PlusAchtergrond

Eenmaal online gaat de foto van een verdachte nooit meer weg

Een foto van een verdachte op internet plaatsen is een effectieve, maar niet onomstreden opsporingsmethode: het internet vergeet namelijk niets. “Het is een heel zwaar middel, het tekent iemand voor het leven.”

Beeld Politie

“Ben jij deze jongen? Meld je dan zo snel mogelijk,” zegt een politievrouw, terwijl ze streng de camera inkijkt. Rechtsboven in beeld is een jongeman te zien in een treincoupé, zijn gezicht is onherkenbaar gemaakt. Hij wordt ervan verdacht zijn geslachtsdeel te hebben getoond aan een vrouwelijke passagier en haar in het voorbijgaan op haar achterste te hebben geslagen. Schennispleging en aanranding dus.

De jongen krijgt een week de tijd om zich te melden, daarna zal ook zijn gezicht getoond worden, waarschuwt de politie in het filmpje, dat zowel op internet als via de opsporingsprogramma’s op televisie werd verspreid. Zondag verliep het ultimatum, en verspreidde de politie inderdaad de herkenbare foto van de verdachte, gemaakt door het slachtoffer.

“Zo’n besluit wordt niet lichtzinnig genomen,” legt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie uit. Hiervoor bestaat een ‘aanwijzing opsporingsberichtgeving’, waaraan politie en justitie in ieder specifiek geval toetsen om te bepalen of het verspreiden van ongeblurde beelden proportioneel is. “Als we een minder verregaand middel in kunnen zetten kiezen we altijd daarvoor.”

Het verspreiden van de foto is wel zeer effectief: maandagochtend was de identiteit van de verdachte al bekend bij de opsporingsdiensten. “Het verzoek is om gepubliceerde foto’s van deze persoon te verwijderen van internet,” twitterde de politie vervolgens.

Verhouding tot delict

Maar daarvoor is het te laat, constateert TNO-onderzoeker Arnout de Vries, die gespecialiseerd is in sociale media en opsporingsmethoden. “Als zo’n foto eenmaal via internet is verspreid is dat niet zomaar terug te draaien.” Dat het tonen van foto’s van verdachten een effectieve opsporingsmethode is staat buiten kijf, maar volgens De Vries moet wel goed worden afgewogen of het middel wel in verhouding staat tot het delict. “Het wordt vaak gebruikt bij zware relschoppers, als er veel daders zijn en weinig alternatieven om ze te vinden. In dit geval lijkt het een heel zwaar middel, de impact voor de verdachte, die herkenbaar in beeld is, is enorm.”

De zegsvrouw van het OM zegt dat schennispleging dan ook niet zomaar een vergrijp is. “Aangezien de man – we gaan ervan uit dat hij meerderjarig is – zijn geslachtsdeel in de trein laat zien, en niet in een park ofzo, houden we er rekening mee dat dit niet de eerste keer was dat hij zoiets deed. Dit soort feiten staan zelden op zichzelf, en je wilt niet dat hij de volgende keer iemand verkracht in de trein.” Het OM heeft zeker meegewogen dat de gevolgen voor de man groot zullen zijn. “Bekendstaan als zedendelinquent is niet niks. We gaan dan ook echt niet over een nacht ijs.”

Getekend voor het leven

Mediaethicus Huub Evers vindt toch dat de opsporingsdiensten te makkelijk namen en foto’s verspreiden. “Als het gaat om ernstige delicten, denk aan moord of verkrachting, dan kan ik het me voorstellen. Maar daar was hier geen sprake van. De oproep om de beelden ‘van internet te halen’ is onzin: de foto is al verspreid via sociale media en die krijg je er nooit meer af. Je tekent zo iemand voor het leven.”

Rejo Zenger, beleidsadviseur bij privacyorganisatie Bits of Freedom, betwijfelt of de politie begrijpt dat foto’s zodra ze op internet staan er nooit meer af zullen gaan. “Alles wat je op online zet is onomkeerbaar. Ik geloof best dat de politie en het OM een zorgvuldige afweging maken voor ze beelden online zetten, maar vraag me wel af of ze hierbij ook rekening houden met technologische ontwikkelingen in de nabije toekomst. Op het gebied van gezichtsherkenning gaat het heel snel: over een paar jaar zal het mogelijk zijn om iemand op zowel naam als gezicht te kunnen zoeken op internet. Dan zal bij het intoetsen van de naam van deze man, bijvoorbeeld door potentiële werkgevers, direct deze foto als zoekresultaat verschijnen.”

Strafvermindering

Beelden van verdachten die op internet rondgaan kunnen in de rechtszaal bovendien leiden tot strafvermindering. Dit was onder meer het geval bij de ‘Eindhovense kopschoppers,’ die een mildere straf kregen omdat hun identiteit overal bekend was gemaakt. De Vries: “Als een opsporingsbericht viraal gaat is de impact op de verdachte heel groot, en kan het reden zijn voor strafvermindering. Die is vaak niet zo enorm, en het risico bestaat dat de opsporingsdiensten dit al incalculeren in hun afweging om een foto al dan niet te verspreiden. En ik vraag me af of voldoende rekening kunnen houden met de gevolgen voor de verdachte als zo’n foto echt viraal gaat.”

Evers hoopt op een brede maatschappelijke discussie in hoeverre privacy en opsporingsbelang met elkaar botsen. “Tegelijkertijd vraag ik me af of er wel ruimte is voor zo’n publiek debat: de meeste mensen zullen vinden dat die viespeuk gewoon gepakt moet worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden