Plus

Een kijkje in de snijzaal van AMC en VUmc

De bestuurlijke fusie tussen AMC en VUmc is beklonken in De Waag, waar Rembrandt van Rijn De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp schilderde. Hoe gaat de anatomische les er tegenwoordig aan toe?

Oefenen in een snijzaal is nuttig: om nieuwe behandelmethoden te testen en in alle rust ervaring op te doen Beeld Lynne Brouwer

'Met schone handen bedienen'. Die tekst staat op de radio in de spoelruimte van het anatomisch laboratorium. Terwijl uit de speakers luchtige popmuziek klinkt, balsemt een medewerker een dood lichaam. Ze is volledig gehuld in ontsmettende kleding, inclusief plastic handschoenen.

De vieze handen waarvoor de tekst op de radio waarschuwt, kunnen worden veroorzaakt door de balsem. Het kan ook komen door het bloed. Soms wordt een lichaam in delen geconserveerd, als dat het onderwijs aan medische studenten ten goede komt.

Menselijk weefsel
Een eerste bezoek aan een snijzaal brengt altijd spanning met zich mee. Hoe is het om overledenen te zien? Hoe is het om een scalpel in menselijk weefsel zetten?

Wie denkt dat de snijzaal een lugubere plek is, kan tot de conclusie komen dat het in de realiteit wel meevalt. Een lichaam dat met gesloten ogen in een bak conserveringsmiddel zweeft, kan zelfs een vredige indruk wekken. De oogopslag lijkt kalm.

"Toch zijn er elk jaar een paar studenten die onwel worden," zegt Eliane Kaaij, hoofd van het anatomische laboratorium van het voormalige VUmc. "Maar als je die even apart neemt en geruststelt, komt het wel goed. Vaak blijkt dat zij uiteindelijk de fanatiekste studenten zijn."

Telefoongesprekken

In een snijzaal is de dood nooit ver weg, beaamt Kaaij. Maar Kaaij kan er professioneler mee omgaan dan mensen die minder vaak met het onderwerp van doen hebben. Zij is degene die de soms emotionele telefoongesprekken voert met de mensen die besluiten hun lichaam ter beschikking te stellen aan de wetenschap. Jaarlijks zijn er dat zo'n 150 bij het voormalige VUmc.

Als Kaaij diezelfde mensen binnen 24 uur na hun overlijden binnenkrijgt, een verplichte procedure om de weefsels goed te conserveren, brengt ze de lichamen niet meer direct in verband met de mensen die ze aan de telefoon heeft gehad. "Een lichaam mét geest is een mens," zegt ze. "Met dat mens heb ik gesproken. Een lichaam zonder geest is geen mens meer, maar enkel nog een lichaam. Zo bekijk ik het. Dat maakt het beter werkbaar. Zo kunnen we professioneel en met respect werken om de wensen van de overledene optimaal ten uitvoer brengen."

Schoudergewricht
Jeroen Geurts, hoofd van de afdeling anatomie en neurowetenschappen, beaamt dat. "Dat onderscheid moeten we wel maken, anders gaat het tollen in je hoofd. Wij snijden hier niet in mensen, maar in lichamen."

Een interessante vraag is waar de geest blijft als het lichaam sterft. Sterft die ook? Of gaat die naar het hiernamaals, zoals veel religieuze mensen denken? En kun je daarom misschien beter spreken van een ziel dan van een menselijke geest?

"Persoonlijk denk ik dat je beter kunt spreken van de menselijke geest," zegt Geurts. "Ik ben niet religieus en snap het concept ziel daarom wat minder. En ik denk dat de geest ook sterft als het lichaam sterft."

Toch betekent dat niet dat de geest alleen maar materie is, zegt Geurts. De menselijke geest bestaat bijvoorbeeld uit iemands cognitieve vermogens. Wat heb je geleerd? Hoe heb je nagedacht over de wereld om je heen? Hoe was je interactie met die wereld?

Ook bestaat de geest uit opgeslagen herinneringen. Hoe voelde de eerste kus? Wat schiet je te binnen als je terugdenkt aan je jeugd of je ouders?

Als hersenonderzoeker en neurobioloog weet Geurts dat die herinneringen in het brein zijn verankerd in eiwitverbindingen. Maar mensen drukken de essentie van hun leven niet uit in moleculaire allianties, ze gebruiken woorden en beelden om uiting te geven aan gevoelens.

Beeld Lynne Brouwer

Mensen 'zijn' dus niet hun brein, zoals bijvoorbeeld hersenonderzoeker Dick Swaab stelt. "Net zomin als je je grote teen bent."

De groep orthopedisch chirurgen in opleiding die vandaag is neergestreken in de snijzaal, heeft minder filosofische vragen aan het hoofd. Ze richten zich op de schouder van het lichaam dat op een snijtafel is neergelegd. Gezicht, borsten en genitaliën zijn decent afgedekt. Net als bij een echte operatie is alleen het schoudergewricht ontbloot.

"De opdracht voor vandaag is om met zo min mogelijk schade bij het schoudergewricht te komen," legt arts-anatoom Michael van Emden uit. De orthopeden, binnen het medische orkest eerder de slagwerkers dan de harpisten, staan rondom het lichaam en discussiëren over de verschillende wijzen waarop het schoudergewricht kan worden blootgelegd. Bij de uitvoering gebruiken ze messen, tangen en beitels.

Geen grappen
Poppen voldoen niet om operaties na te bootsen, legt Van Emden uit. Daarvoor is het menselijke lichaam te ingewikkeld. Vooral de haptische feedback, het voelen van de weerstand en de elasticiteit van het weefsel, vormt voor artsen in opleiding de cruciale meerwaarde van de snijzaal.

"Het is heel nuttig om hier te oefenen," bevestigt orthopedisch chirurg Tjarco Alta, die assisteert bij het onderwijs. "Tijdens een echte operatie is de tijdsdruk voor orthopeden in opleiding hoger. Als ze een zenuw raken, levert dat problemen op. Een patiënt kan dan last krijgen. Om dat te voorkomen nemen we in de snijzaal in alle rust de operatieve procedure door. Daar profiteren aankomende patiënten van."

Die meerwaarde voor de mensen die ná hen komen is voor de meeste lichaamsdonoren de voornaamste drijfveer. "De mensen die hun lichaam ter beschikking stellen aan de wetenschap, willen iets goeds doen," zegt Kaaij. "Ze willen iets terugdoen voor andere patiënten. Voor de mensheid, eigenlijk."

Dat lukt ook. Artsen die nieuwe behandelmethoden ontwikkelen, gebruiken daarvoor de snijzaal. Neurochirurgen kunnen bijvoorbeeld een operatie aan bloedvaten in het hoofd oefenen, waardoor de operatietechniek verbetert - en dat leidt tot betere resultaten als de operatie echt moet worden uitgevoerd.

Waar in de tijden van Dr. Nicolaes Tulp, in de 17de eeuw geschilderd door Rembrandt, werd geoefend op het lichaam van ter dood veroordeelde criminelen, gaat het tegenwoordig altijd om vrijwillig ter beschikking gestelde lichamen. Om de nobele motieven van de donoren te waarborgen hanteert afdelingshoofd Geurts een streng beleid.

Je zou kunnen zeggen dat een studentikoze grap te billijken valt om de spanning van de snijzaal een beetje te breken, maar Geurts is onverbiddelijk. Wie foto's neemt van de lichamen of oneerbiedige opmerkingen maakt over de levenloze lichamen of de geest die erin huisde, wordt uit de snijzaal verwijderd en krijgt een ernstige reprimande vanuit de opleiding.

Rouwproces
"Mensen geven ons hun lichaam in goed vertrouwen, en dat zullen we nooit beschamen," aldus Geurts. "Ik heb jaren in snijzalen gewerkt, op verschillende plaatsen in de wereld. Ik ben er veel mensen met gevoel voor humor tegen­gekomen, maar nooit ten koste van de lichamen of van de personen die zij waren."

Of Geurts dankzij dat soort strenge voorzorgsmaatregelen zelf zijn lichaam aan de wetenschap zou toevertrouwen, weet hij niet. "Ik ben 40 jaar, ik wil nog even niet aan mijn dood denken. Ik weet ook niet of mijn familie het wil. Misschien verloopt hun rouwproces beter als zij afscheid van mij kunnen nemen door mij te begraven of mijn as uit te strooien. Ik vind dat hun stem daarin zwaar gewogen moet worden. Dat gesprek hebben we nog niet gehad."

Wie zijn lichaam ter beschikking stelt aan de wetenschap, ontneemt nabestaanden inderdaad de kans om met het lichaam te rouwen. Dat valt soms zwaar. Daarom heeft de afdeling vier jaar geleden een jaarlijkse herdenking in het leven geroepen. "Dat is altijd een hoogtepunt," zegt Geurts. "We kunnen daar iets teruggeven aan nabestaanden."

Herdenkingsdienst voor nabestaanden

Op 2 juni hield VUmc voor de vierde keer een herdenkingsdienst voor de
nabestaanden van mensen die hun lichaam ter beschikking hebben gesteld aan de wetenschap. Het is voor nabestaanden een manier om afscheid te nemen. De restanten van de lichamen die in de snijzaal zijn gebruikt worden gecremeerd en uitgestrooid op de daartoe aangewezen plek bij het monument op de Nieuwe Ooster in Amsterdam. Behalve nabestaanden waren ook studenten, docenten en ziekenhuismedewerkers aanwezig bij de dienst, om hun dank te uiten voor de beslis­sing van de overledenen. Na de dienst konden nabestaanden in gesprek gaan met de afgevaardigden van VUmc.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.