Plus

En dan ben je opeens een nimby

Niet in mijn achtertuin: het nimby-verwijt viert hoogtij in een stad die zich razendsnel ontwikkelt. Maar smoor je niet elke discussie door andersdenkenden dat label op te plakken? 'Lúister toch gewoon.'

Beeld Mathilde Bindervoet

Plots was hij voor de halve wereld een IJburg-yup met een bakfiets. Iemand die tegen de komst van 320 statushouders naar zijn buurkavel zou zijn, terwijl zijn reden om een buurtinitiatief te starten juist was om iets goeds voor deze statushouders te regelen.

Welcome in my back yard was zijn uitgangspunt, zegt Olivier Lauteslager, maar hoewel hij het keer op keer vertelde, werden zijn woorden verkeerd uitgelegd.

Tijdens het verenigen van zijn wijk en zijn pogingen uit te komen op een draagbare oplossing voor zowel de buurt als de statushouders zelf, leek het er volgens hem al snel op dat IJburg tégen statushouders was.

"Maar dat was niet waar. Wij waren er voorstander van om het aantal statushouders te spreiden over verschillende kavels op het eiland om zo de druk op één kavel te verkleinen en goede integratie te bevorderen. Heel IJburg bleek daarvoor bereidwillig en initiatiefrijk, maar voor de gemeente was het onbespreekbaar."

De participerende burgers werden door de gemeente niet serieus genomen, waardoor de discussie verhardde. "Dan word je weggezet als nimby, vooral door de media. Probeer van dat stempel maar eens af te komen. Daar sta je dan met je goeie gedrag en je doordachte argumenten. Ik was terechtgekomen in een wespennest."

Zijn boodschap was genuanceerd en ingewikkeld, dus Lauteslager werd vaak anders begrepen dan hij het bedoelde. En zo gaat het vaker in Amsterdam, en in de rest van Nederland niet anders.

Mensen die in het verweer komen tegen beslissingen of voornemens van de overheid en het verwijt krijgen alleen maar uit te zijn op eigenbelang. Het kostte Lauteslager en zijn medestanders enorm veel vrije tijd.

"Maar inmiddels worden de statushouders rondgeleid in hun nieuwe wooncomplex op IJburg; wij hebben ze enthousiast welkom geheten."

Nivea's en lulu's
Neem de Sporenburgers die zich verzetten tegen de aanleg van een fietsbrug tussen hun eiland en de nieuw te bouwen Sluisbuurt aan de overkant van het water. De buurtbewoners die de Weesperstraat niet de juiste locatie vinden voor het Holocaust Namenmonument.

De mensen van de Leidsegracht die protesteren tegen paaltjes voor hun deur om sluipverkeer van elders te voorkomen. De bezwaren van Amsterdammers in het Havenstraatgebied én Buitenveldert naar aanleiding van de komst van uit de kluiten gewassen internationale scholen.

Het zijn allemaal voorbeelden van mensen die in verzet komen omdat ze vinden dat de overheid op de loop gaat met hun belangen. En ervoor verketterd worden.

Nimby's dus. Of nivea's, zoals ze in België soms worden genoemd: niet in voor- en achtertuin. Er is soms sprake van lulu (locally unwanted land use) of er zijn niaby's (not in anybody's backyard) en numby's (not under my backyard, in geval van ondergrondse CO2-opslag).

Of nimby-gedrag toeneemt is moeilijk te zeggen, zegt socioloog Christian Bröer, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. "Er zijn wel trends in de samenleving waarbij het eigenbelang wordt aangewakkerd."

"Er is meer huiseigenaarschap, en dat is goed, want mensen houden zich meer bezig met hun huis, ze hebben lokale binding. Maar ze hebben er ook meer belang bij iedereen weg te houden die de waarde van het huis kan bedreigen."

Het draait niet om mij
Hoe meer je bezit, hoe meer je hebt te verliezen, zegt Bröer. "Gestegen welvaart maakt mensen niet verdraagzamer. De boodschap is steeds: jij mag kiezen, jij hebt vrijheid. Markt, bezit, moderne media: ze versterken allemaal het eigenbelang. Klassieke media laten vaak verschillende perspectieven zien, maar sociale media vieren de cultus van het individu, de bubbel."

Het speelt overal. Ze spreken in tijdens raadsvergaderingen, schrijven boze mailtjes aan de krant. Ze nemen plaats in klankbordgroepen en doen mee aan participatietrajecten.

Niet zelden ook stappen ze naar de rechter om dan desnoods maar op die manier hun gelijk te halen. Soms trekken ze aan het langste eind, maar vaak niet.

Vraag je ze of ze nimby's zijn dan ontkennen ze. Zij hebben gelijk, zij weten waarover ze het hebben. Ze zijn niet voor zichzelf tegen, ze vinden het voorgenomen besluit vaak slecht doordacht en hebben een in hun ogen beter idee.

Marjan Berk bijvoorbeeld, de schrijfster die werkt nabij de Weesperstraat. Ze heeft de oorlog zelf meegemaakt, benadrukt ze keer op keer. Ze heeft mensen verloren, zag hoe buren werden gedeporteerd en nooit meer terugkwamen.

Achtertuin
Een namenmonument, daar kan je onmogelijk tegen zijn, zegt ze, en toch is ze tegen als dat op de Weesperstraat moet komen. "Omdat er gezonde bomen voor moeten worden gekapt en omdat er om veiligheidsredenen een hek omheen komt. Het wordt meer dan ácht meter hoog. Dat is gewoon te groot voor de plek. In een buurt met al zoveel pijnplekken. Er zijn ook andere plaatsen."

Van nimby wil Berk helemaal niets weten. "Het draait niet om mij, het gaat om het monument. Staat dat op de Weesperstraat op de juiste plaats of niet? Ik, en velen in deze buurt met mij, vinden de plek niet geschikt."

"Ik heb sterk het gevoel dat er mensen zijn die hun zin aan het doordrijven zijn, dus kom ik in verzet. Achtertuin, achtertuin? Als de beste plek in mijn achtertuin zou zijn, dan mocht het in mijn achtertuin worden geplaatst, mijn uitzicht maakt me geen bal uit."

Oeverloos bemoeien
Voor wat betreft het namenmonument is de strijd nog niet gestreden, stelt de buurt. Hetzelfde geldt voor bewoners van Sporenburg. Zij vrezen de komst van de brug die op het vooralsnog doodlopende puntje van hun schiereiland moet aanlanden.

Zoveel nietsontziende fietsers door een straat die daar volgens hen niet op toegerust is, dat kan niet anders dan levensgevaarlijke toestanden opleveren. Met al die auto's die in hetzelfde tijdframe, de ochtendspits, hun carport proberen te verlaten.

Het nimby-verwijt lag voor het oprapen en klinkt dan ook tot op de dag van vandaag hardnekkig.

Hij baalt ervan, zegt bewoner Amos Gomes de Mesquita. Niemand wil 10.000 fietsers door zijn straat hebben, zegt hij. "Daarom hebben wij ons verenigd met bewoners van alle eilanden van het Oostelijk Havengebied en ons oeverloos met de zaak bemoeid. We hadden overleg met de gemeente en stelden ons coöperatief op. Het uitgangspunt was duidelijk: waarbij is de fíetser gebaat?"

Gebrek aan leiderschap
Een gemeenschappelijk doel, zegt Gomes de Mesquita, daar moet het om draaien. "Waarbij iedereen laat horen wat hij ervan vindt, zodat bestuurders, álles afwegende, een beslissing kunnen nemen."

"Maar al die beraadslagingen en al dat overleg leidden tot niets. Ik voelde me behandeld als een nimby, raadsleden zetten mij weg als iemand die het alleen om het eigen belang te doen zou zijn. Héél vervelend. Hoe dit gaat, en hoe het waarschijnlijk ook op andere plekken in de stad gaat, zie ik als een gebrek aan leiderschap."

Volgens socioloog Bröer spreekt de politiek de burger voortdurend aan op meedenken. "De school van mijn dochter zei: denk mee over het schoolplein. Maar niets daarvan komt terug in het uiteindelijke ontwerp. De politiek doet dat ook: denk mee, maar we voeren niet uit wat jullie hebben bedacht. Dan raak je teleurgesteld."

"Wat de overheid zou moeten doen is een proces inrichten dat burgers met elkaar in contact komen om zich als groep te organiseren en zij moeten hun verschillen van inzicht meer met elkaar uitvechten Niet alleen 'inspreken', maar ook naar elkaar luisteren. Dan krijg je een zinvolle discussie."

Waar komt Nimby vandaan?

Not in my backyard! afgekort tot nimby werd voor het eerst gebruikt in de jaren zeventig in de Verenigde Staten toen elektriciteitsbedrijven kerncentrales in New Hampshire en Michigan wilden plaatsen.

Er kwam fel protest. Nimby gold lang als geuzennaam, maar wordt nu vooral gebruikt als eufemistische term voor 'zeik­erds'.

Wie nimby's belachelijk wil maken - en dat zal op menig bureau voor Ruimtelijke Ordening gebeuren - noemt ze 'banana's' (build absolutely nothing anywhere near anyone) of 'cave-men' (citizens against virtually everything).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.