Een offer zonder aarzeling

Van Paroolverslaggever Hanneloes Pen is het boek Een gegeven leven verschenen. Het gaat over de familie Pel uit Zaandam, die in 1942 de Joodse baby Marion Swaab uit Amsterdam in huis nam. Een jaar geleden stond een introductie en voorpublicatie in de krant.

Hanneloes PenBeeld Ilja Keizer

In het voorjaar van 1944 werd de kleine Marion door een buurman verraden. Pleegmoeder Geertje Pel wist voor de baby nog net op tijd een veilig onderkomen te vinden. Ze meldde zichzelf bij de Sicherheitsdienst in de Euterpestraat in Amsterdam, in de hoop daarmee Marion te redden. De Zaanse vrouw, die naast een gezin ook een ouwelfabriek bestierde, werd gestraft en naar kamp Vught gebracht, en later naar Ravensbrück.

In Een gegeven leven wordt het aangrijpende verhaal over de onderduik, het verraad en de impact van de oorlog uit de doeken gedaan. Een schrijnende geschiedenis, waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag pijnlijk voelbaar zijn.

Marion werd in het midden van de oorlog, in juli 1942, geboren. Haar vader Herman Swaab, die een stoffenwinkel op de Oudezijds Achterburgwal had, vluchtte een maand voor haar geboorte naar Zwitserland. Hij liet zijn vrouw hoogzwanger achter. Marions moeder Betsy reisde hem ruim vier maanden na de bevalling achterna nadat Marion, ongeveer zeven weken oud, was ondergebracht bij weduwe Geertje Pel.

Betsy werd echter in de trein in België opgepakt en naar het doorgangskamp in Mechelen gebracht, waar ze op de transportlijst voor Auschwitz werd gezet. Marion, koosnaam Mappie, groeide op in het gezin van Geertje Pel, te midden van vier 'broers en zussen'. Toen een buurman, een foute politieagent, de peuter verraadde, werd ze ondergebracht in de Jordaan.

Ze overleefde de oorlog en werd herenigd met haar ouders. Het gezin verhuisde naar de Verenigde Staten, maar wist ook daar niet te ontkomen aan de verwoestende impact van de oorlog. Dag in, dag uit herinnerden de ouders Marion aan het offer dat voor haar was gebracht.

Wijlen weduwe Geertje Pel en haar dochter Trijnie (92) kregen in 2013 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt. Deze onderscheiding werd aangevraagd door de 'baby' Marion Swaab, inmiddels 72.

Voorpublicatie
Geertje Pel pakte het kind goed in. Een extra laag kleding ging over het lijfje. Niet alleen omdat het koud was, die elfde maart 1944, maar vooral ook omdat de kleine meid de kleren straks hard nodig zou hebben. Een extra setje verdween onder het matrasje van de kinderwagen.

Haar oudste dochter, Trijnie, keek toe hoe ze zonder een sprankje aarzeling te werk ging. De bijna tweejarige peuter werd boven op het matrasje gezet. Het kind wist niet beter dan dat ze met haar 'moeder en zusje' een wandeling ging maken, zoals ze dat wel vaker deden.

Toen Geertje klaar was met pakken, duwde ze de crèmekleurige kinderwagen met hoge wielen naar buiten, het houten tuinhek door, de Prins Hendrikstraat in Zaandam in. Haar actie móést wel opvallen. Geertje wist dat ze voorzichtig moest zijn. Aan de overkant van de straat stonden een paar mannen die haar al sinds de vroege ochtenduren in de gaten hielden. Mannen die zij niet zomaar van zich af zou kunnen schudden.

Rond negen uur liepen Geertje en Trijnie met de kinderwagen door de brede straat, op weg naar de afmeerplaats van de Zaandammerboot. De steiger was niet ver van huis; een half rondje om. Niemand keek op van het drietal. Dat er, anderhalf jaar eerder, een baby in het huis van Geertje was komen wonen, was alom bekend. Er werden, wist de buurt, wel vaker pleegkinderen in het grote huis opgevangen.

Wat ze niet wisten, was dat Geertje zich moest melden bij de gevreesde Sicherheitsdienst in Amsterdam, die erachter was gekomen dat de baby een Joods meisje was. Om elf uur, zo luidde het bevel, moest ze het kind overdragen aan de SD in de Euterpestraat, wat haar doodvonnis zou betekenen.

Ze liepen langs de schoenmaker, kapper en kruidenier. Stoïcijns, alsof er niks aan de hand was. Geertje was ervan overtuigd dat het allemaal wel goed zou aflopen. Al eerder had ze, met hulp van familie, het meisje uit handen van de SD kunnen redden door een medewerker van de dienst om te kopen.

's Avonds zou ze weer thuis zijn, dat wist ze zeker. Ze had geen eten en slechts een beetje geld bij zich gestoken. Ook geen extra kleren voor zichzelf. Waarom zou ze?

Bij het kruispunt sloegen Geertje en Trijnie rechtsaf het Skagerrak op. De koude noordwestenwind sloeg hen in het gezicht, de ogen van hun verraders prikten in hun rug. Op de Zuiddijk zagen ze hoe beide mannen de achtervolging staakten. Geertje liep opgelucht door, langs het bedrijventerrein in de Bleekersstraat. Ze kon de route dromen. De kolenboer, stijfselfabriek en ouwelfabriek Primus van haar schoonfamilie stonden er al jaren. Het gezin nam altijd de boot naar Amsterdam, dat was goedkoper dan de trein.

Had ze nog even opzij gekeken, dan had ze haar huis aan de overkant van het water kunnen zien. Dat grote, vierkante huis met op de achterplaats haar prachtige perenbomen, die over ruim een maand in bloei zouden staan. Maar daar kwam de kale, koude steiger, waar de wind je altijd om de oren sloeg, al in zicht.

Geertje en Trijnie kenden de halfblinde kaartjesverkoper van de boot. Nooit zouden ze misbruik maken van zijn handicap en stiekem langs hem glippen. Eerlijkheid betekende alles in hun gezin. Misbruik maken van weerloze mensen was een zonde. Eenmaal bij de boot aangekomen, duwde Geertje de kinderwagen met Mappie, zoals ze haar liefkozend noemde, niet de houten steiger op. De hele wandeling was een afleidingsmanoeuvre, waar haar achtervolgers met open ogen in waren getrapt.

Geertje had nooit de intentie gehad om Mappie aan te geven. Ze had besloten zich alléén bij de SD te melden. De kinderwagen duwde ze in handen van dochter Trijnie: 'Ga naar tante Guus en oom Freek. Ik red me wel.' Trijnie, inmiddels twintig, aarzelde geen moment. Ze kende haar verantwoordelijkheid en was bovendien niet gewend haar moeder tegen te spreken.

Moeder en dochter namen afscheid zonder uitgebreide omhelzing. Na een paar uurtjes zouden ze immers weer samen zijn. Zonder omkijken wandelde Trijnie met de kinderwagen naar de familie Frikke, goede vrienden van haar ouders, waar zij en Mappie veilig zouden zijn. Zeven weken oud werd ze ondergebracht bij weduwe Geertje Pel. Zonder omkijken wandelde Trijnie met de kinderwagen naar de familie Frikke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden