Uit het archief

Eerste bewoner van de Bijlmer: 'Ik was dat uitbundige niet gewend'

De Bijlmer is dinsdag vijftig jaar geworden en daarom duiken we in het archief. Onderstaand artikel, over eerste bewoners Kees en Truus Copray, werd een aantal jaar geleden gepubliceerd.

Voor de dagelijkse bezoeken kwamen een bakker, slager en melkboer aan de deur, voor kleding voor de kinderen moest per bus de lange weg naar Amsterdam worden afgelegd. Beeld anp

Het mooiste was de volautomatische wasmachine met centrifuge.

Toen Kees en Truus Copray in november 1968 het verzoek kregen om als eerstebewoners van de Bijlmermeer uit handen van wethouder Theo Elsenburg de sleutel voor hun woning in de net opgeleverde flat Hoogoord in ontvangst te nemen, stond daar natuurlijk van gemeentewege een aantrekkelijk prijzenpakket tegenover.

Langzaamwasser
Het echtpaar zou onder meer een abonnement op de schouwburg ontvangen, een visakte én de wasmachine, in die jaren nog een verbluffend wonder van moderne technologie.

"Onze woning in Geuzenveld had in de badkamer een ingebouwde langzaamwasser," vertelde de 86-jarige Truus Copray in 2011. "Reuzehandig, maar die konden we niet meenemen. Mijn man zei: 'We zullen spitsroeden moeten lopen, maar we doen het voor de wasmachine'.

Zandvlakte
Op de aandacht zaten we geen van beiden te wachten. We waren juist erg op onze rust gesteld." Het was dus even doorbijten voor het echtpaar Copray, met het schudden van alle handen, het aanhoren van alle toespraken en het poseren voor alle persfotografen. Truus Copray: "Ik schrok van alle drukte. Gelukkig was ik 's ochtends naar de kapper geweest."

Daarna begon voor Kees, Truus en hun zes kinderen het leven in de Bijlmermeer, een leven met een wasmachine weliswaar, maar met buiten de deur nog weinig meer dan een eindeloze zandvlakte.

Pioniersbestaan
Voorzieningenwaren er niet of nauwelijks. Voor de dagelijkse bezoeken kwamen een bakker, slager en melkboer aan de deur, voor kleding voor de kinderen moest per bus de lange weg naar Amsterdam worden afgelegd. "De eerste dag bezeerde een van onze kinderen zijn hoofd bij het spelen tussen de zandhopen," vertelt Truus over het pioniersbestaan.

"Maar we wisten niet eens of er een dokter was in de Bijlmer. Alles moesten we opnieuw uitvinden." En dan dienden zich ook nog de jaren zeventig aan, de jaren waarin al het oude op de schop ging om ruimte te maken voor een ongehinderde maar zenuwslopende zoektocht naar het nieuwe.

Flinke slok
Truus Copray denkt huiverend terug aan haar bezoeken aan het filiaal van de rooms-katholieke kerk in de flat, een sober ingerichte woning met een groot aantal stoelen.

Het keurig katholieke echtpaar verbaasde zich over de priester van dienst die zijn taken uitvoerde in een blauw T-shirt, en weigerde beleefd toen tijdens de zondagsmis een fles wijn van hand tot hand ging, met de uitnodiging aan de verzamelde gelovigen een flinke slok uit de fles te nemen.

Stempel
Maar: de woningen waren prachtig, en toen het groen rondom de flats eenmaal begon te groeien, groeide de liefde voor de Bijlmermeer als woonwijk mee. Copray: "Het was wel heel anders dan ons was voorgespiegeld. Het waren van oorsprong dure woningen. De gedachte was dat het een wijk zou worden voor mensen met goede salarissen."

"Dat veranderde, zeker toen in de jaren zeventig zo veel Surinamers in de flats neerstreken. Het viel die mensen niet aan te rekenen. Die kwamen uit een ver land en waren ook uit hun doen. Maar het gaf de Bijlmer wel een stempel. We zagen onze buren een voor een wegtrekken, naar Buitenveldert en Amstelveen."

Meer over de jarige Bijlmer

Lees ook terug hoe Amsterdam de wijk in handen kreeg (link), of doe mee aan onze oproep: wat zijn de mooiste foto's van de Bijlmer? (link)

Copray herinnert zich de eerste kennismaking met de grote stroom van duizenden Surinamers die in de aanloop naar de onafhankelijkheid van hun land in 1975 in de Bijlmer neerstreek. "Ik liep naar het noofwinkelcentrum voor mijn boodschappen toen daar een hele groep mannen en vrouwen wat verloren stond te staan."

"Toen ik passeerde, stapte er een man naar voren en zei: u bent vast een hele goede vrouw. Ik was dat uitbundige niet gewend en schrok daar zo van, dat ik een grimas trok. Achteraf dacht ik: wat moet die man wel niet hebben gedacht. Ik denk dat er toen veel onbegrip heeft bestaan tussen blank en zwart. Het was voor iedereen nieuw."

Artis
Truus Copray bleef de Bijlmer trouw, ook toen de kinderen het huis verlieten, ook toen haar man Kees overleed. Pas in 2011 zomer, ruim veertig jaar na haar aankomst in de Bijlmer, maakte ze de overstap naar een kamer in het zorgcentrum Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan. Ze mist de Bijlmer niet, zei ze toen. "Ik heb er altijd met plezier gewoond, maar op een gegeven moment is het ook wel weer goed om verder te gaan."

Het groen rondom de flat, daar dacht ze wel met veel plezier aan terug. Een abonnement op het nabijgelegen Artis hielp dat gemis te compenseren.

Lees meer: 'Bijlmer was een groots plan van een dappere bouwer' [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden