Column

Een van de nazaten eiste geld van me. 'Want jij bent schuldig'

Theodor Holman Beeld Wolff

Uit het onderzoek naar mijn voorouders is komen vast te staan dat een van mijn grootouders een dief was, een verkrachter, een slavenhandelaar, een seriemoordenaar, een antifeminist, een pedofiel, een kapitalist, een stalinist, een fraudeur, een kippen­neuker en een politicus.

Ik praat over het jaar 1269.

Nu belde laatst een van de nazaten van de slachtoffers van mijn overgrootvader bij mij aan en eiste geld.

"Want jij bent schuldig," zei hij.

"Ik ben een eerzaam mens, de letters van het alfabet zijn mijn gereedschap, ik heb nooit iets gedaan wat mijn moeder mij verboden heeft."

"Ik ben slachtoffer van uw overgrootvader en daaraan bent u schuldig. Ik wil geld."

Natuurlijk heb ik de man geld gegeven. Veel meer dan hij wilde. Want opeens zag ik in hoe juist zijn redenering was. Mijn overgrootvader uit 1269 was een misdadiger en omdat de man de nazaat was van een van mijn grootvaders slachtoffers, kon ik niets ­anders doen dan hem geld ­geven.

Bij toeval kwam een paar ­weken later de man van het onderzoek naar mijn voorouders bij mij langs en bewees dat ­Julius Caesar een voorouder van mij was.

"Hoe kan dat nou?" zei ik. Het was heel simpel.

"Jij, Theodor, hebt twee ouders, die hadden ieder ook twee ouders, en die hadden er ieder ook weer twee. Als we zo doorgaan had jij dertig generaties geleden meer dan een miljard voorouders. Zo veel mensen liepen er niet eens rond in de tijd van Julius Caesar dus jij moet wel familie van hem zijn!"

Ik raakte ontroerd, want nu wist ik dat Gaius Julius Caesar en Aurelia Cotta ook familie van mij waren. En Marcia en Quintus waren ook familie!

Maar opeens werden mijn tranen bitter.

"Betovergrootvader is de ­Rubicon overgestoken," zei ik. "Hij heeft Griekenland, Albanië, Spanje, Egypte, delen van Engeland en Frankrijk veroverd - behalve een klein dorpje - en daar overal slaven gemaakt, alles gestolen wat hij kon meenemen... En daaraan ben ik dus ook schuldig."

"Ja, maar dat zijn wij allen."

"Ook de zwarte mijnheren en dames?"

"Die ook, want die waren ook familie van Ceasar. Kan niet anders."

Dus misschien kunnen al die volkeren even hun gironummer naar mij mailen, dan betaal ik ze uiteraard wat ik ze schuldig ben.

En maakt u dan ook geld over naar elkaar en naar mij. Onder vermelding van Mea Culpa. Mea Maxima Culpa.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden