Plus Paff

Een seriemoordenaar als spreekbuis over moraal

In The House That Jack Built gebruikt Lars von Trier een seriemoordenaar als spreekbuis voor een provocerende verhandeling over kunst, moord en moraal. De Deense filmmaker kent zijn klassiekers.

De uiterst intelligente Jack (Matt Dillon) ziet ­elke moord die hij pleegt als een kunstwerk op zich. Boven: Uma Thurman en Matt Dillon Beeld still

In het begin is er alleen duisternis. Dan horen we twee stemmen, beide uit duizenden herkenbaar. In zijn rol als Jack spreekt Matt Dillon zich uit over het belang en de betekenis van zijn seriemoorden.

Tijdens het lange gesprek in The House That Jack Built ontvouwt de Amerikaanse moordenaar hoogdravende theorieën over zijn werk, waarin halsmisdaden aan beeldende kunst, poëzie, politiek en architectuur worden verbonden.

Bruno Ganz is te horen als Jacks sceptische gesprekspartner. De aard van hun verhouding blijft lang onduidelijk. We zien ze niet meteen samen in beeld, al loopt hun gesprek meer dan twee uur door. Het lijkt er aanvankelijk op dat Ganz een wijze oude therapeut speelt.

Zelfvertrouwen
Een klassiek geschoolde Europeaan met tientallen jaren aan ervaring en het zelfvertrouwen dat daarbij hoort. Hij zegt meteen tegen Jack: "Denk maar niet dat je mij ook maar iets kunt vertellen wat ik niet al eerder heb gehoord."

Met die openingszin richt Lars von Trier zich natuurlijk ook tot zijn publiek. Hij heeft een reputatie als dwangmatig provocateur opgebouwd en dat lokt cynisme uit. Weer een heftige seriemoordenaarsfilm? Weer een poging om stennis te schoppen, taboes te doorbreken en aandacht te trekken? En dan komt meneer 'Ik-ben-een-nazi' na zijn Cannesverbod zeker weer met Hitler op de proppen?

Met het oog op dat laatste zou je denken dat de Deen juist daarom voor Bruno Ganz koos. De Zwitser speelde Hitler in Der Untergang (2004) en zijn woedeuitbarstingen in de bunker gingen in talloze bewerkte versies jarenlang viraal op YouTube.

Von Trier werd in Cannes tot ongewenste festivalgast bestempeld toen hij bij de première van Melancholia (2011) op een persconferentie een troebel betoog over Hitler, Joden en Israël afstak en zichzelf gekscherend een nazi noemde. Het werd een rel. Dit jaar ging The House That Jack Built wel in Cannes in première, maar de film dong niet mee naar de Gouden Palm.

De film is opgezet als een tweeënhalf uur durend betoog, waarin Jack aan de hand van vijf incidenten uit een periode van twaalf jaar zijn misdaden toelicht. Omdat hij daarbij steeds naar verbanden met kunst en kunstenaars verwijst, krijgt de biecht het aanzien van een zelfonderzoek bij de filmmaker. En jawel: Hitler komt voorbij, met Stalin, Mussolini en Mao. Maar Von Trier lijkt zich voor de film vooral in Amerikaanse seriemoordenaars te hebben verdiept.

Ted Bundy en Ed Gein
De vijf incidenten uit The House That Jack Built voltrekken zich in de staat Washington in de jaren zeventig en tachtig. Zoals veel schrijvers en filmmakers voor hem deden, plukt Von Trier naar believen uit de biografieën en misdaden van een paar roemruchte seriemoordenaars, om zijn eigen monster vlees op de botten te geven. Jack heeft het narcisme, de intelligentie en sociale vaardigheden van Ted Bundy, die ook in de jaren zeventig actief was.

Maar door zijn 'kunst' lijkt Jack meer op de zonderling Ed Gein, die zich in de jaren vijftig aan grafschennis, moord en kannibalisme schuldig maakte en lichamen bewerkte tot maskers, huisgenoten en kledingstukken.

Zijn arrestatie op het platteland van Wisconsin in 1957 veroorzaakte een schokgolf in de VS, want de lugubere ontdekkingen in zijn verontreinigde boerderij kwamen snel naar buiten en gingen ieders voorstellingsvermogen te boven.

De eveneens in Wisconsin gevestigde schrijver Robert Bloch was de eerste die creatief met de zaak aan de haal ging: zijn zesde roman Psycho draaide om het deels op Gein gebaseerde moederskind Norman Bates. Het boek verscheen in 1959 en werd verfilmd door Alfred Hitchcock.

De film staat al decennia te boek als meesterwerk en het is een mijlpaal in het horrorgenre, maar de broodheren van de destijds al succesvolle filmmaker wilden er niets mee te maken hebben. Het dwong Hitchcock ertoe goedkoper en kleinschaliger te werken dan hij gewend was, maar hij buitte de artistieke vrijheid optimaal uit.

Psycho rekende af met de griezelfilmclichés over perverse Europese aristocraten, mismaakte monsters en duistere kastelen en graftombes. Norman Bates spreekt en oogt als een keurige en ietwat schuchtere buurman, niet als een verknipte geest die zijn moeder uit haar graf haalde en naar huis bracht, zoals Ed Gein dat deed.

The Texas Chainsaw Massacre
De luguberste details uit Geins dossier ontbreken bij Hitchcock, maar zetten de toon in The Texas Chainsaw Massacre (1974), waarin Tobe Hooper een dynastie van kannibalen op het platteland opvoert.

Von Trier maakt het bont in zijn film, wanneer Jacks dodelijke handwerk steeds meer op een creatief scheppingsproces begint te lijken, maar aan de huiveringwekkende decors die Robert Burns voor Hoopers film maakte, kan de Deen niet tippen.

Hoewel The Texas Chainsaw Massacre in de jaren zeventig een geduchte reputatie kreeg en in meerdere landen gecensureerd werd, bleef een herwaardering niet uit. De film heeft nu de status van een Amerikaanse klassieker die zich met Psycho kan meten en werd opgenomen in de permanente collectie van het MoMA in New York.

Beeld still

De derde Amerikaanse klassieker die details uit de zaak-Gein overnam, deed het ook niet slecht: The Silence of the Lambs won in 1992 vijf Oscars. De film van Jonathan Demme is gebaseerd op het gelijknamige boek van Thomas Harris.

Van alle bronnen waar The House That Jack Built naar verwijst, legt de schrijver misschien wel het meeste gewicht in de schaal. In Jacks betoog wordt herhaaldelijk naar de poëzie, tekeningen en aquarellen van William Blake verwezen, maar zijn pogingen om zijn eigen creaties een vergelijkbare status te geven, stuiten bij zijn gesprekspartner op scepsis. Wie Harris' eerste seriemoord­roman Red Dragon las, zal er niet door verrast worden.

De moordenaar in het boek is ook geobsedeerd door Blake: de Rode Draak uit de titel is afkomstig van een aquarel van de Britse kunstenaar. Harris' monster streeft net als Jack naar erkenning van zijn proces van verheffing en transformatie, maar krijgt die evenmin. Von Trier plukt naar believen uit de Amerikaanse misdaadhistorie en -literatuur, zoals Bloch, Hitchcock, Hooper, Demme en Harris op hun beurt ook met de zaak-Gein aan de haal gingen.

Jack doet verschrikkelijke dingen, maar hij is geen kannibaal in de culinaire betekenis. Jack maakt kunst en gaat daarbij over lijken. Hij wil erkenning voor een kunstenaarschap dat afstoot en pijn doet. Lars von Trier wil dat misschien ook. Hij vraagt met zijn film om begrip, maar doet daarbij zijn best om afgewezen te worden en straf te krijgen. Laten we hopen dat het nog goed komt met die man.

The House That Jack Built is te zien tijdens twee nachtvoorstellingen:
- Vrijdag 12 oktober, 24.00 - 02.40 uur, Studio/K
- Zaterdag 13 oktober, 23.30-02.10 uur, FC Hyena

En ook op:
- 12 oktober, 21.45, Cinecenter
- 13 oktober, 21.15, Ketelhuis

Volg alles over Paff in ons liveblog.

'Leuk om over een psychopaat te schrijven'

"Wat mij interesseert in seriemoordenaars? Niets. Vrouwen zijn geïnteresseerd in seriemoordenaars. Althans, alle vrouwen met wie ik ben geweest, waren om de een of andere reden dol op seriemoordenaars. Misschien ligt dat aan mij," aldus Lars von Trier.

In Dalsland, een uithoek van Zweden, was de Deense regisseur-provocateur begin 2017 neergestreken voor opnamen voor The House That Jack Built, zijn speelfilm over een seriemoordenaar die elke moord als een kunstwerk beschouwt. En voor het eerst sinds mei 2011 praatte hij ook weer met de pers.

Destijds zei hij op het filmfestival in Cannes, bij een persconferentie na de première van Melancholia, gekscherend dat hij een nazi was. Daarop werd hij door de festivalleiding tot persona non grata verklaard en legde hij zichzelf een spreekverbod op.

Afgelopen mei was Von Trier terug in Cannes voor de wereldpremière van The House That Jack Built. Geen persconferentie dit keer, maar interviews gaf de regisseur wel, de dag na een spraakmakende vertoning, waar sommige bezoekers geschokt reageerden op het excessieve geweld in de film.

Von Trier, die voor het festival al vertelde dat hij om de film te kunnen maken, was teruggevallen in zijn alcoholisme, zag er verzwakt en zenuwachtig uit. Maar zijn prikkelende gevoel voor humor had hij niet verloren. "Op papier is de film volgens mij heel grappig. Het is leuk om over een psychopaat te schrijven, want ze kunnen werkelijk de gekste dingen zeggen en het nog menen ook."

Von Trier had wel een idee waar alle geschokte reacties vandaan komen. "Dat komt omdat het niet helemaal duidelijk is waar je staat. Omdat ik van de slechterik de hoofdpersoon maak, wordt het ingewikkeld. De kijker wil met hem meeleven, maar dat lukt niet want hij schiet kinderen neer. Dat wringt."

En ja, vervolgde hij, er is zeker een autobiografisch element aan de film. "Ik ben onderdeel van alle personages die ik creëer, en zeker bij Jack is dat niet moeilijk te zien. Al hoop ik dat ik een betere kunstenaar ben!"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden