Plus

Een ritje maken op zelfgebouwde locomotieven: 'Zo spelen we er samen mee'

In Spaarnwoude rijden elke zondag grote mannen op kleine treintjes rond. Voor tachtig cent kunnen bezoekers mee op een van hun zelfgebouwde locomotieven. 'Ik heb hem zo gemaakt dat hij acht kinderen of vier volwassenen kan hebben. Ritje maken?'

Timmerman Kees van Egmond op zijn houten treinBeeld Marc Driessen

Soms, als de mannen helemaal alleen op hun modelspoorbaan zijn, doen ze experimenten. "Dan heeft iemand een nieuwe locomotief gebouwd en kijken we hoe sterk hij is. We haken alle karren erachter en iedereen gaat erop zitten. En dan kijken of hij dat kan trekken."

"Eerst zetten we om te pesten onze hakken in het zand, zodat de locomotief slipt. Gaan we een beetje darren en dan komt hij uiteindelijk toch los om te gaan rijden. Prachtig. Zo spelen we er samen mee," zegt Jan Gravemaker (65), bestuurslid van modelbouwvereniging Het Y.

Voor elke schaalgrootte een baan
Op een braakliggend terrein langs de Genieweg in Spaarnwoude legde de vereniging twintig jaar geleden drie spoorbanen aan voor hun zelfgebouwde treinen. Voor elke schaalgrootte is een aparte baan: de spoor 1-baan voor kleine treinen op 'handformaat', de hoge 3,5 en 5 inchbaan en de 7,25 inchbaan voor grote exemplaren waarop de mannen zelf rijden. Zowel kinderen als volwassenen kunnen op zondag tussen elf en vier uur voor tachtig cent een ritje maken op een van de treinen.

Toch zijn het in de ochtend vooral zestigers met witte baardjes die het terrein domineren. In blauwe overalls en met petten met het clublogo scharrelen zij in de werkplaats en hurken ze neer bij de locomotieven om die met water en vuur op stoom te brengen. Om hen heen hangt de doordringende, ouderwetse geur van kolen.

Meer een bouwer
Mannen die met hun elektrische treinen eerder rijklaar zijn, maken de eerste rondjes op de baan. Schrijlings zitten ze op de locomotief, de knieën steken opzij, ver buiten de treeplanken. Hun grote lichamen een beetje gebogen over dat traag voortbewegende gevaarte.

"Dat zijn de echte rijders. Ik heb het na een paar rondjes wel gezien, ik ben meer een bouwer," zegt Gravemaker. De gepensioneerde bouwvakker maakte een nostalgische, zwarte stoomlocomotief, een van de paradepaardjes van Modelbouwvereniging Het Y.

Jong, technisch en vindingrijk
De vereniging begon 32 jaar geleden met een groep jonge mannen in een school aan de Nieuwe Teertuinen in Amsterdam. Jong, technisch en vindingrijk waren ze. Gravemaker bouwde een modelstoommachine, maar wilde meer: zijn eigen locomotief.

De club telde al gauw honderdvijftig leden. Elke avond zat het er nokvol dertigers die hun dromen verstopten in zelfgebouwde stoomtreinen, schepen, molens, vliegtuigen.

Machinist Ruud de Bruin neemt voor tachtig cent per ritje passagiers meeBeeld Marc Driessen

"Totdat het parkeergeld bij de Nieuwe Teertuinen werd ingevoerd en we nood­gedwongen weg moesten. We verhuisden twintig jaar geleden naar dit terrein op Spaarnwoude. Het aantal leden nam toen flink af naar zo'n zestig. Alleen de modeltreinbouwers bleven nog over," zegt Lex Leenaars (65), voorzitter van de club.

Het geld voor een werkplaats en onderkomen spaarden de mannen bijeen door met een mobiele spoorbaan en hun treinen demonstraties te geven op braderieën. Inmiddels heeft de modelspoorbaan op Spaarnwoude een eigen station met houten banken, een kassahokje, seinpalen en een seinhuis, allemaal door de leden zelf gebouwd.

Clublocomotief
"Dat is onze blauwe clublocomotief: de Theo," wijst Leenaars. "Die hebben we 25 jaar geleden op tweehoog in Noord gebouwd. Hij is vernoemd naar Theo, die tijdens de bouw van de trein is overleden." Een triest verhaal, maar Leenaars is daar laconiek over: "Ach, het was een oude man. Je wilt niet weten hoeveel ik er al begraven heb."

Het perron wordt bevolkt door een aantal vrouwen van clubleden die zich rondom een tafel met koffie en koek hebben geïnstalleerd. Vaste bezoeker Arie Hoek zit bedaard op een van de houten banken, alsof hij wacht op de eerstvolgende trein naar Amsterdam.

"Ik sponsor de boel een beetje. Af en toe maak ik een ritje." Hij beziet hoe Kees van Egmond (70) met een professionele bordeauxrode stationschefspet op zijn hoofd voorbijrijdt. Van Egmond houdt stil en geeft een trots tikje op de zijkant: "Mijn trein is ­helemaal van hout. Ik ben altijd timmerman geweest. Dat ik een houten trein ging bouwen vonden ze wel wat, hoor. Tja, je hebt mensen die een meter geraniums kopen en daar achter gaan zitten, maar ik ben dit gaan doen."

Blije smoeltjes
Het resultaat mag er zijn, vindt Van Egmond. "Ik heb hem zo gemaakt dat hij acht kinderen of vier volwassenen kan hebben. Dat trekt hij gewoon."

Een paar kinderen hebben plaatsgenomen in de karren achter zijn trein. "Moet je die blije smoeltjes zien. Daar doe je het voor," grijnst Van Egmond. Met een originele kniptang knipt hij de kaartjes van zijn passagiers.

In blauwe overalls met clublogo scharrelen zij in de werkplaatsBeeld Marc Driessen

In het seinhuis bedient Tom Odijk (67) de seinpalen en wissels. Een eigen locomotief heeft hij niet. "Ik heb wel kleine treintjes gehad, maar het grote werk is voor mij niet weggelegd." Hij heeft gezelschap van een paar ander leden die daar in de beslotenheid van de vier gemetselde muren toekomstige plannen smeden en nieuwe locomotieven ­bespreken.

Negen meter lang
Het kan altijd groter en beter. Zoals het project van Fons Tuijl (69). Die bouwt er een van negen meter lang. "Drie rijtuigen van drie meter achter elkaar. Naar het model van de Boedapester, de tram die van Haarlem naar Zandvoort reed," zegt Odijk.

Rondom de baan zouden camera's moeten komen om de wissels goed te bekijken, vindt Leenaars. Grootste wens is een uitbreiding van de rails naar het terrein ernaast, zodat de ronde groter wordt. "Helaas is dat te duur," zucht hij. "Ah, daar is ome Cor!" constateert Gravemaker als een trein met de naam Big John passeert.

Bofkont
Cor Donker (86) zit met opgetrokken knieën in een karretje achter de locomotief. "Bofkont!" roept Van Egmond lachend. Donker is gepensioneerd oliestoker en zo'n zes jaar bezig geweest met de bouw van een stoomtrein.

'Moet je die blije smoeltjes zien. Daar doe je het voor'Beeld Marc Driessen

"Helaas rijd ik er niet veel meer op. Op mijn leeftijd is het op- en afstappen problematisch geworden. Maar in zo'n karretje gaat nog wel." Naast hem kondigt een hese, hoge fluit het vertrek van een stoomlocomotief aan. Puffend en sissend zet het treintje zich in beweging.

Opstoken
Cor Cammenga (67) brengt op zijn rode dieseltrein minder geluid voort. Hij is aan zijn twintigste rondje toe. Onafgebroken passeert zijn forse gestalte het station. Grimmig tuurt hij onder zijn witte pet uit, als een cowboy te paard. Traag stapt hij af en plant zijn handen in zijn zij.

Cammenga was jarenlang machinist op een koopvaardij­schip. "Die technische achtergrond heb ik dus wel." Hij gebaart naar zijn trein: "Een piko dieselloc, serie 6400. Model van de Nederlandse Spoorwegen. Op zondagen zit mijn trein vaak stampvol. Dan rijd ik af en aan."

Jan Verhagen: 'Het rijden stelt in wezen niets voor, het opstoken is veel leuker.'Beeld Marc Driessen

Jan Verhagen (70), gepensioneerd fysiotherapeut, ziet de lol niet in van het rijden. "Dat stelt in wezen niks voor. Je kunt niet ­sturen, niet harder of zachter. Het opstoken is veel leuker." Hij buigt voorover en port tussen de kooltjes in de vuurkist, zijn gezicht verborgen achter sissende stoomwolken.

Het echte werk
Na enkele rondjes zet Cammenga zijn locomotief weer stil, in afwachting van nieuwe passagiers. Samenzweerderig, met toegeknepen ogen en een vaag hoofdknikje naar de verslaggever: "Ritje maken?" Met een schokje zet de trein zich in beweging.

Zacht glijdt hij over de rails, die door het hoge gras slingert. Onderweg geeft Cammenga uitleg: "Kijk het sein staat nu omhoog, dus ik kan erdoor." Binnen enkele minuten is zijn locomotief terug op het station. Cammenga hijst zich overeind. Onder hem lijkt de rode dieseltrein plotseling erg klein.

Hij kucht. "In het Zuiderpark in Den Haag heb ik nog een heel grote staan. Die weegt bijna een ton. Brutus heet hij. Dat is het echte werk. Daar moet je steeds bij blijven om kolen in te gooien. Over veertien dagen rijd ik daar weer mee. Ja, je kunt niet overal tegelijk zijn. Het is uiteindelijk maar een hobby."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden