accu's binnen zeven minuten worden opgeladen.

Levenslang lidmaatschap
Het werd een groot succes, zegt Schimmelpennink. Die in één moeite door het feit negeert dat de witkar er anno 2017 feitelijk nog steeds niet is. "Er waren 4500 leden die 25 gulden betaalden voor een levenslang lidmaatschap. In totaal zijn er 37 witkarren geweest die alles bij elkaar ongeveer 20.000 ritten hebben gemaakt. Tot volle tevredenheid, nooit één ongeluk, in elk geval niet een ongeval met letsel."

Luud Schimmelpennink Beeld Charlotte Odijk

Het systeem heeft zich bewezen, aldus Schimmelpennink. Dat de witkar de embryonale fase nooit is ontgroeid, heeft met het systeem niets te maken, zegt hij.

"Dat ligt aan Amsterdam. De gemeente wilde niets, helemaal niets. We kregen te weinig ruimte voor stations en hoewel iedereen enthousiast was, behalve de CPN, zei de burgemeester dat het niet mocht van de politie. Die zouden de witkar gevaarlijk vinden. Belachelijk natuurlijk, gezien de statistieken."

Een staat van halfslaap
Gevolg: het witkarproject werd na enkele jaren stilgezet, de vervoersmiddelen werden verkocht of geschonken aan musea (het Stedelijk heeft er een) en de coöperatie belandde in een staat van halfslaap. Alles en iedereen stopte, behalve Schimmelpennink, die ging door.

En zie: als de tijd vijftig jaar geleden niet rijp was, dan is ie dat nu wél, zou je denken. De auto voert een achterhoedegevecht: hoe langer hoe minder mensen voelen de behoefte er een te bezitten, maar willen wel over een gemotoriseerd voertuig kunnen beschikken. Autodeelconcepten schieten als paddenstoelen uit de grond, kapitalistische bedrijven zien niet voor niets de gaten in de mobiliteitsmarkt.

We spreken Schimmelpennink bij een autoverhuurbedrijf in Zuidoost, de plek waar enkele van zijn originele en gereviseerde witkarren dienen als uithangbord voor een moderner witkarconcept, een met reguliere autootjes. Voor de gelegenheid wordt een ritje gemaakt. Als een zonnetje gaat het, over de grote brede wegen van Bullewijk.

Ervaren witkarrijder
Schimmelpennink is een ervaren witkarrijder, dat is duidelijk. Eén hand aan het stuur sjeest hij door de bochten, de schuifdeur nonchalant open. Als de verslaggever zelf mag rijden, blijkt hoe gemakkelijk het is. Vooruit en achteruit, richting aangeven en ruitenwissen: ingewikkelder wordt het niet. Volle snelheid, maar het beschuitblik gaat niet om.

In de eenvoud schuilt de kracht, zegt Schimmelpennink, die zegt dat het met moderne technologische ontwikkelingen alleen maar gemakkelijker is geworden om van de witkar een succes te maken. Het kan, het moet en het zal. Dus denkt hij groot.

Grote witkarstations
"Er moeten grote witkarstations aan de Ring komen en over de hele stad moet een raster geplaatst worden. Elke 300 meter een plek waar je er een aantal kunt parkeren voor de volgende klant. Duizend tot vijftienhonderd witkarren zouden genoeg moeten zijn."

Van klein denken kun je Schimmelpennink niet beschuldigen.

Veranderingen moeten radicaal, dingen moeten niet een beetje anders, ze moeten compléét anders. En dat al een halve eeuw lang. Was hij zijn tijd niet al die jaren ver vooruit? "Ik ben niet degene die vooruit loopt, de rest loopt gewoon steeds een beetje achter."

Schimmelpennink vindt dat de witkar van de toekomst vooral de witkar van het verleden moet zijn: een systeemvoertuig noemt hij het zelf. Is dat niet te lullig? Verstoord kijkt hij op. Het vervoermiddel moet zich onderscheiden, zegt hij. Hoewel hij ook inziet dat aanhaken bij bestaande initiatieven wellicht verstandig is.

Onverwoestbare onverstoorbaarheid
"De Biro, die moderne elektrische tweezittertjes, zouden ook de rol van nieuwe witkar kunnen vervullen. Ik ben al twee keer bij ze geweest in Italië: zij willen wel."

Schimmelpennink heeft een onverwoestbare onverstoorbaarheid. Dat kan ook niet anders: met geen enkele andere levenshouding had hij zijn witkarmissie zo lang kunnen volhouden. Wat niet wegneemt dat de jaren beginnen te tellen, zegt hij. "De witkar zou weleens mijn laatste kunstje kunnen zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.