PlusColumn

Een vaste brug over het IJ is een loopplank voor een dominante cultuur

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Peter R. de Vries en de paus hebben zich in het openbaar nog niet uitgesproken over de wenselijkheid van een vaste oeververbinding, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd.

Nu de besluitvorming over de brug over het IJ dichterbij komt, verdringen bestuurders, deskundigen en belangstellenden zich om hun mening te geven.

Vrijdag maakte minister Henk Kamp op het jaarlijkse Haven­gildediner tussen de gerookte makreel en de Australische ­entrecote door duidelijk dat het kabinet een zware stem zal willen hebben in het besluit over een brug, en daarna tikte gedeputeerde Elisabeth Post nog tegen haar glas om eraan toe te voegen dat ook het provincie­bestuur zo zijn gedachten heeft over de ideale oplossing.

Dat belooft nog een spannende strijd te worden. Een stad die een nieuwe periode van economische bloei wil vieren met een of meer ongetwijfeld schitterend vormgegeven bruggen, en twee hogere bestuurslagen die heel veel geld hebben gestoken in een peperdure nieuwe zeesluis en zich afvragen of het nou echt nodig is twintig kilometer landinwaarts een nieuwe hindernis voor de scheepvaart op te richten.

Vaststaat dat de strijdende partijen elkaar met economische argumenten om de oren zullen slaan. Het zijn nu eenmaal de cijfers van winst en verlies die doorgaans het laatste woord hebben.

Amsterdam zal moeten praten als Brugman om kabinet en provincie ervan te overtuigen dat de investering van meer dan achthonderd miljoen euro in de zeesluis niet in gevaar zal komen.

Een duizelingwekkend bedrag, vond ook de oude buurvrouw die ik onlangs sprak op een kinderfeestje in Noord. Zij zei te hopen dat de bruggen er niet komen. “Het leven is hier langzamer,” zei ze over het wezenlijke verschil tussen deze kant en de andere kant. Een vaste oeververbinding zou volgens haar korte metten maken met die plezierige eigenheid van Noord.

Ik denk dat zij gelijk heeft. Een oversteek met de pont dwingt nog tot een zekere bescheidenheid, omdat het alternatief – zwemmen – zo onaantrekkelijk is. Maar een vaste brug is een loopplank voor een dominante cultuur.

In het geval van Noord betekent dat, dat de pruttelende kan koffie op het warmhoudplaatje wordt vervangen door een chromen monster dat gorgelt en spuugt, en de man die zijn hondje uitlaat door een toerist die 's nachts, vastgeketend aan een smurf, in het plantsoen staat te braken.

De gratis pontjes waren ooit een belofte aan de geannexeerde gemeenten aan de andere kant van het IJ: jullie liggen dan wel aan de overzijde, maar jullie horen er echt bij.

De brug is vooral een geschenk aan zichzelf van een overlopende stad, die in de voormalige rafelrand het goud heeft zien blinken, en nu de tijd rijp acht voor een fikse versnelling van het langzame leven aan de overkant.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden