Plus

Eerste wethouder D66 Gerrit Jan Wolffensperger: 'Angst is mij vreemd'

Gerrit Jan Wolffensperger (72), de eerste wethouder in Amsterdam van het nu jarige D66, werd bedreigd, bijna ontvoerd en doorstond 21 aanslagen op zijn huis. 'Angst is mij vreemd.'

Gerrit Jan Wolffensperger: 'Amsterdam is veranderd, ten goede van D66.'Beeld Marc Driessen

Gerrit Jan Wolffensperger trad in 1968 toe tot D'66 (toen nog met apostrof), dat dit weekeinde zijn vijftigjarig bestaan viert in de RAI.

Na een carrière als fotograaf, officier bij de KNSM, Volkskrant-commentator en docent aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam kwam hij in 1978 op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. D66 behaalde drie zetels en vormde een college met PvdA, CDA en CPN. Wolffensperger werd wethouder.

1. De jaren met Jan Schaefer

"Het college dat wij in 1978 vormden, volgde op een gemeentebestuur dat rollend over straat ging, onder meer vanwege de Nieuwmarktrellen. Wij waren vastbesloten elkaar vast te houden, te zorgen voor rust in de tent."

"Jan Schaefer (PvdA) gaf mij mijn eerste politieke les. Vlak voordat de onderhandelingen begonnen, had ik in de Volkskrant vraagtekens gezet bij de juridische haalbaarheid van een rechtszaak tegen oud-SS'er Pieter Menten."

"Dit viel volkomen verkeerd bij CPN-leider Roel Walraven, die mij heftig aanviel. Ik verzandde in een juridisch betoog, waarop Schaefer riep: 'En nu afconcluderen.' Dat werd een gangbare term in het gemeentehuis."

Later vernam Walraven dat Wolffensperger de zoon is van verzetsstrijder Gerrit van der Veen en had hij spijt van zijn aanval.

Amsterdam zat in een crisis, door de leegloop en verloedering. D66 en PvdA vonden elkaar in hun afkeer van grootschalige sloop. Ze wisten te voorkomen dat de binnenstad steeds meer zou lijken op de Wibautstraat en gingen bouwen voor de buurt.

Veel verpauperde woningen gingen tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw. De wachtlijsten voor huizen waren zo lang dat Amsterdammers moesten 'over­lopen' naar Purmerend, Almere of Alkmaar. Wolffensperger moest dit in goede banen leiden.

"Als wethouder Herhuisvesting ging ik om de paar weken bij die gemeenten langs om te controleren of ze wel genoeg Amsterdammers onderbrachten. Schaefer, met wie ik het overigens erg goed kon vinden, had het slim gespeeld; hij kon zich profileren als de bouwer, ik kon de troep opruimen."

In de tweede periode, vanaf 1982, maakte het college een eind aan de uittocht van Amsterdammers. Het bouwen van woningen in Amsterdam werd prioriteit. "Daar ging een hoogoplopende discussie aan vooraf, want ik was het hier in eerste instantie niet mee eens. Achteraf onterecht."

Nu noemt Wolffensperger dit een van de belangrijkste beslissingen die in die periode is genomen. Het inwonertal van Amsterdam krabbelde na het dieptepunt in 1985 weer langzaam omhoog. In dezelfde periode voerde Wolffensperger als wethouder Onderwijs de basisschool in, een grote operatie.

Met collega-wethouder Jan Schaefer (l), na een gesprek met krakersBeeld Hans Steinmeier/ANP

2. De krakers

Het wethouderschap van Wolffensperger viel samen met de hoogtijdagen van de kraakbeweging, een periode die hij omschrijft als 'een van de meest gewelddadige ooit in de geschiedenis van Amsterdam'. Dat ondervonden hij en zijn gezin aan den lijve: 21 keer werd er een aanslag gepleegd op zijn huis. Verfbommen, stenen door de ruit, een keer zelfs een stoeprand.

In 1982 werd een poging gedaan om Wolffensperger te ontvoeren. "Ik kwam op de fiets aan bij het nieuwe kantoor van de dienst Herhuisvesting toen een uit een bestelbusje een paar gemaskerde mannen kwamen. Er ontstond een vechtpartij, ik kon goed meppen als dat nodig was. De belagers dropen af, maar namen wel mijn fiets mee. Die werd later verloot in het krakersblad Bluf."

Beveiliging kreeg Wolffensperger niet. De bedreigingen, de aanslagen, het werd toentertijd een beetje gezien als risico van het vak. De relatie tussen het stadsbestuur en de politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken was bovendien belabberd. Laat ze hun eigen ellende maar oplossen in Amsterdam, was de gedachte.

De publieke opinie was op de hand van de krakers, zeker eind jaren zeventig. Keerpunt was de ontruiming van de Lucky Luijk, een kraakpand in de Jan Luijkenstraat, in 1982. "Toen de krakers een deal met de gemeente afwezen om van het pand huurwoningen te maken en bij de ontruiming die tram in brand kwam te staan, viel het draagvlak voor de kraakbeweging weg."

Het geweld en de intimidaties maakten Wolffensperger boos, maar niet bang. "Angst is mij nu eenmaal vreemd. Thuis vonden ze het wel hinderlijk, en ook de buren kregen last van de verfbommen. Maar ik heb nooit overwogen om ermee te stoppen."

3. Stadsdelen

De basis voor de stadsdelen werd gelegd in 1979, toen het college besloot tot een 'binnengemeentelijke decentralisatie'. Bedoeling was om bestuur en burger dichter bij elkaar te brengen.

"Een naïeve gedachte," zegt Wolffensperger nu. De stadsdelen waren onderdeel van een groter plan, namelijk het vormen van een grote stadsprovincie. "Noord, Osdorp, Zuid, maar ook Diemen, Landsmeer, Oostzaan en Amstelveen zouden allemaal opgaan in die stadsprovincie. Het is toch ook idioot dat die gemeenten niet bij Amsterdam horen."

Een referendum gooide roet in het eten, waardoor Amsterdam overbleef met stadsdelen, die inmiddels weer zijn getransformeerd tot bestuurscommissies. "Als je somber bent zou je dit kunnen beschouwen als een sterfhuisconstructie."

Kostelijke zonde, vindt Wolffensperger, die zoals het een D66'er betaamt, heilig gelooft in het nut en noodzaak van een ander bestuurlijk stelsel.

"Eigenlijk zou Nederland maar twee bestuurslagen moeten hebben, de nationale overheid en een stadsprovincie dan wel gewesten. Ik ben er, mede door mijn geloof in Europa, van overtuigd dat de stedelijke agglomeratie op den duur belangrijker wordt dan de natiestaat."

4. het heden

Wolffensperger is nog altijd actief in de partij. Hij heeft regelmatig contact met bewindslieden, raadsleden en wethouders, vooral die in Amsterdam. "Dan praten we wat, soms geef ik advies en ik organiseer masterclasses voor D66-talent."

Dat zijn partij de grootste van de stad is, kon hij nooit bevroeden. Na de laatste verkiezingen kon D66 in Amsterdam het voortouw nemen bij het vormen van een college, met VVD en SP.

"In mijn tijd was het een gegeven dat de PvdA de grootste was in Amsterdam, daar schikten wij ons naar. Nu is die partij in grote problemen gekomen, ook in Amsterdam. Ik vermoed dat de grote ontevredenheid onder burgers zich in de stad richt op de Partij van de Arbeid."

Zijn partij profiteert van de politieke verschuivingen, maar ook van de transformatie die Amsterdam heeft doorgemaakt. Toen Wolffensperger wethouder was, kampte de stad met leegstand, leegloop en verloedering. Nu is de bevolking welvarender en vaker hoogopgeleid; D66-publiek. "Amsterdam is veranderd, ten goede van D66."

Welke stempel zijn partij in vijftig jaar heeft gedrukt op de stad? "Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Maar het is altijd goed om een partij te hebben die bestaat uit redelijke en verstandige mensen."

Gerrit Jan Wolffensperger

Amsterdam, 9 augustus 1944

1969-1978 Docent Univer­siteit van Amsterdam
1971-1978 Juridisch medewerker de Volkskrant
1978-1986 Wethouder Amsterdam
1986-1997 Lid Tweede Kamer
1994-1997 Fractievoorzitter D66 Tweede Kamer
1998-2003 Voorzitter raad van bestuur NOS

D66 in Amsterdam

Oktober 1966 Besluit tot ­oprichting D'66
26 november 1966 Oprichting afdeling Amsterdam
1970 D'66 haalt drie zetels onder leiding van Arnold ­Martini, later burgemeester van Landsmeer
1978 Partij komt, met drie ­zetels, voor het eerst in college, met Gerrit Jan Wolffensperger als eerste wethouder
1990 Voorlopig hoogtepunt: negen zetels
2002 Voor het eerst sinds 1978 valt D66 buiten college
2006 Dieptepunt: twee zetels in gemeenteraad
2010 D66 haalt zeven zetels, onderhandelingen met PvdA klappen bij koffiezetapparaat
2014 Historische overwinning: D66 met veertien zetels de grootste in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden