Column

Een rokjes­verbod? Waren ze nou helemaal betoeterd?

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: Rokjesdag viel vroeg dit jaar.

Roos Schlikker
null Beeld Linda Stulic
Beeld Linda Stulic

Het is gênant te bekennen in tijden vol #ophef en strijd tegen censuur, maar laat ik het er toch uitgooien: ik ben een kledingaanpasser.
Dat is 'not done' natuurlijk, want 'girls run the world' om met de bekende poëet Beyoncé te spreken. En ja, mijn kledingkast hangt vol jurkjes, laag uitgesneden truitjes en ragfijne kousen waarmee ik ultravrouwelijk de world kan runnen. Maar ik kijk 's morgens eerst in mijn agenda voor ik me kleed.

Spreek ik een groep bankiers toe (ik ben soms in te huren als het blokje entertainment tijdens congressen), dan kies ik een strak pak, moet ik op tv, dan zorg ik voor bescheiden inkijk, want voor je het weet gaat het alleen over je boobies en sta ik in het theater, dan ben ik juist niet te netjes, want dat oogt raar tussen creatievelingen in capuchontrui. Ja, ik ben een vrouw van veertig, eigen baas, ik regisseer mijn leven. Maar wat ik draag, hangt geregeld af van mijn omgeving.

Dat is niet altijd zo geweest. Ik begon mijn carrière als jongste bediende bij een financieel tijdschrift. Dat was een vergissing. Ik ben neerlandica, mijn bloed gaat niet kolken bij de evaluatie van de Koreaanse munteenheid en ik heb jarenlang gedacht dat een hefboomconstructie in de bouw werd toegepast (Quod non. Het is iets met ­turbo's. En banken. En long varianten. Of korte. Ach, laat maar.).

Niet gehinderd door enige kennis dartelde ik over de redactie. Vraag me niet waarom, maar mijn totale gebrek aan kunde besloot ik te compenseren door me zo mooi mogelijk te kleden. En op mijn eenentwintigste betekende mooi: sexy. Ik decolleteerde, ik paradeerde, ik pronkte met mijn benen. Een chef gaf later toe dat hij ­alleen naar mijn neusbrug dorst te kijken uit angst voor viezerik te worden uitgemaakt. Of iemand mijn verhalen ooit las, waag ik te betwijfelen.

Nadat ik mezelf naar de uitgang hefboomde en ontslag nam, besloot ik het anders aan te pakken. Sindsdien ben ik een vrolijke kameleon in mijn werkende bestaan.

Maar deze week stapte ik van mijn geloof. Ik hoorde van de brief van de gemeentelijke teamleider die vrouwen maande geen rokjes meer te dragen. Een rokjes­verbod? Waren ze nou helemaal betoeterd? Eerst werd een tiet van een universiteitsblaadje geweerd en nu dit. Twitter sloeg op hol. De zoveelste knieval voor religieuze fundamentalisten met een blootallergie! Woedend schoof ik mijn rokje tot dijhoogte, briesend scheurde ik mijn bloesje open. Ik zou de wereld eens laten zien wat vrijheid was!

Toen las ik dat de mail was verstuurd omdat een medewerkster zulke korte textiellapjes droeg dat klanten nagenoeg gynaecologisch onderzoek bij haar konden doen. O. Dat was best gek. En weinig profi. Langzaam schoof ik mijn rok weer naar beneden. De #ophef was voorbij. Waren we zelf niet enigszins hysterisch geweest door ­meteen te roepen dat dit besluit religieus gemotiveerd móest zijn?

Toch draag ik vandaag een rokje. Een decent rokje. En kniehoge laarzen. Want we laten ons niet alles vertellen natuurlijk. Rokjesdag viel vroeg dit jaar.

r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden