Plus PS

Enith Brigitha: 'Ik wilde niet zeggen: ik had die gouden medaille moeten hebben'

Enith Brigitha (61) zou olympisch kampioen zijn geweest - zonder concurrentie van doping gebruikende Oost-Duitsers. Zij en andere gedupeerden worden op 14 februari geëerd met een oorkonde in het Olympisch Stadion. 'Een zoethoudertje.' Het zwemmen is nog altijd in haar leven: ze geeft les in Diemen.

Enith Brigitha: 'We weten hoeveel sporters er gedupeerd zijn in mijn tijd, we weten wie dat waren, waarom wordt daar geen lijst van ­gemaakt?' Beeld Ivo van der Bent

Enith Brigitha, die zwemles geeft in het Duran Zwembad te Diemen, was in de jaren zeventig de beste zwemster van ­Nederland. In 1974 werd ze sportvrouw van het jaar, gehuldigd met haar mannelijke evenknie, Johan Cruijff.

Twee keer deed ze mee aan de Olympische Spelen, waaronder in 1976 in Montreal. Daar won ze brons. Zoals ze haar hele carrière tijdens internationale wedstrijden net naast de gouden medaille greep - de medaille die een sporter de zweem van onsterfelijkheid meegeeft.

Brigitha moest het opnemen tegen, naar later bleek, zwaar gedrogeerde Oost-Duitse zwemsters. "Op die grote toernooien was ik allang blij dat ik me staande hield."

Deze maand tekent minister Edith Schippers in het Olympisch Stadion een oorkonde waarbij aandacht wordt ­gevraagd voor de sporters die altijd ­schoon bleven, maar het aflegden tegen de ­dopinggebruikers. Zoals Brigitha.

Bent u blij met die oorkonde van de ­minister?
"Ik vind het jammer dat het een algemene oorkonde is, zonder namen erop. We weten hoeveel sporters er gedupeerd zijn in mijn tijd, we weten wie dat waren, waarom wordt daar geen lijst van ­gemaakt? Wat zegt nou een blanco oorkonde? Ik zie het als een zoethoudertje, en dat vind ik jammer."

"Ik weet dat er een hoop andere sporters zijn die daar ook zo over denken. Of die weten überhaupt niks van die oorkonde omdat ze überhaupt niet zijn uitgenodigd voor die bijeenkomst. Ik weet het toevallig, omdat ik er een uitnodiging voor heb gehad."

Heeft u nog contact met oud-olympiërs uit die tijd?
"Zeker met de zwemmers, ja. Er zijn er genoeg die bijvoorbeeld vaak vierde zijn geworden, met de estafetteploeg zijn we ook vaak vierde geworden. Sporters die nét geen medaille haalden, maar wél een ­medaille gehad hadden moeten hebben. Goud zelfs. Jammer dat ze niet de eer krijgen die ze verdienen."

U was een paar maanden geleden het onderwerp in Andere Tijden Sport. Daarin zei u dat het een slag in uw ­gezicht was toen in 1991 bekend werd dat de Oost-Duitse zwemmers onder een dopingprogramma functioneerden. Maar wist u dat niet allang?
"Kijk, je vermoedt het natuurlijk wel, dat er iets aan de hand was. Want het was absurd: tot en met 1972 was er niet één Oost-Duitse zwemster te bekennen in het hele veld, en vanaf 1973 tot diep in de jaren tachtig waren het vrijwel alleen Oost-Duitse zwemsters die medailles haalden. Ik train me óók rot, dacht ik, wat is hier aan de hand?"

"Pas achteraf, jaren erna, ga je al die dingen op een rijtje zetten. In die tijd ben ik een keer in zo'n Oost-Duits zwem­internaat geweest, en daar stonden allerlei artsen langs het bad. En maar bloed afnemen uit de oorlellen, die mannen. Als kind realiseer je je niet wat er aan de hand is, dan denk je alleen maar: dat is normaal, ze hebben hier alle faciliteiten. Waar ze precies mee bezig zijn, daar sta je niet bij stil."

Enith Brigitha: 'Wat zegt nou een blanco oorkonde? Ik zie het als een zoethoudertje' Beeld Ivo van der Bent

"Achteraf vallen alle kwartjes. Zie je nu ook weer bij het wielrennen, ineens komen die dopingschandalen aan de oppervlakte. Je kunt wel vermoedens hebben, maar je hebt het niet zwart-op-wit. Dus toen dat ­allemaal officieel naar buiten kwam, was dat een domper voor me."

Hoe volgde u de onthullingen van al die dopingschandalen in het wielrennen?
"Ik vind het ongelofelijk dat die mensen alles alleen maar aan zichzelf gunnen. De ander niks, alleen nummer één telt en ze willen alle eer voor zichzelf ­opstrijken, ten koste van alles. Ongelofelijk dat er sporters zijn die bewust doping gebruiken om de beste te zijn. Sorry, maar die moeten direct geschorst worden en hun medailles inleveren. Ik zie het als frauderen."

Hoe was dat in 1991, toen al die verhalen over doping in het zwemmen naar buiten kwamen?
"Ik woonde toen op Curaçao en hoorde het op het nieuws, het was in de tijd dat de Muur viel. Al die artsen werden opgepakt en ontmaskerd, sporters bekenden wat er al die tijd gebeurd was, wat de medische consequenties waren, ook de fysieke ­problemen die ze erdoor hebben gehad."

"Jeetjemina, dacht ik, waar zijn ze toch mee bezig geweest?"

Ging u daardoor ook anders tegen uw eigen zwemcarrière aankijken?
"Ik zag nog meer dat het een gevecht tegen de bierkaai is geweest. Dat dacht ik ook toen ik in 1979 stopte. Ik zag: hier is geen eer meer aan te behalen."

Kijkt u met plezier terug op uw carrière als wedstrijdzwemmer?
"Op zich wel. Ik heb een leuke tijd gehad, ik heb een hoop gezien van de ­wereld en een hoop meegemaakt. Natuurlijk zit er een dramatisch einde aan het verhaal, dat had ik ook niet verwacht, en dat is jammer. Maar buiten dat feit heb ik het echt goed gehad."

Wie was de eerste die een wedstrijdzwemmer in u zag?
"Toon Annemaat, op Curaçao. Hij was de eerste die zei: 'Dat gaat een hele goeie worden.' Zal wel, dacht ik, ik zwom net een jaar bij een zwemclubje. De Olympische Spelen waren in Mexico dat jaar, de spaarzame beelden die er op Curaçao van te zien waren, verslond ik: geweldig."

Wanneer werd het serieus voor u?
"Ik werd al gauw de snelste van Curaçao en de Antillen. De meisjes zwom ik eruit, de dames ook, ik trainde met de mannen. Met het beetje training dat ik daar kreeg, presteerde ik al heel aardig. En toen, bij toeval, vertrok mijn moeder met mij en mijn vier broers naar Nederland, in 1970."

Hoezo was dat bij toeval?
"Het had niks met mijn zwemcarrière te maken, maar het was voor mij op het goede moment. Mijn moeder is Nederlands, mijn vader Antilliaans. Ze waren ­gescheiden, dus mijn moeder stond er ­alleen voor met haar vijf kinderen. Een vriendin zei: 'Ik ga terug naar Nederland, ga mee! Je moet ook aan de toekomst van de kinderen denken.'"

"Twee jaar lang heeft mijn moeder keihard gewerkt om de reis bij elkaar te sparen. Van Toos Beumer, oud-topzwemster, kreeg ik een brief mee, zij had gezegd: 'Als je in Amsterdam bent, ga naar Wil Storm, zij is dé zwemcoach van Amsterdam.' Zij heeft mij uiteindelijk naar die hoogste top getraind."

Hoe was het voor u, toen u in Amsterdam kwam?
"Gelukkig was het zomer toen we hier aankwamen. Ik was al twee keer in Nederland geweest, op vakantie, toen nog met allebei mijn ­ouders. Maar vakantie is ­totaal anders dan als je hier woont. Alles was ­anders. Anders dan op een eilandje. De mensen zeiden wat ze dachten. Op ­Curaçao ging het van: wat je denkt, dat zeg je niet tegen mensen. Dat directe, daar houden ze helemaal niet van. Allemaal dingen waaraan ik moest wennen."

Waar woonden jullie?
"De eerste paar maanden in Amsterdam, we werden opgevangen door vrienden die ons in huis namen. Dat was niet van lange duur: mijn broertjes waren ­gewend om altijd maar te rennen, het was een woning met trappen, dat bonkte de hele dag door. Het was bij ­oudere mensen, die hielden dat niet vol."

"Toen zijn we naar Egmond aan Zee ­gegaan, in een zomerhuisje, midden in de winter. IJskoud, het vocht droop van de muren. Mijn moeder vond een baan op een school in Alkmaar en we zijn daar gaan wonen. Voor de trainingen pendelde ik naar Amsterdam, naar Sportfondsenbad-Oost, om met Wil Storm te trainen."

Was het een cultuurshock?
"Natuurlijk was het dat. We waren steeds het eerste donkere gezin in de straat, ook in Amsterdam, de mensen keken hun ogen uit. En als er wat was ­gebeurd, was het: 'Die zwarte kinderen daar hebben het gedaan!' Dat was in het begin wel heel naar. Gelukkig kregen mijn broers al snel contact met buurkinderen, dat hielp. Voor mij was het anders: ik ging meteen op zwemmen."

Was dat fijn?
"Heerlijk. Ik ben meteen op zwemvereniging Het Y gegaan, en werd daar heel warm ontvangen. Dat heeft me ontzettend geholpen: mensen stonden klaar voor me, vonden het fijn dat ik er was. Ik putte daar zelfvertrouwen uit. Het scheelt echt als je iets kunt waardoor je meteen geaccepteerd wordt. Voor mijn broers was dat anders, die zwommen niet en hadden ook geen zin om in dat koude water hier te springen."

Hoe vond u het om in dat koude chloorwater te springen?
"Verschrikkelijk. Ik was de Caraïbische Zee gewend. Eindeloos stond ik te bibberen langs de kant eer ik erin durfde. Als ik er eenmaal in was en een baan had ­gezwommen, ging het wel. Buiten trainen, ook zo erg! Dan zeiden ze: 'Het is lekker warm, 20, 21 graden!' Ik sprong erin: het voelde ijskoud."

Was u van nature competitief?
"Bij mij was het altijd: ik ga ervoor en ik wil winnen. Altijd de beste en de snelste willen zijn. Ik kon wel overweg met verlies, maar zo vaak heb ik niet verloren in mijn carrière."

U was oppermachtig in Nederland?
"Ja, maar als je aan de top staat, wil je er ook blijven. Tien jaar lang. Dat is je eigen, persoonlijke strijd die je moet voeren."

Was u een trainingsbeest?
"Ik was dol op trainen. Als ik eenmaal bezig was, dan ging ik ervoor. Natuurlijk heb ik ook dagen gehad dat ik geen zin had, maar als ik eenmaal in het water lag was ik het kwijt."

Enith Brigitha: 'Ongelofelijk dat er sporters zijn die bewust doping gebruiken om de beste te zijn' Beeld Ivo van der Bent

Steunde uw moeder u in het zwemmen?
"Ze steunde me door te zeggen: 'Enith, als je er geen zin meer in hebt, dan hou je er maar mee op. Je moet niet van mij'."

Is dat echt steunen?
"Ja! Want er waren genoeg kinderen bij die moesten, die werden gedwongen, met van die gillende ouders langs de kant. Dat zijn de kinderen die afhaken. Als je een goede zwemmer wilt worden, moet je dat vanuit jezelf willen, en niet gedwongen worden door je ouders."

Leeft uw moeder nog?
"Ja, ze wordt volgende maand 85, we spreken elkaar bijna dagelijks. En ik ben haar dankbaar dat ze naar Nederland is verhuisd. Op Curaçao had ik nooit de carrière kunnen hebben die ik nu gehad heb: de faciliteiten waren daar niet, die moet je dan buiten het eiland zoeken en daar moet je de middelen voor hebben."

Toen u eenmaal in de wereldtop zat, had u met iedereen goed contact, maar niet met de Oost-Duitse zwemsters.
"Zij spraken niet met ons, dat was een geheel afgesloten groep. Later bleek dat het niet mocht: er was door de staat opgedragen dat zij niet met andere zwemsters mochten communiceren."

Vond u ze destijds irritant of zielig?
"Wij vonden het vooral raar. En overal waar je kwam, waren altijd minimaal twee of drie Oost-Duitsers in de ruimte, en die waren druk met elkaar aan het praten, ­lachen, doen. De rest zat daar maar zo'n beetje bij, wie hielden dan maar een praatje met elkaar."

"Pas later begreep ik hoe het zat. Voor Andere Tijden Sport heb ik mijn grote concurrente, Kornelia Ender, ontmoet, en zei zij ook: 'Wij mochten niet met jullie praten'."

Spraken jullie als Nederlanders er met elkaar veel over, hoe dat toch zat met die plotselinge oppermachtigheid van Oost-Duitsland, en met hun vreemde gedrag?
"Nee. Wij zeiden alleen maar tegen ­elkaar: 'We gaan er weer hard tegenaan!' Weer hard trainen voor het volgende toernooi en er het beste van hopen. Maar we zaten niet met elkaar te bespreken hoe het toch kon wat die Oost-Duitsers presteerden. En we bleven erin geloven dat we ze op een dag konden verslaan. Maar dat zat er absoluut niet in."

Werd u er niet chagrijnig van dat het niet lukte?
"Weet je, op die grote toernooien was ik allang blij dat ik me staande hield, dat ik medailles haalde, al waren het geen ­gouden. Ik had genoeg collega's die dat niet redden, die nooit een medaille haalden. Ik dacht: als ik maar een plak binnenhaal. Dan was ik blij."

In de aflevering van Andere Tijden blijft Kornelia Ender schimmig doen over het dopinggebruik. Dat ook zij die middelen toegediend kreeg, wil ze eigenlijk niet erkennen.
"Nee, maar in een ouder interview in een Engelse krant heeft ze wel degelijk ­gezegd dat ze ook gebruikt heeft. Maar nu weet ze: als ik dat zeg, heb ik de wereld tegen me. En moet ze haar medailles misschien ook inleveren."

Hoe was het om haar weer te zien?
"Veertig jaar hadden we elkaar niet ­gezien, het was leuk om van elkaar te horen hoe het gaat. Over het zwemmen hebben we het niet meer gehad. Ik had geen zin om te zeggen: 'Ja, eigenlijk had ik die gouden medaille moeten hebben.' Die confrontatie wilde ik niet meer aangaan. Als zij ermee komt is het prima, dacht ik, maar anders hoeft het niet. Maar we hebben afgesproken om elkaar nog eens te ontmoeten, dus: wie weet."

Enith Brigitha: 'We waren steeds het eerste donkere gezin in de straat, ook in Amsterdam, de mensen keken hun ogen uit' Beeld Ivo van der Bent

Voelt u geen vijandigheid tegenover haar?
"Nee, ik ben dat toch wat anders gaan bekijken. Bedenk wel: zij was negen jaar toen ze op een zweminternaat werd ­gedaan, weg van haar ouders. Wat ben je dan, als je negen bent? En daarna is ze ­volgespoten met al die rommel. Die sporters zijn gewoon misbruikt. Het is een leven waarmee ik niet zou willen ruilen."

Wanneer besloot u om te stoppen met zwemmen?
"In 1976, na de Olympische Spelen, wilde ik al stoppen, maar ik kreeg nog een paar uitnodigingen voor mooie buitenlandse toernooien. Uiteindelijk ben ik in 1979 gestopt. Ik wilde absoluut niet nog een keer meedoen aan de Olympische ­Spelen. Ik had geen zin om mezelf weer zo veel te ontzeggen, terwijl ik inmiddels toch wist dat ik niet kon winnen."

"Bovendien, ik was 21, ik had zin om andere leuke dingen in mijn leven te gaan doen. Ik had mijn man toen ook ontmoet, we wilden aandacht aan elkaar gaan schenken. De andere zwemsters in het ­Nederlandse team waren ook een stuk ­jonger dan ik, ik voelde niet echt aansluiting met ze."

Bent u in een zwart gat gevallen?
"Nee. Ik ben allerlei ­andere sporten gaan doen - tennis, waterpolo - en heb een paar kantoorbanen gehad. Ik heb ook mijn diploma's gehaald om zwemles en ­training te geven, maar toen ik net gestopt was, moest ik daar niet aan denken. Ik wilde vrijheid, niet vastzitten aan trainingen."

"Uiteindelijk, nadat mijn eerste dochter was geboren, ben ik toch zwemles gaan geven. Dat was goed te combineren met het moederschap. Later zijn we met z'n allen naar ­Curaçao verhuisd. We zouden een paar jaar blijven, maar zijn er twintig jaar geweest."

Is uw carrière als topzwemmer nog prominent aanwezig in uw leven?
"Toen we naar Curaçao verhuisden, was het rustig, maar als je daar woont en de mensen weten wie je bent, wordt het drukker. Hetzelfde gebeurde ook weer bij ­terugkeer naar Nederland, dan kom je ook weer in de publiciteit."

Bevalt dat?
"Als ik er rustig mee omga, gaat het prima. Maar het moet niet te veel worden."

Heeft zwemmen u altijd gelukkig gemaakt?
"Ja, dat kan ik wel zeggen. Ik ben er een gelukkig mens van geworden."

Denkt u er weleens aan hoe uw leven was geweest als u in 1976 een gouden medaille had gewonnen?
"Daar wil ik niet te veel bij stilstaan. Het is het niet geworden en ik heb een gezond leven gehad. Die Oost-Duitsers zijn allemaal krakkemikkig, de een na de ander heeft wat. Zij hebben gewonnen, maar ik had die rommel nooit in mijn lichaam ­willen hebben."

Enith Brigitha

15 april 1955, Willemstad, Curaçao

1972 Olympische Spelen München
1973 WK zwemmen, brons en zilver
1973 en 1974 Sportvrouw van het jaar
1975 WK zwemmen, 3 keer brons
1976 Olympische Spelen Montreal, 2 keer brons
1979 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
2015 Opgenomen in Swimming Hall of Fame

Enith Brigitha en haar man wonen in Almere. Ze hebben drie dochters.

Enith Brigitha Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden