PlusExclusief

Een rondje door 100-jarig Wimbledon met Richard Krajicek: ‘Hier komen we als tennissport vandaan’

Wimbledon viert vanaf maandag de honderdste verjaardag van het Centre Court. Met Richard Krajicek, de kampioen van 1996, struinen we langs de belangrijkste plekjes van het beroemdste tennisstadion ter wereld. ‘De douches waren zó goed.’

Rik Spekenbrink
Richard Krajicek als winnaar van Wimbledon in 1996.  Beeld Stu Forster/Allsport UK via Getty Images
Richard Krajicek als winnaar van Wimbledon in 1996.Beeld Stu Forster/Allsport UK via Getty Images

De kleedkamers

Een begrip op Wimbledon: de scheiding der kleedkamers. Hoe beter de tennisser, hoe mooier de kleedkamer. Bij de mannen was er in de jaren 90 een kleedkamer voor de beste vijftig spelers, en één voor de rest. Richard Krajicek: “Er hing een lijst met namen, daar moest je op kijken of je erin mocht. Bij mijn eerste Wimbledon stond ik er al op. Gaaf, kleedkamer 1.”

Bij de vrouwen, waar een nog selecter groepje speelsters zo’n privilege heeft, is de kleedkamer overdreven groot en luxueus. “Wij hadden geen gouden kranen, maar wat me meteen opviel: de douches waren geweldig. Engeland staat bekend om het gebrek aan waterdruk, in het appartement had je zo’n flutstraal. Maar bij het Centre Court waren de douches zó goed.”

“In die andere kleedkamer, bij baan 2, ben ik nooit geweest. Of ja, toch wel. Toen ik Wimbledon won, werd ik daarnaartoe geëscorteerd. Er zat een man met honderd smokings. Ik kon er één uitkiezen voor het galadiner.”

De catacomben

Zijn eerste partij op het Centre Court in Londen speelde Krajicek in 1993, de vierde ronde tegen Andre Agassi. “Het was als kind mijn droom om ooit op die baan te mogen tennissen. De eerste wedstrijd die ik ooit zag was een Wimbledonfinale van Björn Borg.”

Tegenwoordig lopen spelers een heel eind van de kleedkamer naar de baan, langs vips en leden van de All England Club. In Krajiceks tijd was het een loopje van hooguit tien meter, via één klein trappetje. “Je komt langs de foto’s van alle oud-winnaars, je ogen gaan automatisch naar de jaren die je kent – Rod Laver in de jaren 60. Na 1996 ging ik op zoek naar mezelf.”

De wachtkamer

Voor de finale van ’96 zaten Krajicek en zijn tegenstander MaliVai Washington vlak voordat de wedstrijd begon in een wachtkamertje, pal achter de baseline. “Je kunt de baan al zien. Er komt dan een man binnen in het wit die je tas komt halen om hem naar de baan te dragen. Washington en ik wilden allebei het voorste bankje hebben, daar had ik mijn eerdere wedstrijden ook gezeten. Gelukkig won ik de toss.”

Als eerste kwam Krajicek – even bukken – door het beroemde deurtje de baan op. “De buiging naar de Royal Box, de tassendrager, mijn leven was al goed. Toen won ik nog ook, helemaal ongelooflijk.” Tegenwoordig, met een ander management, zijn deze tradities verleden tijd.

Het gras

“Die banen waren ongelooflijk,” zegt Krajicek. “Ze liggen er natuurlijk al heel lang, de grond is keihard. En het Centre Court, daar wordt vijftig weken paar jaar niet gespeeld. Op de zondag voor het toernooi is er een dubbelpartijtje met vier vrouwelijke leden van één setje, dat is het. Verder mag je er nog niet eens inslaan. Daardoor is het gras geweldig. Het is een natuurproduct en dus elke keer net iets anders.”

“In het begin, als het nog groen is, kan het glad zijn. Aan het einde van week 2, als er achterin en op weg naar het net geen sprietje meer over is, is het ook wat gladder. Maar er zijn zo veel goede groundsmen, dat die banen zelfs na twee weken Wimbledon die banen nog best lekker spelen, merkte ik toen ik met wat vrienden naar Londen ging om te tennissen.”

Merkwaardig feitje hierbij: pas in 2004, zevenenhalf jaar na zijn titel, komt Krajicek er bij toeval achter dat hij voor eeuwig lid is van de club en er dus mag komen tennissen. “Ik was met Paul Rosenmöller terug op Wimbledon voor een documentaire. ‘Waarom kom je niet vaker naar de club, een keertje spelen?’ vroeg de voorzitter. Ik dacht: waar heeft die man het over? Ik heb het daarna nog een keer extra gevraagd, maar in de week na het toernooi mag je bijvoorbeeld op bepaalde banen komen tennissen. Dat heb ik daarna geregeld gedaan met vrienden. Potje spelen, stropdas om en pak aan, en dan lunchen. Een onverwachts toetje na de titel.”

Het publiek

Keurige Engelse tennisfans, die met een witte hoed en een Pimm’s (cocktail) komen genieten van een dagje tennis? Ja, dat is vaak het geval. Maar wacht maar tot er een Brit de baan op komt. “Dan herken je dat publiek niet meer terug.”

In 1997 speelde Krajicek op het Centre Court tegen Tim Henman (en verloor in de achtste finales). “Nergens heb ik zo vaak de naam van een speler gehoord als toen. Voordat ik serveerde, en echt bij íeder punt, hoorde ik twintig keer ‘Come on Tim’. Het werd er nooit vijandig, ook omdat Engelse spelers vaak keurige jongens zijn en het publiek niet gaan opjutten, maar ze werden ongelooflijk aangemoedigd. Los daarvan snapt het publiek de tennissport. Ze vinden de mindere goden ook gaaf. Iedereen is gewoon enthousiast, iedereen is blij dat het gelukt is om een kaartje te kopen.”

De Royal Box

Voorafgaand aan een partij op het Centre Court hoorde je als speler destijds of er een ‘royalty’ in de box zat. Meestal niet, dan kon je bij het betreden van de baan zo doorlopen. “Maar ik weet nog goed dat ik de eerste keer te horen kreeg dat ik bij de servicelijn moest omdraaien en buigen. Wauw, ik vond dat echt bijzonder. Je hebt dat al die spelers zien doen, nu mocht ik zelf. Ik kreeg de trofee van de Hertogin van Kent. Dat was een iconisch figuur geworden door Jana Novotna, die in 1993 op haar schouder mocht uithuilen. Tijdens de partij heb je geen moment oog voor de Royal Box, maar die traditie van het buigen vond ik gaaf.”

De Players Box

Zo vaak als de regie in 1996 Daphne Deckers in beeld nam, zo weinig zocht Krajicek zelf de blik van zijn vrouw, destijds nog zijn vriendin. “Ik had altijd alleen oogcontact met mijn coach, Rohan Goetzke. Ik wist altijd precies waar hij zat.” Dat de Players Box van de tegenstander destijds één rij hoger of lager was, in feite in dezelfde ‘box’ dus, hinderde Krajicek niet. “Rohan wel, soms. Die was zo rustig; als die twee keer klapte in een partij was het veel. Als hij dan pal voor de constant schreeuwende broer van mijn tegenstander zat, was dat wel eens irritant.”

Inmiddels hebben spelers echt een eigen ‘box’, 25 jaar geleden was alles op het Centre Court krapper. “Na mijn finale kwamen Rohan, Tom Okker en Davis Cupcaptain Stanley Franker de kleedkamer in. Ik kon gewoon niet juichen of het uitschreeuwen, want een paar meter verderop zat Washington, met zijn broer. Die had het al zwaar zat. Daar was ik me heel erg van bewust. Ik zei alleen zachtjes tegen Rohan: This is unbelievable.”

De houten netpalen

“Vrij uniek natuurlijk. Ik weet dat je ze ergens kunt bestellen, voor de tennisbaan in je achtertuin.”

Het dak

Puristen vonden het maar niets, een dak op dat aloude Centre Court. Te modern, het zou de charme van het stadion aantasten. Onzin, zegt Krajicek. “Het voordeel van Wimbledon blijft altijd die huiskleur groen. Die ziet er na drie minuten al oud uit. Je kan het oude scorebord met die losse bordjes vervangen voor een ledscorebord met groot scherm, als het diezelfde kleur groen is, blijft de uitstraling hetzelfde.”

Krajicek gaf zijn kaarten voor de Olympische Spelen – toen er werd getennist op Wimbledon – weg. De roze aankleding van Londen2012 deed hem pijn aan de ogen. “Daar kreeg ik nog meer respect voor de organisatie. Het is knap hoe ze met kleine details authentiek blijven. De witte kleding helpt ook. Het is goed dat het niet elke week zo is, maar op Wimbledon heb je het gevoel: hier komen we als sport vandaan. Daar heeft dat dak geen afbreuk aan gedaan. Ik heb nadat ik ben gestopt ook wel eens mensen uitgenodigd voor een dagje Wimbledon, die zagen geen bal als het toevallig regende. Goed dat er een dak is.”

Het balkon

Als Roger Federer of Andy Murray Wimbledon wint, is er een balkonscène aan de achterkant van het Centre Court. Uren na de partij staan er nog een paar duizend fans. “Bij mij was het gewoon beneden, buiten,” zegt Krajicek. “Het had door de regen, dopingcontrole en persverplichtingen zo lang geduurd dat er nog twintig Nederlanders stonden.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden