Plus

Een vijfde van het Amsterdamse Bos zal sterven aan essenziekte

Het Amsterdamse Bos zucht onder de essentaksterfte, die op lange termijn bijna alle essen - een vijfde deel van het bos - fataal zal worden. Deze week begon de kap van de eerste vijfhonderd bomen.

Boswachter Abe onderzoekt samen met een collega in de Amsterdamse bos essen die beschimmeld zijn Beeld Jean-Pierre Jans

Voor de leek is er niet veel aan de hand. Die ziet een majestueuze es, soms wel dertig meter hoog. Maar: gemarkeerd met een witte stip en dus ten dode opgeschreven.

Nog dit voorjaar worden in het Amsterdamse Bos bijna vijfhonderd essen gekapt. Hun kroon is voor meer dan dertig procent aangetast door de essentaksterfte, die nu ook hier om zich heen grijpt. En dan te bedenken dat vijftien tot twintig procent van de dikke bomen in het bos een es is.

"Soms staan ze er nog twee jaar heel goed bij," zegt boswachter Abe van 't Wout. "Maar de geoefende kijker ziet het meteen."

Schimmel
Jong aangegroeide twijgjes zijn afgestompt, wijst hij, er zitten geen knoppen aan. Een door sporen via de lucht neergestreken schimmel, het vals essenvlieskelkje, zorgt ervoor dat de boom takken en bladeren verliest en zienderogen verzwakt. De kroon is niet meer mooi rond, nieuwe aangroei blijft beperkt tot de kern van de boom. "De boom is als het ware in zichzelf gekeerd."

Niet dat zo'n es dan meteen omvalt. "De boom kan daar lang mee omgaan." Daarom heeft het in het Amsterdamse Bos nog best lang geduurd voordat de essentaksterfte zich aandiende, terwijl al sinds 2010 uit Nederlandse bossen ­berichten komen over stervende essen als ­gevolg van de sinds de jaren negentig vanuit Oost-­Europa oprukkende exoot.

"De bomen zijn hier hooguit tachtig jaar oud, het bos is nog in de puberfase. Het aandeel jonge twijgen is hier minder groot dan in hakhoutpercelen of recent aangeplante bossen, waardoor de aantasting langer kan duren. Maar ook hier zijn er al aardig wat gestorven. Bomen met een diameter van zestig centimeter, helemaal dood."

Gevaarlijk
Want uiteindelijk bezwijken zelfs bomen die in de kracht van hun leven zijn als gevolg van de schimmel. Andere parasieten zien hun kans schoon en die worden de es fataal, legt Van 't Wout uit. Daarbij komt dat de vallende takken gevaarlijk worden, zodat het beter is ze te kappen. "Zie je die grote, dode arm daar? Die kan in zijn geheel naar beneden komen. Dit is toch een bos voor bezoekers. Het hoofddoel is recreatie."

Het is nog een geluk dat de bomen bij de aanplant van het Amsterdamse Bos in een grote ­variëteit zijn neergezet. "In een natuurlijk bos met een groter aandeel aan essen was het nog een veel groter probleem geweest."

Anderzijds is onder de jongere bomen maar liefst een kwart tot veertig procent een es. "We gaan er vanuit dat 99 procent het niet overleeft." In maart, als het broedseizoen begint en de bezoekersaantallen snel oplopen, moet de kap klaar zijn. Maar voor de komende jaren verwachten de boswachters telkens weer vijfhonderd essen te moeten ­vellen.

Resistent
Uiteindelijk hopen ze dat een deel van de essen resistent blijkt te zijn voor de schimmel. Die kunnen dan weer voor gezonde nakomelingen zorgen. Omdat de essen verspreid door het bos staan, zal de kap op veel plekken niet eens opvallen, verwacht Van 't Wout. Andere hoge bomen blijven staan, het 'bosbeeld' blijft in stand.

Van plek tot plek kijken de boswachters of de es een gat achterlaat in het ecosysteem of het landschap.

"In het parkbosgedeelte vooraan zullen we sneller nieuwe bomen aanplanten dan in het natuurbos. In dat deel ­komen we dan weer minder snel met nieuwe soorten. Waar het kan, ook vanwege de veiligheid, laten we de natuur zoveel mogelijk op zijn beloop. Een dode boom speelt ook weer een rol in het ecosysteem, als plek om in te nestelen, bijvoorbeeld."

Maar er zijn ook delen waar de lege plekken zullen opvallen, zoals rond het openluchttheater, waar zieke essen zij aan zij staan met veel ­lagere taxussen en ­veldesdoorns. "Of bij de ­entree van het bos, waar bij de aanplant heel goed is nagedacht over allerlei doorkijkjes die ontstaan door verschillende soorten bomen te gebruiken. Daar ga je de verandering het duidelijkst zien. Komende ­zomer al."

99%

Men gaat ervan uit dat 99 procent van de essen de ziekte niet zal overleven.

Essen in de stad hebben meer geluk

In de stad is de es minder vatbaar voor de essentaksterfte, zegt ­gemeentelijk bomenconsulent Hans Kaljee. De laatste jaren zijn alle 18.500 essen daar nog speciaal op nagekeken en bij het grootste deel was nauwelijks tot geen aantasting te zien.

Essen staan hier niet vaak in groepjes bij elkaar, en daar komt bij dat voor de stad, zeker sinds de jaren zestig, andere types van de es zijn ­gekweekt, meer kruisingen en minder inheemse soorten of zaailingen. "Dat is misschien ons historische geluk, dat we kruisingsproducten van verschillende herkomst zijn gaan planten."

"Maar," zegt Kaljee, "hier en daar zullen ook in de stad lege plekken komen door de kap. Op de Kalfjes­laan in Zuid, bijvoorbeeld."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden