Een nachtelijke wandeling door mijn oude buurt

PlusTheodor Holman

Vannacht ben ik door mijn oude buurt gelopen.

Een vlucht voor het virus? In zekere zin.

Omdat het ijskoud en stikdonker was, deed de sfeer me denken aan Kerstmis en mijn ouderlijk huis. Wanneer het eten op was en de spelletjes gespeeld, gingen mijn vader en ik in de vrieskou ‘de hond uitlaten’.

We bespraken dan de buren.

“Hier zat de familie E. ondergedoken… Werden verraden, maar de man is na de oorlog teruggekeerd… En hier woonde ene Hans. Heeft zelfmoord gepleegd. Was homo…”

Als er niets te roddelen was, vertelde mijn vader de flauwste moppen.

“Staat een klein ventje op straat te huilen. Naast hem twee mannen die aan het vechten zijn. Komt een vrouw aangelopen en die vraagt: ‘Waarom huil je?’ Zegt dat jongetje: ‘Mijn vader is daar aan het vechten!’ Zegt die dame: ‘Wie van die twee is jouw vader?’ Zegt dat jongetje: ‘Daar vechten ze om.’”

Ik hoor eigenlijk nooit meer een mop. Zelfs niet over het coronavirus.

Later ben ik met mijn dochter ook ’s avonds langs de huizen gaan schuimen. Dat was in de jaren negentig. Men hing geen gordijnen meer voor de ramen en je kon dus de inte­rieurs zien. Ik heb toen een pedagogische fout gemaakt. Wanneer we mensen zagen die gezellig aan het eten waren of andere leuke dingen deden, zei ik tegen haar: “Kijk, daar wonen de gelukkige mensen.”

Het was de waarheid, en de impliciete boodschap was ook waar: ik was toen niet gelukkig, want ik had iets te veel mijn lul mijn leven laten dirigeren en probeerde met alcohol de vraagstukken over mijn moraliteit te beantwoorden.

Ik kan nu weer bij de mensen naar binnen kijken. In de keuken van de voormalige NSB’er wonen jonge mensen. Ofschoon het al laat is, kijken ze samen op één iPad naar een film. In het souterrain waar Joden ondergedoken zaten, zit nu een oud stel over een landkaart gebogen. In het huis van mijn vriendje Dicky blaft een hond waarop mijn Koos meteen aanslaat. Dicky had ook een hond. Weggelopen, nooit meer teruggekomen. “Heeft Dicky’s moeder vast naar het asiel gebracht. Ze haat honden,” zei mijn moeder.

Door je oude buurt lopen is een tijdmachine die wordt aangedreven door weemoed en zonder garantie op geluk.

Dat merkte ik toen ik langs mijn ouderlijk huis liep.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden