Plus Stadspolders

Eindelijk malariavrij, dankzij zoeter water

Amsterdam is gesmeed uit talloze polders, elk met een eigen verhaal en bijzonderheden. Vandaag: de voedingsbodem voor malaria.

Muggen voelen zich nog altijd thuis in de polder Beeld Maarten Boswijk

Pas in 1970, als een van de laatste landen in Europa, werd Nederland officieel malariavrij verklaard. Al ging het niet om de levensgevaarlijke tropische variant, toch maakte ook de 'goedaardige' malaria flink ziek.

Zowel in 1921 als in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden nog honderden Amsterdammers bevangen door de koortsaanvallen, vooral in het waterrijke Noord.

Officieel zijn daar in 1946 zo'n tweeduizend zieken geregistreerd, met nog eens 468 gevallen 'bezuiden het IJ'. Maar toen de huisartsen in Noord hun uitgeschreven recepten bij elkaar legden, kwamen ze tot de conclusie dat tenminste 4500 volwassenen en duizend kinderen malaria hadden. Dat waren aantallen die sinds de negentiende eeuw niet meer waren vertoond.

Bestrijding
De bestrijding was al op gang gekomen, blijkt uit de notulen van wat we tegenwoordig een taskforce zouden noemen. De huisartsen, de wijkverpleging en de GG&GD waren vertegenwoordigd, maar ook biologen, professoren en een vertegenwoordiger van de kininefabrieken in Nederland en op Java.

Behalve dit bittere geneesmiddel werd grof geschut ingezet: duizenden woningen in Noord werden huis voor huis bespoten met het toen nieuwe bestrijdingsmiddel DDT. Spuitploegen kregen de instructie mee 1,5 liter per woning aan brengen.

Verder richtte de bestrijding zich op waterpartijen zoals de vijvers van het Florapark en het Volewijkspark en de vele sloten. 'Dat zijn vrijwel de eenige broedplaatsen van de malariamuggen,' waren volgens de notulen de woorden van de afgevaardigde van het Witte Kruis, de wijkverpleging.

Ophogingen
In 1921 was Noord ook al de plek waar de muggen van de soort Anopheles atroparvus het meest om zich heen staken. Er waren 1450 'malariagevallen' en de autoriteiten wezen zeven 'ontmuggers' aan om de broedplaatsen aan te pakken, zoals stallen en de vijvers van het Julianapark bij het Vliegenbos.

Ook de Watergraafsmeer sprong eruit, wellicht vanwege de vele poelen, zo speculeerde het Algemeen Handelsblad, door de nieuwbouw en de ophogingen van de polder. 'In de eigenlijke binnenstad vindt de malaria-mug weinig gelegenheid tot broeden.'

Buikslotermeer Beeld Laura van der Bijl

Al in 1913 werden heel wat Amsterdammers ziek, toen ook al vooral in Noord. De Drentsche en Asser Courant zocht de oorzaak in de snelle groei van de stad op drassige grond. 'Dat komt ervan, als men modder opspuit en grond aanplempt, maar niets doet om de muggen te verjagen. In het buitenland is men ons voor!'

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal malariagevallen in Noord snel af, van 2042 in 1946 naar 275 in 1947 en 55 in 1948. De bevolking zat ook niet meer echt te wachten op een wolk insecticiden in huis.

In 1948 gingen de spuitploegen weer op pad om een kleine tienduizend woningen te behandelen, maar bij een kwart konden ze onverrichter zake weer inrukken. Men was niet thuis of de 'spray' werd botweg geweigerd. Maar ook in de jaren daarna bleven de autoriteiten alert op nieuwe uitbraken. Zoals in 1949: 'De malariahaard in Noord is nog niet helemaal geblust.'

Ideale voedingsbodem
In de jaren vijftig was het malariagevaar wel geweken, al duurde het dus tot 1970 voordat Nederland voorgoed malariavrij werd verklaard.

De insecticiden en de kinine hebben de verspreiding snel ingedamd, maar terugkijkend hebben deskundigen ook gewezen op de samenstelling van het water dat door de polders van Noord stroomt.

Kort na de Tweede Wereldoorlog ging het nog om brak water, een ideale voedingsbodem voor de malariamug. Na het gereedkomen van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de Zuiderzee in het IJsselmeer en vanaf toen werd ook het water in Noord-Holland geleidelijk aan zoeter. In Zuid-Holland was het water al zoet en daar kwam malaria maar zelden voor.

Buikslotermeer

-4,68m

Al bij de vergadering van de 'taskforce' in 1946 werd dan ook gepleit voor 'ontzilting van het polderwater'. Bij de volgende vergadering in 1947 vroeg bioloog Neeltje Wibaut aandacht voor de toen nog onbebouwde Buikslotermeer.

Sinds de oorlog was er weinig terechtgekomen van het doorspoelen, ook al doordat de Ringvaart verstopt was. Ook waren in deze polder veel gasbronnen. Het gevolg: 'brak water waar de malariamug graag broedt'.

Zomerserie. De stad is meer polder dan ze lijkt, al geven namen als Watergraafsmeer een hint. Aflevering 5 van een reeks polderverhalen.

Lees ook:
Deel 1: Sint Bernarduspolder in Noord: de kleinste van heel Nederland
Deel 2: Het middeleeuwse slotenpatroon tekent Amsterdam
Deel 3: Als in de oude binnenstad iets verzakt, zijn de kosten des te hoger
Deel 4: Als door een wonder is deze polder in Noord nooit bebouwd
Deel 5: Grondwater in Amsterdam: soms een behoorlijk raadsel

Werkend monument

Dit jaar werkt Nederland 200 jaar met het NAP. In februari was het precies twee eeuwen geleden dat koning Willem I deze norm voor de hoogte van water en land ook leidend maakte voor metingen van het peil in de grote rivieren.

Oorspronkelijk stamt het NAP uit Amsterdam. De naam zegt het al: Normaal Amsterdams Peil. Dat voor heel de stad wordt uitgegaan van één en hetzelfde peil stamt zelfs al van anderhalve eeuw eerder, uit 1683.

Toen liet de Amsterdamse burgemeester Johannes Hudde een jaar lang elke dag de hoogte van het IJ meten. Bij vloed, het IJ stond toen immers nog in open verbinding met de zee.

Het gemiddelde van al die metingen werd bestempeld als het officiële stadspeil. Op 'Huddestenen' van wit marmer werd in acht sluizen het stadspeil vastgelegd, met de voorgeschreven hoogte van de zeedijken die daarvan afgeleid was.

Daaruit blijkt dat de metingen en de bepaling van één uniform stadspeil een verband hebben met de grote watersnood van 1675.

In de Stopera is een bezoekerscentrum ingericht voor het NAP, compleet met een nationaal monument. Maar minstens zo bijzonder is dat een van de acht Hudde-stenen nog altijd op zijn oorspronkelijke plek ligt, in de Eenhoornsluis in de Korte Prinsengracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden