Plus

Een lethargische twintiger, wat moet je daarmee?

De zoon van journalist Pam van der Veen zit in zijn derde tussenjaar en doet niets. Is het luiheid? Faalangst? Een generatieding? Of is het de schuld van zijn moeder?

Pam van der Veen, hier met met zoon: 'Bankhangen en balkonblowen zijn zijn prioriteiten.' Beeld Shody Careman

Mijn zoon weet niet wat hij wil. Net 20 is hij, en de wereld ligt aan zijn voeten.

Met zijn muzikale talent kan hij toelating doen bij een conservatorium. Met zijn sociale vaardigheden kan hij werken in een horecagelegenheid naar keuze. Met het geld dat zijn opa hem gaf, had hij al twee jaar zijn rijbewijs kunnen hebben. Via het netwerk van zijn ­ouders had hij op een festival in Australië kunnen werken of naar een Grieks eiland kunnen gaan om vluchtelingen te helpen. Zelfs zou hij werk kunnen maken van het modellenbureau dat hem al eens heeft gescout.

Dat alles doet hij niet. In plaats daarvan zit hij in zijn derde tussenjaar, heeft hij een sjouwbaantje van twee dagen in de week en vult hij de rest van zijn tijd met chillen: hangen met vrienden, Netflixen met zijn vriendin, gamen, naar zijn telefoonscherm turen en naar de coffeeshop.

Ook maakt hij - dat moet gezegd - muziek op zijn kamer, maar bankhangen en balkonblowen zijn zijn prioriteiten. Als ik hem naar zijn plannen vraag, krijg ik een nu eens somber, dan weer geïrriteerd, maar altijd ontwijkend antwoord.

Bijles
Als hij de middelbare school heeft afgemaakt, hebben we het ergste gehad. Aan die gedachte hield ik me vast gedurende zijn turbulente puberteit.

Om hem door de havo te trekken, liet ik geen middel onbenut. Niet alleen zat ik voortdurend op zijn nek, praatte ik hem door lesstof heen en schreef ik zelfs eens een werkstuk, ook financierde ik intensieve huiswerkbegeleiding, bijlessen en examentraining. Het duurste havodiploma op aarde, durf ik wel te beweren.

Voor dat werkstuk, Scheppingsleer versus evolutietheorie, kreeg ik overigens een mager zesje - iets waar ik thuis nog steeds om word uitgelachen.

Toen hij na zijn examen besloot een tussenjaar te nemen, zag ik daar geen kwaad in. Een jaartje oriënteren, wat was daar mis mee? Maar één jaar werden er twee, twee werden er drie, en god weet wat het vierde jaar zal brengen. Een doel is nog altijd niet geformuleerd: mijn zoon twijfelt en deinst ­terug, en kan maar niet tot een keuze komen.

Bij alles wat hem wordt aangedragen, heeft hij een argument om het níet te doen. Maaltijdbezorger worden bij Foodora? En dan zeker met zo'n roze box op zijn rug. In ruil voor een entreeticket werken op Lowlands? En wat dan als hij dienst heeft terwijl de hoofdact net speelt? Zich ­inschrijven voor een muziekopleiding? Maar wat nou als hij de mensen niet leuk vindt?

In zijn tegenwerpingen klinken behalve luiheid en arrogantie ook angst en onzekerheid door. Ik verdenk hem ­ervan het liefst niets te doen, zodat er ook niets kan misgaan. Dat riekt naar faalangst en dat baart me zorgen. ­Bovendien raak ik meer en meer gefrustreerd over mijn zoon, die maar niet van de bank komt.

Ruzies, dreigementen, beladen zwijgzaamheid - de sfeer wordt er niet beter op. Dat de meerderheid van zijn vrienden hetzelfde gedrag vertoont, stelt ook al niet ­gerust. Lieve jongens, maar allemaal schuiven ze een studiekeuze voor zich uit, wonen ze nog thuis, hebben ze af en toe een onduidelijk baantje en staan ze op mijn balkon te blowen.

Succesvolle leeftijdsgenoten
Ik steek mijn licht op bij deskundigen. Pedagoog Ingeborg Dijkstra begeleidt pubers in gezins- en onderwijssituaties, maar ziet dat de hulpvraag steeds meer verschuift naar jonge adolescenten.

"Bijna de helft van mijn klanten is inmiddels 19 tot 21 jaar," zegt ze. "Voor de wet zijn ze volwassen, maar het lukt ze niet zich ook zo te gedragen."

Volgens haar komt dat mede door keuzestress. "Als je zo veel mogelijkheden hebt als deze generatie, werkt dat ­besluiteloosheid in de hand."

"Bovendien is de druk ­immens om het meteen goed te doen. Vanuit de ouders, die hoge verwachtingen hebben, vanuit het nieuwe leenstelsel, waardoor je afstudeert met een schuld, en vanuit sociale media, waar iedereen alleen z'n succesvolle kant laat zien. Het kan verlammend werken om je leeftijdsgenoten via Instagram te zien stagelopen in New York, terwijl jij nog steeds niet weet wat je wilt."

Psycholoog Jos Ahlers doet al tien jaar onderzoek naar de generatie Z: jongeren die geboren zijn tussen 1995 en 2012. Hij ziet de invloed van socialemedianetwerken vanuit een ander perspectief.

"Deze jongeren groeien op in netwerken," zegt hij. "Ze voelen zich thuis in die organisatievorm, die erg non-hiërarchisch is. Dat maakt dat ze ­anders denken over autoriteit, namelijk als iets dat je moet verdienen. De snelst groeiende groep die zich als zelfstandige inschrijft bij de Kamer van Koophandel, is die onder de 21 jaar."

Generatie Z wordt ook wel de Generatie Zelf genoemd. Ahlers: "Ze willen zelf keuzes maken, zelf weten hoe en waar ze het nieuws tot zich nemen, zelf hun leven inrichten." Maar, ziet Ahlers, waar het merendeel de sprong waagt en aan het leven begint, is er ook een groep die blijft hangen. Die op de rand van volwassenheid blijft staan en toekijkt hoe anderen springen.

"Bij hen treedt een soort bevriezing op, en dat gebeurt - al weten we niet waarom - vooral bij jongens. Dat ze die trein bij hun leeftijdsgenoten wél zien rijden, maakt ze nog eens extra onzeker."

Eigen schuld
Bevriezing, dat is wat ik zie bij mijn zoon en zijn vrienden die zich op mijn balkon staan te 'oriënteren'. Dat het echte leven op hen wacht, vinden ze eerder eng dan leuk.

En dat is niet zo gek, zegt Ahlers. "De wereld verandert zó snel, het is heel moeilijk om een plan te maken. Deze generatie wordt op school klaargestoomd voor banen die nog niet bestaan, met technologie die nog niet beschikbaar is, om problemen op te lossen waarvan we de aard en de omvang niet kennen."

"We jakkeren kinderen door het onderwijs heen, dwingen ze op hun veertiende een profiel te kiezen, en ­leveren ze af met een hoofd vol verouderde kennis en nul levenservaring. Geen wonder dat ze naar de toekomst kijken met een groot vraagteken boven hun hoofd."

Oké, er is dus sprake van een pré-lifecrisis. En ik begrijp ook dat die onzekerheid ontmoedigend werkt. Maar dat wil toch niet zeggen dat je dan maar thuis moet blijven om je vuile glazen óp de vaatwasser te zetten in plaats van erín en dat je je ouders tot wanhoop moet drijven met je korte aandachtsspanne, je gechill en je eindeloze gang naar de koelkast.

Eigen schuld, zegt pedagoog Dijkstra. Dat onvolwassen gedrag van hun kinderen hebben ouders voor een groot deel aan zichzelf te danken. Het wordt veroorzaakt door ons 'curlingouderschap', een term van de Deense psycholoog Bent Hougaard. Zoals curlers de ijsbaan schoonvegen om de steen met zo min mogelijk weerstand zijn doel te ­laten bereiken, zo proberen curlingouders alle hobbels op het pad van hun kind weg te poetsen.

Dijkstra: "Scripties schrijven, scooterboetes betalen, ­kamer opruimen - ouders zijn geneigd hun kinderen alles uit handen te nemen. Door de weg voor ze te ­effenen, proberen ze hen te beschermen tegen elke vorm van tegenslag. Allemaal goedbedoeld, maar met een averechts effect. Want wie niet met teleurstellingen heeft leren omgaan, is niet toegerust voor het leven."

"Door alles te ­regelen voor je kind, maak je het afhankelijk - en daarmee bewijs je het op de lange termijn beslist geen dienst."

De opvoeder als micromanager, noemt Ahlers het. "Ouders zitten er bovenop. Van huiswerkklasjes tot jeugdtherapeuten: er wordt een hele industrie ingezet om aan onze kinderen te sleutelen. Maar daarmee creëer je geen zelfstandigheid. Het enige dat je er in feite mee zegt, is: er is iets niet goed met je."

Ouderlijke ambities
Huiswerkklas: schuldig. Bijles: schuldig. Therapie: schuldig. Werkstuk schrijven: schuldig. Mijn zoon vrijwaren van teleurstellingen: schuldig. Ik ben een curlingmoeder. En doordat ik mijn zoon te weinig verantwoordelijkheid geef, voelt hij zich dus incompetent.

Zelfs mijn goede ­intenties - de wens dat hij gelukkig is - rechtvaardigen dat niet, maakt Dijkstra me fijntjes duidelijk. Ten eerste wordt hij er niet gelukkig van, en ten tweede: hoezo is geluk een ­levensdoel? Daarmee leg ik de lat wel erg hoog.

"Ouders koesteren allerlei ambities," zegt Dijkstra. "Omdat we gemiddeld nog maar 1,2 kind per gezin hebben, zijn alle ogen daarop gericht. Als op een project dat moet slagen. Maar zo leren kinderen niet dat ze ook op hun bek mogen gaan."

En dat op je bek gaan - vallen en weer opstaan - is juist zo vormend. Volgens Dijkstra zit er maar één ding op: toelaten, loslaten en vertrouwen. Een beetje coachend waar nodig en met duidelijke grenzen.

Ik doe mijn best, maar eenvoudig is het niet. Waar ligt de grens tussen motiveren en de druk opvoeren, tussen loslaten en laten spartelen, tussen sturen en dwingen?

Intussen doet ook de tijd zijn werk. Mijn zoon haalt eindelijk zijn theorie-examen. Hij gaat uit eigen beweging praten met iemand over zijn gebrek aan daadkracht. Hij geeft aan genoeg te hebben van nietsdoen en wil dit jaar toch echt ergens toelating doen. Tot die tijd zal hij vier dagen per week gaan werken, zoals ik van hem heb geëist.

Bij de zoektocht naar een baan stappen we in de vertrouwde valkuil. Zijn we aanvankelijk samen vacatures aan het bekijken, nog geen halfuur later is mijn zoon afgehaakt en zit hij alweer elders te chillen. Ik klik op 'postbezorger' en 'helpdeskmedewerker', scroll door functie-­eisen, vergelijk salarissen en kies voor 'fietskoerier DHL'.

'Graag hierop solliciteren,' app ik hem, en hij antwoordt: 'Morgen.' Dus schrijf ik een motivatiebrief, upload ik mijn zoons cv en zet de tv aan om curling te kijken. Na een week stuurt DHL het verlossende bericht: ik ben aangenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden