PlusReportage

Eindelijk naar de kapper: ‘Heerlijk om weer in die stoel te zitten’

De knippende tweelingzussen Monique Feddema (vooraan) en Ursula Fokkens (56) zijn blij dat ze weer aan het werk te kunnen. Beeld Dingena Mol

Een grote opluchting: sinds maandag mogen kappers eindelijk weer klanten ontvangen. Sommige klanten hadden zelf hun pony geknipt. ‘Het maakt niet uit. Ik fix het wel weer.’

De telefoon ontplofte bij kapperszaak Les Jumeaux Hairstyling in Oost, nadat het kabinet aankondigde dat de ­kappers per 11 mei weer open mochten. Klanten gluurden de volgende dag door de ramen van de kapsalon om te kijken of ze een afspraak konden maken. 

“We wilden die donderdag de kapsalon coronaveilig maken, maar we waren ­uiteindelijk de hele dag bezig om afspraken met potlood in ons boek te schrijven. Ja, we zijn oldskool,” zegt Monique Feddema (56) die samen met haar tweelingzus Ursula Fokkens al 24 jaar de ‘buurtkapper’ bestiert. “Onze klanten waren zo blij. Dames zijn vooral blij dat ze hun uitgroei kunnen laten bijwerken. Ze feliciteren ons zelfs,” zegt Fokkens.

De eerste klant zit maandag al om 8 uur in de kappersstoel. De tweeling knipt de hele dag door en doet de zaak zes dagen in de week open. Intussen staat de telefoon roodgloeiend. De eerste drie weken zijn nagenoeg volgeboekt. “Onze handen jeukten. We zijn zeven weken thuis geweest,” zegt Feddema vanachter haar mondkapje. “Sommige mensen zeiden toen tegen ons: ‘Lekker genieten, toch.’ Maar die onzekerheid knaagde wel. We wisten niet hoelang het zou duren. Aan de andere kant: we gaan niet snel failliet. We hebben spek op de botjes.”

De afgelopen weken hing er af en toe een klant aan de lijn die om een knipbeurt vroeg. Fokkens: “Dat kost 4000 euro plus 34 euro voor de knipbeurt, antwoordde ik dan. Ze moesten erom lachen.” Sommige klanten hadden zelf hun pony geknipt. “Het maakt niet uit. Ik fix het wel weer,” zegt ze.

In de kapsalon staan handgels en spatschermen. Tussen de wasbakken hangt een douchegordijn aan een verrijdbaar kledingrek. Er hangt ook een briefje met het protocol: ‘Kom gezond, kom op tijd, houd 1,5 meter afstand. Was uw handen. Mag met en zonder mondkapje.’ Elke klant krijgt een nieuwe kapmantel en koffie in een kartonnen beker en na elke klant worden de kam, schaar en stoel ontsmet met alcohol. Sommige klanten doen hun meegebrachte mondkapje voor.

Een jongeman staat in de deuropening en vraagt of er vandaag nog plek is. Hij moet er zelf een beetje bij lachen.

Stella Hoff (56), onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau in Den Haag

Stella Hoff is drie maanden niet naar de kapper geweest.Beeld Dingena Mol

“Die grijze uitgroei vond ik heel vervelend. Het gaat nu nog wel, maar het had niet veel langer moeten duren. Armoedig is een groot woord, maar ik vind die grijze haren gewoon niet leuk staan. Ik ben drie maanden niet naar de kapper geweest. De laatste tijd keek ik er erg naar uit om te worden geknipt en gekleurd. Vooral kleuren is belangrijk. Ik wil er wel een beetje jeugdig uit blijven zien. Ik heb deze zeven weken elke dag thuis gewerkt en zal dat voorlopig moeten blijven doen. Het is ook niet voor de collega’s dat ik naar de kapper ga, het is puur voor mezelf.”

Het resultaat.Beeld Dingena Mol

Na knipbeurt:

“Ik ga nu ook weer lekker oogschaduw, mascara, kohlpotlood opdoen. De laatste weken heb ik dat niet gedaan. Zo fijn weer, een nieuw kapsel. ‘Kijk, ik mag er zijn’ – zo stap ik nu weer naar buiten.”

Marieke Ploeger (50), secretaresse van de ondernemingsraad bij Equens Worldline

Marieke Ploeger schakelde haar man in om te helpen met het bijkleuren van haar haar.Beeld Dingena Mol

“Mijn haar heb ik tussendoor zelf geverfd. Ik kreeg de verf en aanwijzingen op een briefje van Ursula, bij wie ik al bijna negentien jaar kom. Met een oud T-shirt aan stond ik in de keuken voor de spiegel. Mijn man heeft me geholpen met verven. In het begin maakte ik scheidinkjes zoals Ursula dat doet, maar op een gegeven moment dacht ik: ik trek het haar gewoon opzij en verf vooral de grijze plukken die in het zicht zijn. Dat verven gaf enige opluchting. Als je lang haar hebt, valt het gelukkig iets minder op. Ik deed mijn haar de laatste weken ook wat vaker in een staartje, of zette het met een klemmetje vast.”

Maar het is toch anders als kapper Ursula het doet.Beeld Dingena Mol

Na de knipbeurt:

“Ik voel me zo opgefrist. Het is beter gekleurd nu een professionele kapper het doet. Ieder zijn vak, zeg ik altijd. Het was ook een heerlijk ontspanmomentje.”

Yves Duvivier (66), mede-eigenaar van een cacaoveembedrijf

Yves Duvivier heeft een coronabaard laten staan.Beeld Dingena Mol

“Mijn haar heeft flappies aan de zijkant en ik heb een matje in de nek. Dat staat niet mooi. In mijn vak moest ik er altijd goed uitzien. Dat wil ik nu ook. Ik vond het een geruststelling dat het opperhoofd van Nederland ook zo’n bos haar had. Net als Willem-Alexander. Zij hadden zich waarschijnlijk wel kunnen laten knippen, maar deden dat niet. Dat vond ik netjes en sympathiek. Ik heb nu een coronabaard. Ik hoefde me wekenlang niet te scheren, ik moest toch thuisblijven. Die snor had ik al. Ursula mag hem vandaag wel bijknippen, omdat het feest is. Die snor is normaal gesproken mijn heiligdom. Ik vind dat een man dat zelf moet doen.”

Vanuit de stoel: “Hè hè, ik kom helemaal bij. Wat een heerlijke rust hier.”

Zonder 'flappies' en matje gaat Yves Duvivier weer naar buiten. Beeld Dingena Mol

Na de knipbeurt:

“Heerlijk verzorgd en met een verlicht hart stap ik de zaak uit.”

Bernadette Henzen (69), oud-secretaresse bij advocatenkantoor

Voor Bernadette Henzen was de laatste knipbeurt twaalf weken geleden.Beeld Dingena Mol

“Ik was zo blij dat ik weer naar de kapper kon. Ik was de eerste die belde, zeiden ze. Vanochtend om half 10 kon ik meteen terecht. Gelukkig heb ik makkelijk haar. Ze knippen zo goed, dat het ook wel uit te houden was geweest als de lockdown langer had geduurd. Alleen zat er geen model meer in en waren er veel dooie punten. Het groeide maar door. Ik dacht ineens: wat heb ik veel haar. Misschien is het tijd voor een langer kapsel. Ik kon het zelfs opsteken. Meestal ga ik één keer in de acht weken, nu is het wel twaalf weken geleden. Ik kom hier al acht jaar. Nu woon ik in Leiderdorp, maar dit is mijn oude buurtje. Ik heb een vlaai meegenomen. Ze hebben een rottijd achter de rug en vandaag is toch een beetje feestelijk.”

Het was nog wel uit te houden, maar nu zit er weer model in het kapsel en zijn de dooie puntjes eruit.Beeld Dingena Mol

Na de knipbeurt:

“Heerlijk voel ik me. Er is niet heel veel af, maar het model zit er weer in. Het haar valt beter. Dat maakt zo’n verschil. Ik doe het vooral voor mezelf. Ik wil er verzorgd uitzien. En wat ook fijn is: even bijkletsen, al bepaalde corona wel het onderwerp. Maar het is heerlijk om weer in die stoel te zitten en verzorgd te worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden