Plus

Eigenaren na dichttimmeren Club Abe: 'Overheid, hélp ons'

De burgemeester sloot Club Abe in de Amstelstraat tweemaal - nadat die was beschoten en nadat een granaat aan de deur was gehangen. De eigenaren zaten vervolgens met een dichte zaak en torenhoge kosten.

Marcel Norbart, een van de eigenaren van Club Abe: 'Het kost drie jaar om weer in de positieve cijfers te komen' Beeld Marc Driessen

Het beeld dat het geld in hun club tegen de plinten klotst, stoort eigenaren Allon Kijl en Marcel Norbart. Dat burgemeester Eberhard van der Laan hun Club Abe in de Amstelstraat tweemaal sloot, kostte ruwweg een miljoen.

Zes ton aan doorlopende kosten, tonnen aan gederfde winst plus de investeringen om na heropening 'weer een naam op te bouwen'. Van de 41 personeelsleden moest de helft naar het UWV.

Norbart: "Ik voorspel dat 80 procent van de ondernemingen die de burgemeester de laatste jaren heeft gesloten uiteindelijk omvalt omdat een bedrijf er drie jaar over doet om weer in de positieve cijfers te komen."

Nadat in februari 2016 vier keer op de deur was geschoten, waarachter twee portiers stonden, moest Abe twee maanden dicht. In augustus 2017 werd de club opnieuw dichtgetimmerd nadat een onbekende een granaat aan de deurklink had gehangen.

Pijnlijk
Burgemeester Van der Laan wilde 'de openbare orde herstellen' en was het met de recherche eens dat de uitbaters de problemen in de hand hadden gewerkt door viptafels aan te bieden en ook op zondag- en maandagnacht feesten te geven die criminelen aantrokken. Onzin, vinden de eigenaren.

Norbart en Kijl voelen zich dubbel geslachtofferd, eerst door het geweld en de granaat, vervolgens door de overheid. Kijl: "Wij proberen voortdurend onze verantwoordelijkheid te nemen, maar zijn twee keer geheel buiten onze schuld gesloten. Heel pijnlijk."

Ze zijn al 22 jaar bevriend. In september 2012 begonnen ze met een partner een club in wat vroeger de Soulkitchen was, 'dé r&b-club van Amsterdam'. Ze wilden 'een 27-plus-club', maar dat bleek om een paar redenen een ongelukkige keuze.

De wat volwassenere, kapitaalkrachtigere doelgroep waarop ze mikten ging hooguit eenmaal per maand uit en doordat ook cafés en restaurants in een nieuw vergunningstelsel tot laat open mochten blijven, was het niet zo dat klanten 'bijvoorbeeld van Joop Braakhekke naar ons kwamen', zoals beoogd.

Doorn in het oog
Na een half jaar gooiden ze het roer om: Abe richtte zich op jongeren vanaf 18, met een programmering vol r&b en hiphop, al moest het 'een vijfsterrenclub' blijven.

Kijl: "We hadden een schaarste gecreëerd door die jongeren te weigeren, dus onbedoeld gaf het een high toen zij ineens wél de Abe in mochten."

Het werd een succes. Per avond 'caterde' Abe - met in- en uitloop - zo'n 400 klanten. Norbart: "We kozen vanaf het begin voor zuiverheid. We wilden geen zwart geld, dus alles ging by the book. We wilden 100 procent veiligheid, dus hadden we niet één beveiliger op 150 klanten, maar één op elke 50."

Dat het de recherche en de gemeente een doorn in het oog was dat ze viptafels aanboden, lazen de eigenaren naar eigen zeggen in de krant.

Norbart: "Ze hebben ook nooit een onderzoek getoond waaruit een correlatie blijkt tussen viptafels en criminelen en de incidenten bij ons. Wij zijn van de twintig clubs in de stad nu de enige die geen viptafels mag hebben. De Escape, de grootste en bekendste club, heeft net verbouwd en biedt nu zo'n dertig viptafels aan."

Utrechts model
Abe was volgens de eigenaren na de eerste sluiting nog strenger dan het vipbeleid dat de gemeente nu voorstaat. Kijl: "Aanvragers van tafels moesten zich identificeren en werden geregistreerd, gasten moesten zich legitimeren en elke aanvraag werd giraal afgehandeld."

Van alle opgesomde incidenten waarmee politie en gemeente in rapportages de sluitingen verder onderbouwden - (zware) mishandelingen, vernieling van het meubilair, doodsbedreiging door een bekende crimineel - blijft volgens Kijl en Norbart één schamel incident over waarbij iemand was betrokken die aan een viptafel zat - 'een stylist van bekende Nederlanders'.

Norbart: "Met 0,03 procent van onze klanten ging iets mis."

Bovenal vinden Kijl en Norbart dat de overheid de maatschappelijke problemen op hun bordje legt. "De burgemeester en de korpschef hebben op televisie zelf gezegd dat ze criminelen moeten laten lopen. Die willen bij ons binnen," zegt Norbart.

"We hebben nooit problemen met de klanten die we toelaten, maar met de klanten die we wéigeren. Die zijn kwaad. Als wij morgen zeggen: 'Kom allemaal maar binnen en laat je geld bij ons tegen de plinten opklotsen', hebben we juist met niemand problemen."

Kijl en Norbart zouden graag met de overheid samenwerken zoals 'in het Utrechtse model'. Wie uitgaat moet zich legitimeren, wie zich misdraagt krijgt een straat-, plein- of horecaverbod. Kijl: "We kunnen alleen hand-in-hand de problemen aanpakken. Overheid, hélp ons, zou ik willen zeggen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden