Plus

Een maand zonder alcohol en vlees: 'Dat gladde huidje!'

Paroolredacteur Maarten Moll greep januari aan om niet alleen een maand niet te drinken, maar ook geen vlees te eten. Nee, zelfs geen vis meer - dag haringkar!

Beeld Suzanne Ranzijn

Op een dag moest ik in een grote blauwe overall varkens de dood injagen. En ik werd geen vegetariër. Hoe dan? Ik was 19 en ik had geld nodig om op vakantie te gaan. Het enige werk dat het uitzendbureau op korte termijn voor me had, was bij het vleesverwerkingsbedrijf Compaxo in Zevenaar.

De eerste dag, ik hoorde buiten de varkens in de vrachtwagens al krijsen, stond ik bij de ingang van een soort trechter. Aan het eind van die trechter stond een man met een elektrische tang om de varkens een voor een te elektrocuteren.

Ik kreeg iets in mijn handen gedrukt dat op een tondeuse leek, maar een ­wapen bleek te zijn. Een stroomstootwapen waarmee ik de panische varkens door de trechter moest jagen. "Gewoon in de billen prikken. Daar komen ze!"

De varkens werden naar me toe gedreven. Ik stond aan de grond genageld. Binnen een paar tellen vlogen de varkens krijsend op elkaar en liep de toevoer door de trechter vast. Ik durfde mijn wapen niet te gebruiken. Ik kon het niet (ik werd een paar jaar later erkend als dienstweigeraar).

Een woedende ploegbaas griste het ding met een krachtig 'godverdomme!' uit mijn handen, en vijf minuten later stond ik in een grote hal anonieme hammen in te pakken. Aan het eind van de week kreeg ik, net als iedere werknemer, toch een doos vleeswaren mee. Ik nam de doos aan. En ik at die vleeswaren op.

Even gas terugnemen
33 jaar later. Ik was een carnivoor en een drinker toen ik 2018 uitluidde, maar geen van beide meer op het moment dat ik op nieuwjaarsdag ontwaakte. Ja, dat ging snel. Alleen moest ik het nog wel 31 dagen volhouden om zonder alcohol en vlees te leven.

Wat bracht me bij dit voornemen om een maand twee producten waar ik - op zijn zachtst gezegd - nogal dol op ben, te laten staan? Een maand niet drinken had ik al een paar keer eerder gedaan. Dat leverde geen al te grote problemen op, maar ik vond het vooral heel saai.

Maar na ­december, the liquid month, was het wel goed om even gas terug te nemen. Maar geen vlees meer eten? Ik kan me niet heugen wanneer ik voor het eerst vlees at, maar daarna is er geen week voorbijgegaan dat ik geen stukje dood dier at. Onder het strakke regime van vlees, aardappelen en groenten werd ik grootgebracht. En daarna carnivoorde ik vrolijk en selectief blind verder.

Die paar minuten met de krijsende varkens brachten me toen niet op het idee om geen vlees meer te gaan eten. (Niet de dieren de dood in kunnen ­jagen, maar ze wel opeten, wat een held!). Terwijl dit toch wel hét bewustwordings- én uitstapmoment was geweest. (Bij de filmpjes over de wantoestanden in slachthuizen van de laatste jaren draaide ik discreet maar hypocriet mijn hoofd weg: selectief kijken.)

Waarom nu dan wel geen vlees meer eten? Ja, ik ben me bewust van de ­feiten: dat het de uitstoot van CO2 vermindert, en dat het beter is voor het ­milieu, de natuur en het dierenwelzijn. En voor de gezondheid. Eind januari kreeg ik te horen: "Je hebt een gladdere huid gekregen."

Ja, lacht u maar. Zij is het ook die me al eerder minder vlees deed eten, want vegetariër. En als we samen waren at ik helemaal geen vlees. Ik deed het vooral om te ontdekken of ik het vlees kon missen. Ik ontdekte - je bent nooit te oud, al had ik me wel iets eerder behoorlijk wat wijzer kunnen tonen - dat dat heel goed gaat.

En lekker is. (Ik verkies de pasta alla Norma van Ottolenghi - ik kan 'm inmiddels blind maken - boven een sappige biefstuk van een afgeschoten Oostvaardersplassenrund.) Daar gingen weer een paar vooroordelen.
Mijn dochters, als ze om de week bij mij waren, wilden ook minder vlees. Oudste (flexitarische) dochter: "Ik kan nooit helemaal vegetariër zijn, omdat lamsvlees zo lekker is. Maar ik zou het wel een tijdje kunnen zijn." Ook goed.

De ethiek van de gehaktbal
Ik had dus minder moeite met het geen vlees eten dan ik dacht. Als ik niet kon slapen ging ik, bij wijze van spreken, geen frikandellen liggen tellen. En ik heb een paar keer vis gegeten, wat op een flinke discussie met geliefde uitdraaide, want als je geen dode dieren eet, waarom zou je dan toch dode dieren eten? Er zijn oorlogen om minder gevoerd. Ook geen vis meer dus (dag haringkar!).

Met enige schaamte dacht ik terug aan een stuk dat ik in 2010 schreef. Ik ­interviewde de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (Everything Is ­Illuminated en Extremely Loud & Incredibly Close). De titel boven het interview: De ethiek van de gehaktbal.

Dat stuk begint zo: 'De gehaktbal. Gisteravond lag er één, naar moeders recept, op het bord van de verslaggever. De verslaggever heeft de bal met veel smaak opgegeten. Uren nadat hij het boek Dieren eten van de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer heeft gelezen. In Dieren eten, een mix van essayistiek en onderzoeksjournalistiek, wordt een ontluisterend beeld geschetst van de manier waarop, in dit geval, de gehaktbal op het bord belandt.'

Ja, ik was nog een stoere vent, toen. Ik liet uitstapmoment twee gewoon passeren en bleef, opnieuw, vlees eten. Goed boek, overigens.

Geen tiramisu
Hoe het intussen was met het niet drinken? Saai. Ik keek de wijnfilm Sideways zonder naar de fles te grijpen. Ik werd niet aangespoord om te gaan drinken, of gezien als spelbreker, zoals je in de verhalen van (tijdelijk) gestopten vaak wel leest. Die zielige en kinderachtige mensen ken ik niet.

Ergens halverwege januari zaten we in De Doffer. Zondagmiddag, half vijf. Twee koffie verkeerd besteld. We zaten pal voor een poster van Affligembier, en echt, ik begon een beetje te kwijlen. En om ons heen had iedereen 'opeens' zo'n obsceen grote bokaal Belgisch bier in handen. Ik rook de alcohol.

We waren op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plek. Ik voelde me niet zielig, maar ik stond ook niet helemaal voor mezelf in toen ik het schuim op de bovenlippen van de gelukkigen zag. We zijn snel vertrokken. Met redelijk rechte rug. En ik experimenteerde.

De hele maand januari werd ik, als ik de koelkastdeur opende provocatief aangestaard door zes flesjes speciaalbier in een houten kratje. Een kerstgeschenk. Ik groette de flesjes tijdens mijn 31 dagen tellende 'celibaat', zonder ze aan te raken. Bij Mr. & Mrs. Watson, het voortreffelijke veganistische restaurant op de Linnaeuskade, nam ik ergens in de derde week van januari als dessert niet de tiramisu, omdat ik daar alcohol in vermoedde.

Dan ben je goed met je vak bezig. En eind januari, de 30ste om precies te zijn, stond er een dampende appeltaart op tafel. Om de alcoholloze en vleesloze maand alvast een beetje te vieren. Met slagroom. Toch maar even op het etiket gekeken van de beker 'Verse slagroom, opgeklopt'. Juist.

Glad huidje
Daar stond de boosdoener op de lijst ingrediënten: rundergelatine. En ook al was het eind januari, ik liet de vegetarische extremist (of is het de extremistische vegetariër?) in mij niet ontsnappen. Dat werd dus appeltaart zonder slagroom. Op 1 februari ging het eerste speciaalbiertje eraan. Heerlijk. Ik had de smaak gemist.

Maar het vlees raak ik voorlopig niet meer aan. Om de al genoemde ­redenen, maar vooral ook omdat ik het kan missen. En dat heeft me zelf het meest verbaasd. O ja, en ik snurk niet of nauwelijks meer. En dat gladde huidje! Misschien is dat wel de grootste winst van dry and meatless january.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden