PlusPS

'Er gaat op scholen zo veel tijd zitten in betekenisloze kennis'

Bij Monique Volman (57), hoogleraar onderwijskunde, gaat het al haar hele leven over school. Wat wil je, met een vader als rector en moeder als lerares Frans. In het nieuwe schooljaar breekt ze een lans voor betekenisvol leren. 'Roepen dat vroeger alles beter was, is onzin.'

Monique VolmanBeeld Mark van der Zouw

De slingers van de achttiende verjaardag van haar zoon hangen boven de tafel in de charmante bovenwoning in de Watergraafsmeer van Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde aan de UvA. Haar beide kinderen zijn nu voor de wet volwassen. De feestvlaggetjes symboliseren ook een ander eindpunt: haar kinderen gaan niet meer naar school.

Voor Volman is dat een opluchting en een verlies tegelijk. Het is fantastisch om als onderwijskundige te kunnen putten uit je eigen ervaring en die van je kinderen. Toch is het ook een opluchting, want haar zoon had een hekel aan school en zag het nut er niet van in.

Pijnlijk punt, want juist betekenisvol leren - dingen leren waar je het nut van inziet - is al jaren haar onderzoeksveld. Net als vernieuwend onderwijs, emancipatie en kansenongelijkheid, waarvoor ze onlangs een stevige onderzoeksbeurs kreeg.

Het lukt Volman - een gulle lach, vriendelijk, open en vol zelfspot - sowieso vaak om beurzen te krijgen. Ze wordt geraadpleegd door het ministerie van Onderwijs en zat in de jury van scholenwedstrijd Onze Nieuwe School, van de gemeente.

Zelf hield ze van school. Als dochter van een rector en een lerares Frans haalde ze met gemak het vwo.

Ging het vroeger aan de keukentafel vaak over onderwijs?
"Altijd eigenlijk. Mijn vader was rector van een havo-vwo-school in Helmond. Was er ingebroken, dan moest hij ernaartoe, was er brand, ging hij erheen. Mijn ouders bespraken de strubbelingen op school. Mijn moeder was een leuke lerares en werkte in haar lessen vaak met Franse chansons, die ook altijd opstonden als ze aan het strijken was. Mijn broer, zus en ik zaten op die school. Mijn strategie was om me zo onopvallend mogelijk te gedragen."

Put u uit die schoolervaringen voor uw werk?
"De hele lijn van betekenisvol leren komt rechtstreeks van mijn eigen ervaringen. Als puber was ik best goed in wiskunde, totdat ik in de derde kwam en ineens een vier had. Ik was als de dood voor de wiskundeleraar, hij schreeuwde ook naar me. Later kwam ik bij een andere docent in de klas. Daar mochten we in groepjes een tolletje maken en gebruiken om te begrijpen hoe kansberekening werkt. Toen had ik weer een zeven."

Meisjes en wiskunde werd later een van uw grote onderwerpen.
"Meisjes kozen zelden voor wis-en natuurkunde, nog steeds minder dan jongens, maar destijds werd nog gezegd: 'Meisjes hebben een achterstand of ze kunnen het niet.' Terwijl ik dacht: meisjes worden achtergesteld."

"Meisjes zijn niet minder slim. Ze kunnen alleen geen betekenisvolle relatie leggen met de wis- en natuurkunde zoals die op school wordt aangeboden. Tijdens een van mijn onderzoeken bleek dat veel van de voorbeelden in de exacte vakken over traditionele jongensonderwerpen zoals voetbal gingen, dat sloot niet aan bij meisjes. Wat bleek? Als je opgaven geeft bij natuurkunde over hoe apparatuur in ziekenhuizen werkt, zitten meisjes ineens op het puntje van hun stoel."

Hoe kwam u zo betrokken bij de vrouwenzaak?
"Als student was ik al feministisch. Ik vond dat veel dingen niet rechtvaardig waren voor vrouwen, terwijl ik juist met een enorm gevoel van rechtvaardigheid was opgevoed."

"We waren in die tijd, de jaren tachtig, over veel dingen boos. Zuid-Afrika, kernbommen. Ik ben een beetje een schijterd en heb een hekel aan geweld. Maar ik wilde toch iets bijdragen, dus ben ik een EHBO-cursus gaan volgen en werd de Florence Nightingale van de kraakbeweging."

"Ik heb ook het vrouwenoverleg onderwijskunde opgericht. Het ging mij niet genoeg over genderonderwerpen, bijvoorbeeld over waarom meisjes minder scoren op exacte vakken."

U heeft het vaak over betekenisvol leren. Wat is dat eigenlijk?
"Dat is leren waarbij je ervaart dat je door de kennis of vaardigheden die je opdoet, de wereld en je eigen plek daarin beter gaat begrijpen en er beter mee kunt omgaan. Er gaat op de meeste scholen zo veel tijd zitten in betekenisloze kennis. Dat boek moet uit: hoofdstuk 1, dan 2 en 3. Niet: kijk, je drinkt water uit een flesje. Hoe komt dat water schoon? Dat kun je vanuit de scheikunde benaderen, maar ook via sociologie en biologie."

"De vakken zijn de bronnen waar je kennis kunt vinden, maar je wilt het weten omdat er vragen zijn. Dan zie je dat kennis nodig is om problemen op te lossen. De stelling van Pythagoras kun je vertellen als detective. Er is altijd eerst een probleem, daarna wordt het opgelost met kennis."

"Ook op de universiteit wordt meer en meer samengewerkt vanuit verschillende studies, want binnen één discipline red je het niet om complexe vraagstukken op te lossen."

Nederlandse scholieren zijn volgens internationale onderzoeken bijzonder slecht gemotiveerd. Zou betekenisvol leren kunnen helpen?
"De constatering dat kinderen van school komen en denken: eindelijk, nooit meer leren, dat zie ik als een van de grootste problemen in het onderwijs. Hoe komt het toch dat we er niet in slagen om jongeren te laten zien dat het interessant is om dingen te leren over de wereld en over jezelf? Daar zit een link met gelijke kansen, want kinderen in de lagere niveaus van het onderwijs hebben helemaal het idee dat ze niets kunnen en niets aan school hebben."

Monique VolmanBeeld Mark van der Zouw

"Veel leerlingen leren omdat het moet. Ze zien de verbanden niet. Dan haal je je eindexamen, ga je naar Mallorca en spoel je alles er weer uit. Zo zonde. Daarom heb ik veel plezier in samenwerken met vernieuwende scholen, die zoeken alternatieve manieren van leren."

Maar over vernieuwingsonderwijs wordt vaak met dedain gesproken. Daar zullen ze niet meer stampen, goed rekenen, leren wanneer de Slag bij Nieuwpoort was.
"Dat beeld klopt niet. Alle tien scholen die we volgen, waaronder het Hyperion Lyceum en het IJburg College, laten hun leerlingen het eindexamen halen, maar ze bieden meer. Wij onderzoeken waar ze tegenaan lopen. Wat je wel ziet, is dat veel vernieuwers een periode hebben dat hun leerlingen minder goed scoren op het eindexamen. De onderwijsinspectie geeft ze dan op hun kop, waarna ze weer naar traditionelere methodes grijpen. Na zo'n fase drijven ze te ver af van hun visie en gaan ze weer terug naar de vernieuwing. Het lijkt een soort cyclus te zijn."

"Die scholen zijn niet altijd blij met het centrale eindexamen. Maar ik vind het, ondanks de bezwaren, een goede zaak. Het eindexamen maakt dat we kinderen toegang kunnen geven tot elke hogeschool en universiteit in Nederland. In andere landen hangt je vervolgopleiding af van op welke school je hebt gezeten. Het eindexamen garandeert een gelijke kans voor iedereen."

Er wordt veel geklaagd over de huidige staat van ons onderwijs. Kinderen kunnen minder goed lezen, schrijven, kunnen zich niet meer concentreren. Gaat het wel goed met het onderwijs in Nederland?
"Nou, ouders zijn hoger opgeleid en zitten er bovenop. Ze willen dat hun kinderen havo of vwo doen, zijn veeleisend, weten zelf beter. Dan denk je blijkbaar snel dat een school tekortschiet. Ik geloof er niets van dat het onderwijs zo veel slechter is dan x jaar geleden."

Is het onderwijs dan beter geworden?
"Ook niet. Maar anders. Er komt steeds meer bij. Je moet elke keer bedenken: wat moeten kinderen kunnen en weten. Dan zeggen mensen: 'Ze weten niet meer wanneer de Slag bij Waterloo was, verschrikkelijk!' Maar er is ook een stuk geschiedenis bijgekomen dat relevant is om nu te begrijpen. Wat er in Oekraïne gebeurt en waarom, dat hebben jij en ik niet hoeven leren."

"Er zijn wel dingen veranderd. Ik vind het heel zonde dat mijn kinderen niet in literatuur geïnteresseerd zijn, en het ook weinig op school aangereikt hebben gekregen. Maar ze leren wel dingen die ik niet heb geleerd. Informatica bijvoorbeeld en hun Engels is stukken beter dan het mijne. Ze zijn bijna native speakers."

"'Vroeger was alles beter' roepen is onzin en je hebt er ook zo weinig aan. De kwaliteit van het onderwijs zit hem niet in de Slag bij Waterloo."

Het bovenhuis van Volman heeft een torentje. Vanuit het huis zie je de basisschool waar haar kinderen naartoe gingen: de WSV. Traditioneel onderwijs. Een witte school in een witte buurt. Ze hadden er een leuke tijd, Volman zat nog in het bestuur van de school. Maar een poging de WSV te mengen, 'minder wit' te maken, lukte niet door de manier waarop kinderen in die tijd via hun postcode op school werden geplaatst. Jammer, zegt ze.

Wat vindt u van het feit dat er witte en zwarte scholen in Amsterdam zijn?
"We hebben over dit onderwerp een paar maanden geleden heftige discussies gehad op onze afdeling pedagogische en onderwijswetenschappen. Met bijna twintig collega's schreven we een opiniestuk in de Volkskrant, dat we vooral van die termen af wilden. In andere landen denken mensen: wat gênant, hoe durven mensen daar zo over te praten? Het lijkt wel apartheid."

"Ik vind het erg dat er scholen zijn die naast elkaar staan met een totaal andere leerlingenpopulatie. School is de plek waar je elkaar tegen moet komen, daarna gebeurt dat vaak niet meer."

Toch heeft u ervoor gekozen om uw kinderen naar een witte school aan het eind van de straat te laten gaan.
"Ik wilde niet slepen met mijn kinderen. Ik heb ze ook niet naar een school met vernieuwend onderwijs gestuurd. Dat vond ik te ver weg. Ik had ze ook naar de WSV gestuurd als het een school met veel Turkse en Marokkaanse kinderen was geweest. Of ik had een ouderinitiatief opgezet, want als mijn kind als enige in de klas een Nederlandse achtergrond had, zou ik dat ook lastig vinden. Mijn zoon heeft wel op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) gezeten, een prima en heel diverse school."

"Het is zeker een probleem in de stad. Het tragische is dat het in Amsterdam makkelijk anders zou kunnen. Al heeft het ook met wonen en buurten te maken. In deze buurt wonen veel witte mensen en dat maakt de scholen niet gemengd."

Wat vindt u van de tendens in de stad dat islamitische ouders vaker voor islamitische scholen kiezen? En dat er een islamitische middelbare school komt?
"Scholen moeten goed onderwijs geven, als ze dat kunnen, ga je gang. Maar ik vind het idee van christelijke, joodse of islamitische scholen een vreemd restant van het verleden. Nu de ChristenUnie meepraat in de coalitiebesprekingen, is er een grote kans dat artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van onderwijs, blijft zoals het is."

Jeugdfoto Monique VolmanBeeld Privé

"Terwijl staatssecretaris Sander Dekker heeft voorgesteld om niet alleen godsdienst als basis voor een school mogelijk te maken, maar ook vernieuwende onderwijsvisies. Wat mij betreft wordt artikel 23 aangepast en komen er alleen nog scholen bij die een duidelijk (vernieuwend) idee hebben voor onderwijs."

"Wat ik ten aanzien van alle, en dus ook islamitische scholen belangrijk vind, is dat op school de wereld voor kinderen opengaat, niet dicht. Maar je kunt deze scholen met de wet op de vrijheid van onderwijs niet tegenhouden."

U heeft 2,5 miljoen euro gekregen voor een groot onderzoek naar kansenongelijkheid en diversiteit in onderwijs en jeugdzorg. Waarom is dat nu belangrijk?
"Toegang tot hoger onderwijs is moeilijker geworden met het wegvallen van de studiebeurs. De mogelijkheid om altijd een stapje verder te komen, door bijvoorbeeld diploma's te stapelen, wordt lastiger. Door het verplaatsen van de Cito-toets lijken kinderen uit laagopgeleide gezinnen minder kansen te krijgen. We hebben onder een PvdA-minister, Jet Bussemaker, - die toch staat voor kansengelijkheid - vooral gezien dat er meer ongelijkheid is gekomen. Verder hebben we een nieuw jeugdzorgstelsel, dat jongeren die het hardst hulp nodig hebben, niet altijd bereikt."

"Toen het hele land vragen mocht indienen voor de Nationale Wetenschaps Agenda, waren onderwijs en jeugd wonderlijk genoeg niet als onderzoeksopdracht vertegenwoordigd. Ik heb toen, met andere onderwijs-en jeugdwetenschappers, gezorgd dat hier toch aandacht voor kwam. We kregen 2,5 miljoen onderzoeksgeld voor jeugd en onderwijs en vonden dat we dat moesten gebruiken voor onderzoek naar kansenongelijkheid. Wij hebben daar met 35 partijen, waaronder 9 universiteiten en 6 hogescholen, een voorstel voor gemaakt."

Wat gaan jullie onderzoeken?
"We buigen ons over diversiteit in de schoolklas en over de opkomst van buitenschoolse onderwijsvormen. Die bijlessen en trainingen kunnen ongelijkheid in de hand werken, maar kinderen met achterstanden ook helpen. We kijken ook naar de jeugdzorg en de jeugdgezondheidszorg. We hopen met onverwachte verbindingen ingewikkelde vragen op te lossen."

Dit is slechts een van de onderzoeken waar u aan werkt. Is het hoogleraarschap een drukke baan?
"Ja, het is pittig. Ik denk weleens aan de tijd dat ik zelf studeerde en hoogleraren vooral mannen waren. Toen was het een relaxter baantje, volgens mij. Ik kan me een hoogleraar herinneren die een kamer had met uitzicht op het Vondelpark, waar hij omringd door vergeelde paperassen kon mijmeren over zijn volgende onderzoek. Hij hoefde nooit college te geven."

"Nu moet je college geven, onderzoeken doen, regelmatig publiceren, heb je managementtaken, je moet beurzen aanvragen, onderzoek beoordelen, promotiecommissies voorzitten, maatschappelijk relevant zijn. Ik ben zeker zestig uur per week bezig. De competitie om geld en de werkdruk op de universiteit zijn door­geschoten. Ik doe mijn werk met plezier, maar ik vind ook andere dingen leuk: theater en cabaret, ik speel blokfluit in een muziekgroepje, heb een boekenclub, zit in besturen en houd van koken. En ik heb een vrouw en twee kinderen."

Wilde u altijd al hoogleraar worden?
"Ik was daar niet echt mee bezig. Het gebeurde. Ik deed onderzoek voor het Kohnstamm Instituut, later op de VU. Uiteindelijk werd ik ervoor gevraagd, mede dankzij Geert ten Dam, de huidige collegevoorzitter van de UvA."

U wordt omschreven als 'bescheiden.' Zulke mensen worden meestal geen hoogleraar in een competitieve academische wereld.
"Bescheidenheid vind ik een goede eigenschap, een ondergewaardeerde eigenschap ook. Ik houd niet van het idee van wetenschap als competitie. Maar ik geloof wel in de zaak waar ik voor strijd: goed onderwijs en emancipatie. En ik houd van samenwerken. Samen bereik je veel meer dan alleen."

"Het is iets uit mijn opvoeding. Mijn grootmoeder kwam uit de Belgische Ardennen. Ze sprak Frans en voedde mij mede op. Une fille bien simple - een gewoon meisje - was in haar ogen het hoogste wat je kon bereiken. Geen kapsones hebben, niet te veel opvallen. Dat zit er diep in."

Maar u bent wel op de hoogste post in de academie terechtgekomen.
"Je moest wel goed zijn, dat vond ze ook. Als je hersens hebt, zul je ze gebruiken ook, maar je mocht je er niet op laten voorstaan. Ik heb goede cijfers altijd gênant gevonden. Mijn hele middelbare schooltijd durfde ik nooit te zeggen dat ik hoge cijfers had. Maar je mocht je wel inzetten voor een zaak, en daarmee succes hebben. Dus dat doe ik nu."

Heeft u ooit ambitie gehad zelf voor de klas te staan?
"Ik heb altijd gezegd dat als ik later oud en wijs ben, ik nog kleuterjuf wil worden. Maar ik bén al oud en wijs, het gaat er geloof ik niet meer van komen. Wie weet als ik gepensioneerd ben. En het leraren­tekort nog zo groot is."

Monique Volman

Geboren
12 augustus 1960, Bussum

Volman komt uit een onderwijsgezin. Haar vader was conrector op een school in Bussum, later rector in Helmond op het Carolus Borromeus ­College, haar moeder lerares Frans. Volman deed de basisschool in Bussum, de middelbare school in Helmond en later pedagogiek aan de VU.

1986-1997
Kohstamm Instituut - onderzoeker

1997-2010
Universitair docent en bijzonder hoogleraar onderwijs­kunde aan de VU

2010-heden
Hoogleraar onderwijskunde UvA

Volman woont met haar vrouw en zoon (18) in de Watergraafsmeer. Haar dochter (21) woont op kamers in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden