PlusPS

Een opa of oma die niet wil oppassen heeft het zwaar

Opa en oma van nu zijn blij, trots en beschikbaar om op te passen. Zo niet, dan hebben ze wat uit te leggen. Waarom eigenlijk? Nog een verzoek van de weigeroma: mag het een tandje minder hysterisch?

Beeld Van Santen en Bolleurs

Op een herfstdag staan mijn ouders, mijn zus en haar vriend en ik in de rij voor een pretpark. Het is het personeelsuitje van mijn vaders werk en we mogen voor niets naar binnen. Mijn zus kondigt aan dat ze niet in alle attracties kan, want - tromgeroffel - ze is zwanger! Grote verrassing. Het eerste kleinkind in de familie!

Na het nodige geknuffel op de parkeerplaats, verspreidt het nieuws zich al snel in onze sociale levens. Ik vertel mijn vrienden dat ze me voortaan 'tante Jet' mogen noemen en mijn ouders vertellen op hun werk dat ze voor het eerst opa en oma worden. Overal blije en opgetogen reacties, maar vooral mijn moeder die in het onderwijs werkt, krijgt na een felicitatie vrijwel meteen de vraag van haar vrouwelijke collega's: "En? Ga je een vaste dag oppassen?"

Mijn moeder is 60 jaar en werkt parttime, dus het zou kunnen. Maar naar alle eerlijkheid antwoordt ze: "Ik wil best oppassen, maar niet een vaste dag in de week. Ik heb ook nog mijn eigen leven en wil mijn dochter liever helpen júist op de dagen dat er geen vaste oppas is, als ze even tijd voor zichzelf nodig heeft."

Niet de verplichting
Die instelling zorgt voor een lichte schrikreactie. Collega's reageren verbaasd met: "Je wilt niet oppassen? Dat is zo fantastisch! Waarom niet?" Met daar achteraan nog een: "Je gaat echt iets missen hoor!" De norm is blijkbaar dat je door het dolle heen bent en meteen klaarstaat om minstens een dag in de week op te passen. Als je dat níet doet, heb je wat uit te leggen.

Adri Groen (70) pakte het nog wat stelliger aan. In een Eenvandaag-uitzending over oppassende grootouders, vertelt ze dat ze nog vóórdat de kleinkinderen zich aandienden, al tegen haar kinderen heeft gezegd: ik word geen oppasoma. "Ik vind kinderen hartstikke leuk, maar ik wil die verplichting niet meer."

Ze vertelt over haar werkzame leven in de zorg, met onregelmatige (nacht)diensten. "Dan ben je blij dat je eindelijk eens een keer je eigen tijd kunt indelen."

Het is niet alleen het oppassen: de héle opa&oma-cultuur van tegenwoordig is lyrisch te noemen - sommigen hebben het zelfs over hysterisch. Iedereen kent wel een grootouder in zijn omgeving die maar niet kan stoppen met praten over zijn of haar fantastische kleinkind. Een grootouder die volledig outtuned bij de rest van het gezelschap als het kleinkind in de buurt is. Die je ongevraagd filmpjes van de eerste stapjes/het eerste hapje/de eerste zwemles onder je neus duwt.

Of wat te denken van een aanstaande grootmoeder die - echt gebeurd - in een T-shirt met de tekst 'hoera, ik word oma!' rondloopt op het werk. De opa's en oma's praten haast verliefd over hun kleinkind en zetten zonder pardon hun leven opzij om een of meerdere dagen in de week te babysitten.

Bij 'nood en dood'
Sophie-Fleur Verbiesen (38), moeder van drie dochters, kent zo'n hysterische oma. "De zus van mijn moeder ging helemaal los toen ze hoorde dat ze oma werd. Ze haalde speelgoed in huis, een bedje, een maxicosi. Stad en land is ze af geweest voor zo'n retrokinderwagen. Kostte een fortuin, maar dat deerde niet. En daarna het kleinkind showen in het dorp om te laten zien wat voor leuke oma ze was. Ze kon echt niet wachten tot het zover was."

Afwijken van die 'hoera een kleinkind!'-consensus lijkt te stuiten op verontwaardiging. In een tv-uitzending met als gespreksthema 'Nooit meer uit de kinderen', kondigt een 70-jarige dame aan alleen op haar kleinkinderen te willen passen bij 'nood en dood'. Ze heeft drie kinderen en negen kleinkinderen.

Op de vraag waarom ze niet wil oppassen, antwoordt ze dat ze vindt dat haar taak wel afgelopen is. "Toen wij ons gezin stichtten, moesten wij ons ook redden." Op sociale media reageren mensen afwijzend. 'Alleen bij nood en dood? Hoe zit dat dan met liefde en gezelligheid?' reageert iemand op Facebook.

De wind van voren
De vraag rijst: is níet direct je leven opzij willen zetten als zich kleinkinderen aandienen een taboe? Is het erg een 'weiger­oma' te zijn?

Die stelling alleen al typeert volgens socioloog en columnist Mieke van Stigt het moralistische denken over ouderschap in Nederland. "Het is zo zwart-wit: je móet enthousiast zijn, anders riekt het naar verwaarlozing. Maar als je te betrokken bent, ben je weer hysterisch. Die morele normen kunnen ontzettend sterk zijn. Grootouders die het net even iets anders doen, krijgen de wind van voren."

Van Stigt denkt dat het in zo'n moralistisch klimaat makkelijker is om als grootouder te zeggen dat je op de kleinkinderen past, dan wanneer je dat weigert. "Als weigeroma word je persoonlijk aangevallen, wat heel gek is. Soms is de reden dat je niet wilt oppassen namelijk praktisch, of realistisch. De grootouders wonen ver weg, werken nog of kunnen het fysiek niet aan. Volwassen kinderen gaan er vaak vanuit dat de ouders 'wel even' komen oppassen, maar realiseren zich niet dat sommige ouders dat niet willen of kunnen."

Inderdaad: vaak nog vóórdat de kleinkinderen er zijn, zijn allebei de grootouderparen al een dag ingeroosterd. Dat bespaart een hoop geld en bovendien: dat is toch leuk voor opa en oma?

Jaloezie
Bij de ouders van Sophie-Fleur Verbiesen stuitte dat echter op enige weerstand. "Ik was er vanuit gegaan dat mijn ouders wel zouden gaan oppassen. Ik dacht toen ik zwanger was: dit is iets bijzonders, jullie eerste kleinkind, kom gewoon! Ik vond dat dat zo hoorde. Maar mijn ouders stonden niet te springen om een vaste oppasdag. Ze hebben hun werk, hun vrienden, borrels en etentjes. Ze willen vier weken met vakantie kunnen naar Spanje en niet meer vastzitten aan verplichtingen van de kinderen."

Alle drie haar dochters van nu 3, 5 en 7 gaan daarom van jongs af aan naar de opvang en opa en oma worden incidenteel ingezet als oppas.

Hoewel dat prima gaat, kan Verbiesen toch wel met enige jaloezie kijken naar de gezinnen van vrienden die geheel draaien op de hulp van opa en oma. "In de vriendinnengroep die ik ken via de school van mijn dochter, ben ik de enige die de kinderen naar de opvang brengt: de rest regelt het met de opa's en oma's. Die komen 's ochtends al naar hun huis, halen en brengen de kinderen naar school, doen ondertussen de strijk en zetten 's avonds ook nog een maaltijd op tafel. Dat lijkt me soms ook wel lekker."

Eindeloos ouderschap
Dat opa en oma zo massaal oppassen, past in de ontwikkeling van de laatste decennia dat ouders gemiddeld langer en intensiever betrokken zijn bij het leven van hun volwassen kinderen. Anneke Groen (70, drie kleinkinderen) en Herman Vuijsje (71, één kleinzoon) schreven het boek Eindeloos ouderschap. Zorgen voor je kinderen houdt nooit meer op. Ze herkennen de taboesfeer die er hangt rond het benoemen van dat je misschien níet wilt oppassen op je kleinkinderen.

Anneke Groen: "Toen we besloten dit boek te schrijven, organiseerden we een aftrapavond bij Spui25 in Amsterdam. We wilden eens op een open manier het gesprek aangaan met medegrootouders over conflicten en spanningen die er zijn tussen hen en de volwassen kinderen."

"Over oppasverplichtingen, over dankbaarheid, over 'nee' zeggen. Maar wat denk je: niemand zei iets! Er kwamen maar nauwelijks verhalen op tafel. Totdat, na afloop, er een heuse oploop ontstond van mensen die tóch bij ons hun verhaal kwijt wilden over hoe het er in hun familie aan toeging. We waren dus niet de enigen, maar erover praten blijkt moeilijk te zijn."

Vuijsje en Groen beschrijven een veranderend grootouderparadigma. De opa's en oma's van nu zijn gezonder en vitaler dan in de jaren zeventig. Ze hebben ook meer tijd en meer geld, dus zijn er meer mogelijkheden om bij te springen in het gezinsleven. De volwassen kinderen verwachten dat ook, maar soms kan die verwachting voelen als een verplichting.

Bekaf
Herman Vuijsje: "We hebben met veel grootouders gesproken en daaruit bleek dat 'nee' zeggen tegen je kinderen een van de lastigste dingen is. Dat komt doordat de verhoudingen en verwachtingen tegenwoordig vaag zijn."

Beeld Van Santen en Bolleurs

"Vroeger waren de rollen veel duidelijker: wij vróegen onze ouders niet eens om op te passen. Daar ging je 's zondags op visite en dat was het. Nu zijn de ouders tot op late leeftijd betrokken bij het leven van hun volwassen kinderen: ze gaan samen met vakantie, betalen mee aan de hypotheek, ze delen intieme zaken. En dus verwachten de volwassen kinderen dat hun ouders ook wel even komen oppassen op de kleinkinderen, terwijl er een heel behoorlijk deel is dat dat als een druk of een verplichting ervaart."

Anneke Groen: "Vooral oudere grootouders vertelden nogal eens dat ze bekaf zijn na zo'n dag oppassen. Zeker als er meerdere kleinkinderen zijn." Vuijsje: "Maar als je eenmaal bent begonnen met oppassen, kom je er niet zo makkelijk meer vanaf. Bovendien: we hebben in plaats van die vijf kinderen vroeger, tegenwoordig gemiddeld 1,7 kind. Dan moet dat wel een succes worden."

Zingen en boekjes lezen
Die grootouders van nu zitten met de gebakken peren: een oppasdruk van de volwassen kinderen en een opgelegde lyrische/hysterische jubelnorm door de medeopa's en -oma's. Al gaat natuurlijk niet íedere opa of oma daar onder gebukt.

Zo zijn Jac (62) en Nele (61) sterk betrokken bij het leven van het gezin van hun dochter en éénjarige kleindochter - naar tevredenheid van beide partijen.

Jac: "Wij rijden vanuit Limburg elke woensdagavond naar Amsterdam. We slapen daar zodat we donderdag de hele dag kunnen oppassen. Dan kookt Nele voor iedereen, drinken we nog een kop koffie en dan rijden we weer naar huis. Soms doen we de woensdag er ook nog bij; dan gaan we dinsdagavond al richting Amsterdam."

Het babysitten vergde wel wat roostertechnische aanpassingen. Nele: "Alles plannen we nu om die oppasdonderdag heen. Vakanties moeten we ver van tevoren aangegeven: dan kunnen ze alvast een alternatief organiseren." Jac: "Ik had altijd mijn tafeltennisavond op donderdag. Gelukkig kon iedereen ook op maandag."

Voor hun zoon hebben ze ook al aangeboden om op te passen als daar kinderen komen. Is dat niet een zwaar vooruitzicht? Jac droogjes: "Nou, het is nog steeds geen klas met dertig kinderen." Gelach. Jac was leraar op een basisschool.

"Misschien dat ik het daarom goed aankan, maar ik vind het oppassen alleen maar leuk. We zingen veel, gaan naar Artis, lezen boekjes met van die klepjes waar dan iets achter zit. Het zijn heerlijke dagen." Nele: "Het geeft een extra betekenis aan ons leven: een mooie, zinvolle invulling na het werkende leven. Dus we zien er niet tegenop. We denken eerder: yes, we mogen weer!"

Het wezenlijke probleem
Oké: er is dus een klimaat van lang zorgen voor de volwassen kinderen en kleinkinderen, en de norm naar buiten is om daar blij over te zijn. Sommige grootouders, zoals Jac en Nele, zijn dat ook, maar die andere grootouders: moeten zij zich schamen als ze 'nee' zeggen tegen een oppasaanvraag?

Socioloog Mieke van Stigt stelt voor om helemaal niet in 'goed' of 'slecht' te denken, maar pleit voor een alternatieve zienswijze: "De discussie of je wel of niet een goede grootouder bent als je niet wilt oppassen, leidt af van het wezenlijke probleem, namelijk dat de kinderopvang in Nederland niet structureel goed geregeld is. Die is niet van een betrouwbare, hoge kwaliteit."

"Daarbij is de cultuur nog altijd dat kinderen zo veel mogelijk thuis moeten zijn, bij moeder of desnoods bij oma. Dus stel dat er wél alleen maar goede kinderopvang zou zijn, dan nog worden ouders erop aangekeken als ze hun kinderen er fulltime naartoe brengen."

Van Stigt schreef al eens eerder een column over deze aandachtsverschuiving. Van de individuele beoordeling naar de gebrekkige structuur op het gebied van kinderopvang.

"Richt dáár je pijlen op, zou ik willen zeggen tegen de mensen die kritiek hebben op de grootouders. Een oppassende opa of oma is fijn als ze kan en wil, maar ze moeten niet het sluitstuk zijn van falend overheidsbeleid."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden