PlusColumn

En daar kom ik aan, in mijn Duitse zwembroek

Thomas AcdaBeeld Wolff

Ze is een dokter. Ik ben de patiënt. Ze spreekt Nederlands. Ik ook, maar van mij hadden we het allebei wel verwacht. Ik had haar sowieso niet verwacht. Ik had een hemelpoort verwacht. Met mijn moeder en broer en mijn neven en nog wat ongeregeld vriendenvolk, die mij hoofdschuddend maar van harte welkom zouden heten.

Ik ben uitgegleden. Stom. Heel stom. Zaallicht uit, projector aan, eerste beeld. Los Angeles, Beverly Hills, halfacht in de morgen, prachtige zon en een zwembad met takjes erin. En daar kom ik aan. In mijn Duitse zwembroek. Zo'n zwembroekje noemen wij thuis Duits omdat ooit een Duitser op een camping in Venetië dat droeg.

Een hele hoop lillend roze-bruin vlees en een zwart tanga-achtig gevalletje dat niet bang hoefde te zijn dat het zou verbleken in de zon. Bij die Duitser, hè. Bij mij krijgt het broekje veel meer zonlicht, maar het staat me net zo min. Maakt niet uit, er is toch niemand hier. Helemaal niemand. En dat is geen enkel probleem, heel fijn zelfs, tot nu. Want ik ben gevallen en roep in een lege vallei om hulp.

Elke ochtend maak ik, met uitzicht over Coldwater Canyon het zwembad van vrienden schoon en trek dan een halfuur professioneel mijn baantjes. De professionaliteit had zichzelf nog eens gesublimeerd omdat ik korte profzwemflippers had gekocht beneden bij de Big 5-sportzaak.

Nu zijn de tegels rond het zwembad om halfacht in de morgen al behoorlijk heet. Dus, slim als ik ben, had ik éérst mijn flippers aangedaan en ben vervolgens op het natte gladde stuk bij de jacuzzi gaan staan om de dennennaalden uit het bad te vissen. In mijn Duitse zwembroek.

Ik val half in het water maar volledig op de rand van de jacuzzi en weet meteen: foute boel. Met één flipper nog aan strompelhink ik me naar de auto en weet me een ziekenhuishal in te werken. In mijn Duitse zwembroek. Piepend wijs ik op mijn buik. Ik ben op mijn buik gevallen, had ik dat al gezegd? Op die rand van de jacuzzi. Een rood vierkant op mijn ronde buikje en twee grote stippelig rode plekken links en rechts.

'Die zweven even niet meer, die ribjes van u!' zei de dokter toen ze binnenkwam. Ze komt uit de Jordaan, oorspronkelijk. Nou ja, zeg! Gezellig kletst ze dat ze ­Amsterdam zo mist terwijl ze een zalf voorschrijft die nergens voor dient behalve voor het contract van het ziekenhuis met de farmaceut.

'Het toeval, niet?'

Fascinerend. Maar ik besluit toch nog heel even flauw te vallen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden