Theodor Holman Beeld Wolff

Een vuurpijl naar de politie? Je blijft de zielige lul die je al was

Plus Column

Het geweld tegen politie en ambulancepersoneel is verdubbeld, en men wil weten hoe dat komt.

Volgens mij komt het hierdoor: het overschrijden van de ethische normen van de ene groep geeft status en macht bij de andere groep.

Anders gezegd: het slechten van een taboe ontwikkelt een machtsgevoel. Er wordt iets overwonnen.

Wij - enigszins normalen - vinden het belangrijk dat de politie waakt over onze eigendommen, en dat ambulancepersoneel ons leven kan redden.

Zij - de politie- en ambulancebroedersbedreigers - vinden dat misschien ook wel, maar het zijn schlemielen, minkukels, domoren, niksnutters op wie wij terecht neerkijken. Dat zint ze niet.

Dus doorbreken ze onze norm. Ze doen iets wat verboden is.

Als je een taboe, een verbod, doorbreekt, ervaar je de demonische aantrekkelijkheid daarvan. Weleens gestolen, een ruit ingegooid of een ander ­begeerd? Dat is opwindend.

Je weet dat je iets doet wat niet deugt, maar je voelt tevens dat je leeft. Je schuld verdoezel je door het normaal te laten worden. Wie elke dag steelt, heeft over dat stelen geen schuld­gevoel meer. Als je iets doet wat taboe is, is het of je de God van je tegenstander verslaat. Hoe moedig moet je daarvoor wel niet zijn?

Moed en macht karakteriseert de wrede meedogen­lozen.

Ben je wreed en meedogenloos, dan is je heldenstatuur bevestigd. Je wordt naar de kille ogen gekeken. Niet God, en zijn plaatsvervanger de ambulance­broeder, gaat over ­leven en dood, maar jij, eenvoudige vuurpijlengooier, miesmacher, schlemiel, nietskunner en prutser. De macht is nu aan jou! Hoe opwindend!

Gevoelens kennen een kitscherige pendant. Macht, door met een simpele vuurpijl politie en ambulancepersoneel onder schot te houden, is er zo één. Je hebt namelijk niet echt de macht. Je blijft de zielige lul die je al was. Het is misplaatste macht. De macht der machtelozen.

De vraag is wat je hieraan kunt doen. Ik ben daarin een slechte raadgever, want ik wil dan altijd in het Bijbelboek verwijzen naar Leviticus 24:19-20 (Oog om oog, tand om tand).

Is het een taboe te hopen dat de vuurpijlgooier zelf naar het ziekenhuis moet en de ambulance niet kan ­komen omdat ambulancebroeders niet meer durven?

Ik heb zulke wraakfantasieën.

Ik weet ook dat deze dom­kogels niets om het leven of het eigen leven geven. In vredes­tijd zijn ze betreurenswaardig, in oorlogstijd heb je ze nodig. Die minkukels dromen van oorlog.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden