Column

Een tweede doodsbericht voor Albert de Lange

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Beeld Jan van Breda

We wisten het natuurlijk wel, maar je denkt er steeds minder aan dat de geleende tijd eindig is. De kankercellen hebben, zoals voorzien, nu dan toch besloten mijn spijsvertering vrijwel onmogelijk te maken en dat maakt het perspectief ineens een stuk kleiner. Een hongerstaker haalt wellicht zes weken, maar daar kan een kankerpatiënt niet op rekenen.

Dat de doorstroming steeds meer belemmerd raakt, zie je pas na een paar dagen onder ogen. Wie darmkanker heeft, wordt vanzelf een uiterst alerte toiletbezoeker, maar je kunt altijd nog denken dat het probleem van tijdelijke aard is en nog eens een plak ontbijtkoek afsnijden.

Ik sms'te dokter Bart zondag dat de plateaufase voorbij is - vind ik altijd wel leuk, de artsen een beetje voor de voeten lopen. Hij was er meteen maandag­ochtend en trok eenzelfde conclusie. De stethoscoop op mijn buik gaf 'gootsteengeluiden' door, gorgelingen die op een verstopte afvoer wijzen.

Dokter Bart vindt het altijd vrij feestelijk om binnen te waaien - een vervelende patiënt ben ik niet - maar nu zaten we toch wel even bedremmeld naar elkaar te kijken. Een tweede doods­bericht, in feite.

Hij voelt er, na consultatie van de specialist in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, niet voor om de boel met krachtige pillen te forceren, dat kan heel akelig uitpakken, en dus kwamen we tot de slotsom dat het met eten vrijwel gedaan is. Bouillon, een harinkje op de gok en verder die smerige flesjes van Nutricia, waarvan alleen de diepgekoelde banaanvariant niet naar ziekenhuis smaakt.

De inner circle was direct weer paraat, er werden soep en wijn het huis binnengedragen, er vloeiden tranen, maar in de serre kreeg een rumoerig lachen al snel weer de overhand en vonden we, strikt geheim, een nieuwe hoofdredacteur voor deze krant. Mijn vrouw stoort zich aan het gezwets, alsof geen ernstiger zaken te bespreken zijn, ik beleef er wel plezier aan.

Moeilijk was de gang naar mijn moeder, nu een maand weduwe. Ze toont zich ijzersterk en volgens mij is ze dat ook, ze accepteert dat het leven soms heel moeilijk is, maar ik voelde me bezwaard om dit ook nog bij haar neer te leggen. Ze omhelsde me en zei: 'Jochie, jochie, jochie toch.' Nou ben ik een vrij grote kerel, maar dan word je dus ineens weer het kind. Ik ben haar oudste zoon en we zijn de afgelopen periode dicht bij elkaar gekomen.

De positieve benadering van de toestand is dat we die vijf maanden, zes misschien, na het doodvonnis toch maar mooi hebben meegepakt, met alle feestelijke en diep aangrijpende momenten. Met de eindigheid had ik me, noodgedwongen, al zo'n beetje verzoend; ik heb het, en daar helpt zo'n column bij, rationeel weten te houden.

In het tegemoet treden van andermans verdriet ben je vrij onmachtig; het is jouw schuld en zij zitten ermee. De stervende veroorzaakt de ellende en merkt er zelf niks meer van, dat maakt wel wat bozig verdriet los, heb ik gemerkt. Men is uit liefde verontwaardigd. Het is niet gemakkelijk de gevoelens te kanaliseren.

Dokter Bart, die z'n praktijk toevallig net naar onze straat heeft verplaatst, heeft me gezegd dat ikzelf het verdere verloop bepaal. Aan het criterium 'ondraaglijk lijden', vereist bij euthanasie, wordt voldaan zodra ik besluit dat het zo is.

Het is een beslissing die je vermoedelijk eerder te laat dan te vroeg neemt.

a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden