Plus

Eilandhoppen op de fiets: op bezoek bij de honorair consuls in de stad

In een poging de halfslachtige winter te ontvluchten, gaan we op zoek naar tropische plekken in de stad. Welkom bij de Amsterdamse honorair consuls van Grenada, de Seychellen, Sao Tomé en Principe en Jamaica.

Beeld Friso Keuris

Het regent. Alweer. De druppels voelen zo koud, dat het vreemd is dat het niet sneeuwt. Vanaf de fiets zie ik een grote bronzen plaquette op de gevel van een pand op de Herengracht, net voorbij de burgemeesterswoning.

'Consulaat van de Republiek der Seychellen' staat er met zwarte letters op. Ik probeer te bedenken waar de Seychellen liggen. Ergens ten westen van Zuid-Afrika? Of juist meer richting Indonesië? En hoeveel eilanden/seychellen zijn er eigenlijk?

Wat ik wel weet: de Seychellen moeten het tegenovergestelde zijn van Amsterdam op een natte dinsdagochtend in de winter.

Lichte Zeebries
Nog voor ik bij de Amstel ben, droom ik van een wit strand, een constante temperatuur van 29 graden met een lichte zeebries, vers fruit, palmbomen en de kleur turquoise. Ik vraag me af hoe het ook alweer zit met ambassades en consulaten. Zijn dat niet die onschendbare stukjes buitenlands grondgebied in Nederland? Net zoals Julian Assange al jaren in de ambassade van Ecuador in Londen woont?

En betekent dat dan ook dat je zonder al het gedoe - naar Schiphol gaan, in de rij staan bij de incheckbalie, security en gate, uren op een krappe stoel zitten - de Amsterdamse winter op een makkelijke manier héél even achter je kunt laten?

Bij de Amstel keer ik om, fiets terug en bel aan bij het consulaat van de Seychellen. Door het raam zie ik boekenkasten van donker hout en bruine fauteuils rondom een open haard. Niemand doet open. Het bounty-eilandgevoel lijkt ver weg, en door de regen fiets ik naar huis.

'Moeder Natuur was ongelooflijk genereus voor de Seychellen,' lees ik die avond in de Lonely Planet, over het 'fabelachtige paradijs waarvan de eilanden verspreid liggen in de Indische Oceaan'.

De Seychellen blijken te bestaan uit ruim 115 eilanden, op zo'n 1600 kilometer ten oosten van het Afrikaanse continent, ter hoogte van Kenia. De witte stranden aan het blauwgroene water zijn 'betoverend' en strekken zich uit tegen een achtergrond van 'weelderige heuvels, palmbomen en Dali-achtige rotsen'.

Ik googel het consulaat in Amsterdam en krijg een ander adres: Paleisstraat 1-5. Ik zie ook dat het pand op de Herengracht in 2016 voor bijna 15 miljoen euro op Funda stond: ze zullen vast zijn verhuisd.

Reputatiestrateeg
"Ik vind het heel erg voor je," zegt de portier als ik de volgende dag - natgeregend - een luxe kantoorverzamelgebouw aan de Dam binnenstap en naar de Seychellen vraag. "Maar ze zijn hier al twee jaar weg."

De man vertelt dat ik het Rokin moet aflopen, bij de Munttoren rechtsaf moet, de brug over...ik knik mee, maar weet al waar ik moet zijn: de Herengracht, het gigantische pand hoort dus echt bij de Seychellen.

"Maar heeft Bart je dan hiernaartoe gestuurd?" vraagt de portier.
"Bart?"
"Ja, Bart Maussen, de consul."

Dat klinkt niet als een Seycheller.

Bart Maussen blijkt een reputatiestrateeg. Als ik hem bel met het verzoek eens te mogen schuilen voor het winterweer - en om te horen hoe je honorair consul wordt van de Seychellen - zit hij in de auto aan de andere kant van het land en is hij druk. We maken een afspraak voor een ruime week later.

Ambassades zijn vaak gevestigd op de plek waar de lokale regering zetelt. Daar vindt de diplomatieke actie plaats, met de ambassadeur als hoogste diplomatieke vertegenwoordiger.

Voor kleinere diplomatieke taken zijn er de consulaten, waarvan er meerdere in een land kunnen zijn. Het zijn plekken waar gestrande reizigers terechtkunnen voor vervangende reisdocumenten en toeristen hun visa kunnen regelen. De consulaten worden vaak geleid door een beroepsconsul, afkomstig uit - en betaald door - het land dat ze vertegenwoordigen.

De honorair consul
De honorair consul is een onbetaalde erefunctie, waarvoor je wordt gevraagd. Het zijn vaak zakenmensen die niet de nationaliteit bezitten van het land dat ze vertegenwoordigen, maar er wel goede contacten hebben. En zo'n officiële band met de overheid maakt het zakendoen vaak nog makkelijker. Zo'n titel opent deuren die anders gesloten zouden blijven.

De invulling van het ambt verschilt per land en per consul. Nederland heeft naast de officiële ambassadeurs en consulaten in het buitenland ook zo'n 282 honoraire consuls die Nederland helpen op het economisch diplomatieke vlak. Soms is het niet meer dan een ceremoniële rol of een vorm van quasidiplomatie. Dan spant een honorair consul zich vooral in om de economische en culturele betrekkingen tussen de landen te verbeteren.

Ook zijn er die consulaire taken hebben, zoals visa uitgeven. De onschendbaarheid die geldt voor ambassade en consulaat hebben de kantoren van de honorair consuls overigens niet. Voor veel kleine landen is de honorair consul vaak de enige manier om een offi­ciële vertegenwoordiging in het buitenland te hebben. Zo zit het consulaat van Palau, een eilandengroep met 21.000 inwoners in de Stille Oceaan, aan de Sta­tionsweg in Heiloo. Daar werkt een apotheker die ooit tijdens een reis aan de praat raakte met de schoondochter van de toenmalige president.

In Amsterdam zijn meer dan een dozijn honorair consuls gevestigd. Ik zoek de adressen op van consuls van eilanden(groepen) waar het in februari gemiddeld 29 graden of hoger is - de Seychellen, Jamaica, Grenada en Sao Tomé en Principe - en blijk te kunnen eilandhoppen met de fiets.

Bart Maussen, honorair consul van de Seychellen: 'Het klimaat is fantastisch, de mensen zijn fantastisch.' Beeld Friso Keuris

Flessen rum
De honorair consul van Jamaica huist ook op de Herengracht, in het pand van rumhandelaar E&A Scheer. Op een bordje boven de deur hangt het wapen van het eiland in de Caraïben: een schild met rood kruis met vijf gouden ananassen, daarboven een krokodil en aan weerszijden een man en een vrouw in traditionele kleding. 'Out of many, one people,' staat eronder.

Vanaf de straat is een wand met flessen rum te zien, en even voelt het Jamaica-gevoel binnen handbereik. Tot mijn oog op de bel valt: 'Alleen te bezoeken op afspraak. Als ik, zonder afspraak, een poging waag, komt het honorair consul - en managing director van E&A Scheer - Carsten Vlierboom slecht uit. Hij staat op het punt van vertrek voor een zakenreis.

Later zal hij vertellen dat Jamaica hem in 2012 vroeg honorair consul te worden, toen een collega ermee wilde stoppen. Die was al consul sinds 1974, nadat hij vanwege de rumhandel contact had gezocht met de ambassadeur van Jamaica en daarvoor naar Bonn moest. Wilde hij de Jamaicaanse staat niet af en toe vanuit Amsterdam helpen?

Vlierboom (54) ziet het als een soort vrijwilligerswerk, waar hij elke week zo'n twee of drie uur mee bezig is. Het meeste werk is het behandelen van aanvragen van nieuwe Jamaicaanse paspoorten en het afgeven van zo'n vijftig visa per jaar.

Ontsnappen uit de winter door een tropisch consulaat te bezoeken, blijkt lastiger dan gedacht. Na de Seychellen en Jamaica sta ik later ook bij de villa van Grenada, in de Van Eeghenstraat in Zuid, voor een dichte deur.

Omstreden parkeren
In 1991 werd filmproducent Rob Houwer consul van het land in de Caraïben, waarvan het grootste eiland volgens de Lonely Planet weleens Spice Island wordt genoemd, omdat het er altijd ruikt naar nootmuskaat. Er wonen op Grenada net iets meer dan 100.000 mensen en volgens de toeristenorganisatie voel je je 'er meteen welkom door het openhartige karakter van de vriendelijke inwoners'.

Houwer (81) is ook vriendelijk, maar niet openhartig. Telefonisch laat hij weten geen enkele mededeling te doen over de invulling van zijn ambt. Ook wil hij niets zeggen over een bericht dat in 1994 in deze krant stond.

Destijds wilde hij twee parkeerplaatsen in de tuin van zijn villa aanleggen, want als consul kon hij immers gemakkelijk het doelwit worden van politieke terreurdaden. Het stadsdeel stemde in, maar een adviescommissie ging ervoor liggen omdat het tegen het beleid was om de tuinen in Zuid groen te houden.

Bovendien zou Houwer de parkeerplekken vooral voor zijn filmbedrijf willen gebruiken. "De buurtbewoners hebben Grenada beledigd," was de reactie van Houwer in de krant. "De eer van deze democratische natie staat (...) op het spel."

Al wordt in veel steden een honorair consul een vaste parkeerplaats gegund, Amsterdam heeft dat privilege ingetrokken vanwege de parkeerdrukte. De honorair consul van Oeganda stapte ooit naar de rechter, omdat het Jamaicaans consulaat wel een vaste parkeerplek op de grachten heeft.

De rechter gaf hem ongelijk: vanwege de parkeerdrukte was het niet onredelijk dat de gemeente een verschil maakte tussen beroeps- en honoraire consuls. Voor de parkeerplaats van Jamaica, die al sinds de jaren zeventig die plek bezet houdt, geldt een 'uitsterfregeling'.

Beeld Friso Keuris

'Arm maar niet schrijnend'
De honorair consul heeft wel enkele privileges die een reguliere Amsterdammer niet heeft. Zo moet de overheid 'de noodzakelijke maatregelen nemen om de gebouwen van de consulaire post te beschermen tegen indringers', aldus het Verdrag van Wenen uit 1963.

Ook kan de consul een speciale identiteitskaart krijgen, met vooral wat voordelen op Schiphol, zoals gebruikmaken van de taxislagboom en een paar uur parkeren voor de terminal, om iemand op te halen.

"Maar wat heb je daar nu aan. Ik heb niet eens een auto," zegt Pieter van Welzen (53), honorair consul van Sao Tomé en Principe, als ik een dag later eindelijk de smaak van een ver, tropisch land te pakken krijg. Tenminste, in het gebouw De Droogbak bij CS opent Van Welzen bij de koffie een doosje met chocola uit de eilandengroep in de Golf van Guinee. De smaak van droge, pure cacao gemengd met zout en veel peper is vreemd en intens.

Veertien jaar geleden kwam Van Welzen, partner bij het internationale advocatenkantoor Clifford Chance, voor het eerst op Sao Tomé, een voormalige Portugese kolonie. "Al de eerste keer dacht ik: dit is iets anders. Het is er warm en tropisch, met alle kleuren groen. Je ziet vrouwen en kinderen de was doen in de rivier. Het is dan arm, maar niet schrijnend. Het heeft een zekere puurheid."

Op het zelfvoorzienende eiland word je volgens Van Welzen - die Portugees spreekt - 'vrij snel meegesleept'. Zo raakte hij bij zijn eerste bezoek aan de praat met slechtzienden en blinden, die al jaren bezig waren twee brailleapparaten aan te schaffen. Ze hadden een paar duizend euro nodig. "Weet je wat, dan doe ik dat wel," zei Van Welzen. Later kwam het verzoek of hij niet méér kon doen. "En dan ging het ook om hoe ze zich konden organiseren. En zo ben ik begonnen."

Pieter van Welzen, honorair consul Sao Tomé en Principe: 'Ik werd op het eiland vrij snel meegesleept.' Beeld Friso Keuris

Tijdrovende hobby
Inmiddels is hij mede-eigenaar van een groot cultureel centrum op het eiland, investeert hij in een plantage en een restaurant, heeft hij er een huis, goede contacten met de overheid en komt hij er zo'n zes keer per jaar.

In 2013 werd er voorgesteld om 'een officieel tintje' aan zijn inzet voor het land te geven: Van Welzen werd honorair consul. "Ik hoef nooit aan iemand een visum te verstrekken, of een Santomees uit de gevangenis te halen, zoals andere honorair consuls misschien moeten doen. Mijn rol is vooral om de regering daar te adviseren."

Dat is voor Van Welzen een hobby die hem veel tijd kost ("sommige weken ben ik er wel twintig uur mee bezig") en geld (meer dan tienduizend euro per jaar? "Ja, véél meer"). Echte voordelen heeft het niet, hoewel het hem weleens op plekken brengt waar je normaal niet snel komt.

"Onlangs was de premier van Sao Tomé op bezoek, die wordt ontvangen door de minister-president. Dan loop je wel mee."

Van Welzen staat op het punt om weer te vertrekken naar Sao Tomé. Die middag vliegt hij naar Ghana, om de volgende dag naar het tropische eiland te reizen, waar het 27 graden is. "Wist je trouwens dat een derde van het eiland gewoon nog primair regenwoud is?"

Ik moet het doen met de naar peper en zout smakende chocola, die ik mag meenemen. Veel dichter bij het gevoel van een tropisch eiland in Amsterdam ga ik niet komen."

Als ik mensen van de Seychellen hier ontvang, vinden ze het vooral koud binnen, want dit huis is niet warm te krijgen," zegt honorair consul Bart Maussen (52), als ik een week later het consulaat van de Seychellen betreed. In de ontvangstkamer, een oude stijlkamer van wat tot een paar jaar geleden Museum Geelvinck was, staat zelfs een extra straalkachel.

Het dubbele grachtenpand, met het laat-17de-eeuwse pand op de Herengracht en een voormalig koetshuis op de Keizersgracht, kocht Maussen vorig jaar met zijn partner. Daardoor heeft de Seychellen - nog geen 100.000 inwoners - misschien wel het meest statige consulaat van Amsterdam.

Na de renovatie moet het er ook warm zijn, en naast kantoren en offi­ciële ontvangstruimtes ook een Seychel­liaans cultureel podium huisvesten.

Bart Maussen is namelijk het type honorair consul dat zijn functie uiterst serieus neemt.

"Ken je de uitspraak van Luns, voormalige minister van Buitenlandse Zaken? Hij werd er ooit op aangesproken dat hij wel een heel klein land vertegenwoordigde.
Toen sprak hij de legendarische woorden: maar ik heb wel het grootste buitenland. Dat geldt voor mij ook. De Seychellen zijn ontzettend klein, maar territoriaal gezien is het zes keer Frankrijk, met al het water erbij. Dat geeft meteen de uitdaging aan."

Hij praat uitgebreid over zijn diplomatieke taken. Over Somalische piraten die de Seychellen onveilig maken, de strategische ligging en de Nederlandse marine die er patrouilleert.

Het gaat over werkbezoeken, rapportagelijnen en instructies van de minister. Over het beginnen van universiteiten, het organiseren van de gezondheidszorg op de eilanden, de klimaatverandering, vervuiling door plastic en over Schiphol dat hem oppiept omdat iemand consulaire bijstand nodig heeft.

Tijdens de jaarvergadering van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens vertegenwoordigde Maussen vorig jaar zelfs de Seychellen. Hij was de enige honorair consul op de 77 pagina's tellende lijst met aanwezigen.

Beeld Friso Keuris

Vandaar dat hij het nog steeds oneerlijk vindt dat hij zijn parkeerplaats moest inleveren. "Omdat de Seychellen zich geen beroepsconsulaten kan veroorloven, rusten er heel wat diplomatieke taken op mijn schouders. Ik doe veel van wat een beroepsconsul ook doet."

En dat terwijl hij, voordat hij honorair consul werd, nooit op de Seychellen was geweest.

"Ik heb in het verleden geholpen met het inburgeren van nieuwe ambassadeurs in Nederland, dus ik had best wat ervaring in deze wereld. Elf jaar geleden werd ik gevraagd, sindsdien ben ik er twaalf keer geweest. Vanaf het moment dat ik voet aan wal zette op de Seychellen, dacht ik: dit is het paradijs. Het klimaat is fantastisch, de mensen zijn fantastisch."

Maussen is gemiddeld zo'n tien uur per week bezig met zijn consulaat. Alle kosten betaalt hij uit eigen zak, maar daardoor krijgt hij toegang tot de diplomatieke wereld die hem zo aanspreekt.

"Als honorair consul hoef je nooit een avond thuis te eten. Er zijn diners op de residenties van ambassadeurs en je wordt met alle egards ontvangen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik heb mijn hele leven keihard gewerkt en goed mijn boterham verdiend, hoe leuk is het dan om je nu nuttig te kunnen maken voor de Seychellen?"

Lente
Mij lijkt het vooral leuk om af en toe met vakantie te gaan naar de Seychellen, maar de reizen van de honorair consul hoef je volgens Maussen niet te benijden. "Uiteindelijk zit ik hele dagen in vergaderzalen met airconditioning, en om half zes wordt het daar al donker."

Als ik na mijn bezoek weer over de Herengracht fiets, droom ik niet meer van bounty-eilanden. De lente lijkt plots in de lucht te hangen. De zon laat zich voelen, het grijs verandert in blauw, het water glinstert weer en iedereen in de stad lijkt opeens rechtop te fietsen.

Die dag wordt het dertien graden, een dag later al zestien en daarna blijft het even mooi. Dus ach, wie wil er ook naar de Seychellen. Of naar Grenada, Jamaica of Sao Tomé en Principe. Als de lente eenmaal echt is losgebarsten, is er geen mooiere plek om te fietsen dan over de Herengracht in Amsterdam.

Beeld Friso Keuris
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden