Een wonderlijke ontmoeting met Hein de Kort

Thomas Acda Beeld Wolff
Thomas AcdaBeeld Wolff

Op de wc bij mijn zwager hangt sinds jaar een dag een tekening van de Amsterdamse striptekenaar Hein de Kort. Een man kruipt door een woestijn. Hij is aan het eind van zijn Latijn en weet nog net, de mond vertrokken van dorst, langs de uitgestrekte arm te mompelen: 'Kunst!'

Wij, allen acteurs, vonden dat grappig. Eerst eten, slapen, drinken, seks en dan wil de mens een leuke film, wisten we. Er was dus al zelfspot bij ons thuis voordat Halbe Zoolstra onze verpozing biedende beroepsgroep op Befehl begon te kleineren.

Ik wilde weleens met iets anders aankomen dan het obligate flesje 'komtwelop' en besloot Hein de Kort te benaderen. Een ongrijpbare e-mailwisseling was het gevolg.

'Beste meneer De Kort, al jaren fan,' bla bla bla, 'zou ik die tekening kunnen kopen?'

Het antwoord: 'Ach, jongeheer, zo beroemd om het spelen van de Amerikaanse luit, wat fijn dat u mij aanschrijft.'

Verder niets.

Ik weer terug: 'Dank! Maar... eh... Die tekening?'

'Ja ja,' schreef hij terug. 'Na uw eerste schrijven heb ik ook de eiersnijder weer ter hand genomen en deze na een halve Neil Young met een sierlijke boog de gracht in geflikkerd.'

'Prima,' schreef ik, 'maar eh... tekening?'

Uiteindelijk, een stuk of vijftien van deze amusante omwegen verder, kwamen we tot een overeenkomst: de opdracht was elkaar te ontmoeten op een willekeurige dinsdag in een ijssalon naar mijn keuze.

Hij zou achterin zitten met een bruine Stetson op en een chocolade-ijsco, vergezeld van een bol pistache. Een aan te raden keuze, overigens. Ik diende om 'precies tien over twee of zo' te verschijnen met de somma van (geheim, want een cadeau) in een 25 jaar oude envelop.

Na het uitwisselen van beleefdheden over het weer zouden we beiden, als in een oude film noir onze enveloppen naar elkaar toe schuiven. Hij zou vertrekken en ik diende vier minuten na hem de andere kant op te lopen, teneinde de eventuele strippolitie een loer te draaien.

In een gitaarkoffer vond ik uiteindelijk een oude envelop. De garantie van de inmiddels 25 jaar oude Martin-gitaar bleek bij aanschaf al verlopen. Hein zat vóór ijssalon Jordino - er bleek geen achterin - maar mét bruine Stetson op. Geen ijsje, want hij wilde zijn buikje niet verder spekken.

Hij gaf me zijn envelop, genoot even van mijn geuite bewondering en in de vier minuten na zijn vriendelijke vertrek zag ik dat hij mij niet een, maar twee genummerde afdrukken had bezorgd. 2 van 2. En een bon voor een ijsje naar keuze. Al raadde hij de combinatie pistache-chocola ten zeerste aan.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden