Plus Voeding

Eetparadijs Amsterdam: Hoe de stad in 60 jaar dichtgroeide

Het percentage dikke mensen steeg de afgelopen decennia razendsnel - bijna net zo snel als het aantal eetgelegenheden, diëtisten en sportscholen in Amsterdam. Zou er een verband zijn?

'Nimmer werd een zoo grote behoefte gedemonstreerd naar ballen gehakt, croquetten, patates-frites en warme worst' Beeld anp

De dienstdoende verslaggever van de Gooi- en Eemlander stak zijn verbazing in 1939 niet ­onder stoelen of banken. 'Amsterdam,' schreef hij na een bezoek, 'schijnt steeds meer te worden tot de stad der smulpapen. Want niet alleen de lunchrooms en automatieks, doch ook de ­cafetaria's en andere goedkoope eetgelegen­heden nemen steeds in aantal toe.'

Ondanks de sombere tijd en het feit dat het land zich in crisis bevond, constateerde de journalist, hadden de hoofdstedelingen meer lekkere trek dan ooit. 'Nimmer werd een zoo grote ­behoefte gedemonstreerd, naar koppen erwtensoep, ballen gehakt, croquetten, patates-frites en stukken warme worst, als in onze dagen.'

Twaalf keer zo veel
Ziedaar de vroege contouren van een ontwikkeling die, toen de stad na de oorlog eenmaal weer was opgekrabbeld, tot op de dag van vandaag stevig doorzette. De toename van het eten buiten te deur, van gemaksvoedsel en van het nuttigen van snelle snacks buiten de reguliere drie maaltijden om, zou in de volgende zestig jaar ­alleen nog maar toenemen - met een snelheid de journalist van de Gooi- en Eemlander waarschijnlijk zou doen duizelen.

Onderzoek van Het Parool aan de hand van noteringen in ­Gouden- en Beroepengidsen laat een spectaculaire toename van publieke eetgelegenheden zien: van nog geen tweehonderd in 1969 naar ruim twaalf keer zo veel heden ten dage.

Wat in het kielzog van al dat lekkers ook ­toenam, was onze omvang. Ondervoeding en ­tekorten hoorden in de jaren vijftig voor het eerst tot het verleden, maar de snel toenemende welvaart en het bijbehorend consumptie­patroon bleken ook een schaduwzijde te hebben.

Gezelligheidscalorieën
Grote groepen mensen kregen ineens klachten die eerder bijna alleen voorkwamen bij de bovenlaag die zich een lui leven vol lekkers kon permitteren: diabetes, tandbederf, jicht, hartaanvallen.

Over het aantal mensen met overgewicht wordt pas vanaf de jaren tachtig concrete cijfers verzameld door het CBS, maar in de twintig jaar daarvoor klonken al regel­matig bezorgde geluiden: kleuters bleken in hoog tempo zwaarder te worden, bij jonge mannen die zich lieten keuren voor militaire dienst werden plotseling buikjes aangetroffen die daar vroeger niet zaten.

Artsen en wetenschappers spraken tegen de overheid hun zorg uit over de snelle stijging van het aantal per hoofd geconsumeerde calorieën, vooral in de vorm van tussendoortjes. Dit werden 'gezelligheidscalorieën' genoemd: in 'chocolade, geconfijte producten, room en pinda's'.

Grillige consumptie
Aart Jan van Duren is economisch geograaf, hij promoveerde op de ontwikkeling van winkels en horeca in de Amsterdamse binnenstad.

"Vanaf halverwege de jaren zestig hadden mensen ineens veel meer te besteden. Dat vertaalde zich in snelle publieke ontwikkeling: het ­horeca- en winkelaanbod in Amsterdam steeg. Terwijl mensen tijdens de verzuiling altijd naar dezelfde winkel en dezelfde kroeg gingen en het leven zich vooral in eigen huis en kring afspeelde, trokken mensen nu naar buiten."

"Door waar je je geld uitgaf, liet je zien wie je was. Dat consumptiepatroon, dat eerder gebonden was aan ­gezette tijden en plekken, werd grilliger en persoonlijker. En ook zichtbaarder: na de jaren tachtig kwamen er bijvoorbeeld ineens overal terrassen."

Niet alleen de hoeveelheid, maar ook de aard van de horeca veranderde. "Bij grote winkelstraten en op andere dure locaties zag je vroeger lunchrooms en restaurants waar mensen echt gingen zitten eten. Dat is nu nauwelijks meer rendabel: er komen alleen zaken bij waar de hele dag snel iets kan worden gehaald - de Nutellawinkels en fastfoodzaken. Tegenwoordig zijn dat ook de enige bedrijven die ­gewilde locaties als de Kalverstraat nog kunnen ­betalen."

Sherrykuur
Vanaf begin jaren zeventig namen de vermageringsinstituten en dieetrubrieken een vlucht. Waar diëtisten eerder vooral werkten met mensen die ernstige ziektes of allergieën hadden, werden ze ineens ingeschakeld om tienduizenden mensen te helpen afvallen.

Hypes en clubjes maakten hun opwachting, van de Weight Watchers tot de 'sherrykuur': een dieet dat ­beroemd werd omdat ook koningin Juliana het volgde, bestaande uit meerdere glazen sherry en biefstukken per dag.

Gouden Gids

De opgenomen cijfers komen uit de Gouden Gids, die tot de jaren ­zeventig de Beroepengids heette. De meest recente cijfers komen van detelefoongids.nl waar de Gouden Gids inmiddels in is opgenomen. Alle gidsen betrokken hun gegevens bij de Kamer van Koophandel.

Veel baatte het allemaal niet, want het snaaien en grazen bleef ondertussen toenemen, aangemoedigd door steeds alomtegenwoordiger reclames ('Eet Milky Way tussen de maaltijden door, zonder uw eetlust te bederven!'). Ook verpakkingen werden groter: een grote fles Coca Cola bevatte in 1956 750 ml, in 1976 1000 ml, in 1986 1500 ml en in 1996 2000 ml. Een zak chips woog in de jaren zestig 75 gram. Tegenwoordig is 300 geen uitzondering.

Duurste probleem
De overheid heeft het probleem van 'de dikkerds', zoals ze tot eind vorige eeuw werden ­genoemd, inmiddels wel op de agenda staan. Sinds het idee van de obesogene samenleving in zwang kwam, wordt - naast het beschouwen van overgewicht als puur individueel falen - iets meer aandacht besteed aan de rol van de omgeving. Met actief ingrijpen in die omgeving zijn overheden echter nog zeer terughoudend.

De vele diëtisten en sportclubs hebben in ieder geval niet geholpen, want in Nederland is nu meer dan de helft van de volwassenen zwaarlijvig, al lijkt de groei wat te stagneren. Wereldwijd is bijna een op de drie mensen te dik, en dreigt obesitas roken te gaan inhalen als duurste ­probleem voor de wereldwijde economie.

Het is de vraag of een oplossing überhaupt in het verschiet ligt, zolang we niet onderkennen wat we toch overal om ons heen zien: dat onze omgeving in razend tempo ongezonder is geworden. Nog sneller dan wijzelf.

Het Parool en Food Cabinet werken samen aan Het ­Eetparadijs: een journalistiek onderzoeksproject naar de voedsel­omgeving in ­Amsterdam. Onze bevindingen publiceren we elke zaterdag in Het Parool en online. Kijk op foodcabinet.org voor achtergrondinterviews, foto-, video- en audiomateriaal.

Op 28 maart vindt Het Eet­paradijs Live plaats in Pakhuis de Zwijger. U kunt zich aanmelden via dezwijger.nl. De toegang is gratis.

Dit is het tweede deel van een vijfdelige serie. Lees het eerste deel hier terug: 'Bij groeiend overgewicht is de stad een grote verleider'

Etend Amsterdam in cijfers Beeld Jorris Verboon
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden