Thomas Acda. Beeld Artur Krynick
Thomas Acda.Beeld Artur Krynick

Een kamer voor echte mannen

PlusThomas Acda

Ik ben niet in quarantaine, ik ben op kamers. Mijn zoon ging het huis uit, en op een ochtend is zelfs tot mij doorgedrongen dat zijn “Halloooo…?” – afkorting van “Ik ben er weer, alles is goed, wie wil er een knuffel, kleine zus misschien?” – voortaan in zijn eigen huis klinkt. Ik stond met die belachelijke fiets die ik op internet had gekocht in zijn kamer. Ding moest toch ergens opgeslagen.

Ineens zag ik een studeerkamer. Als je door de berg achtergelaten kleding heen keek, je niet stoorde aan de pop-upexpositie Ikea door de jaren heen, was hier een volwassen mannen­kamer van te maken. Anders dan die schrijvers-/muzikanten-/sportschoolillusie een verdieping lager. Kon die veel te stoere elektrische fiets nog blijven staan ook. Als symbool voor de midlifecrisis van een man die ook nog eens niet het lef had een echte motor te kopen.

Dus ik ruimde op. Ik deed in zakken. Ik bestelde een televisie en een kleed. Niet in één dag, de hele week over gedaan.

Sinds twee uur hangt elk kunstwerk, staat de tv, ligt het kleed en zit ik in mijn leesstoel onder het opgehangen lampje en zou ik in alle rust de krant kunnen lezen. Maar waar ik vroeger alleen in de toerbus de tijd voor had, als het Hollandse landschap langs mijn raam schoot terwijl ik naar Once Upon a Time in America van Ennio Morricone luisterde, ben ik nu tot niets anders meer in staat: mijmeren. Ik mijmer.

Mijn mannelijkheid was me al afgenomen toen mijn vrouw boos riep dat ze óók boodschappen wilde doen en naar buiten mocht! Het was niet veel, het was niet zoals mijn voorvaders, achter de prooi aanrennen om het gezin van een brontosaurusburger te voorzien, maar het was ‘zorgen voor de stam’. Op jacht door de Jumbo en dan snel weer naar huis. Vader heeft proviand.

Alles is veranderd. Een paar weken geleden liep een man over een markt die dacht: weet je wat een goed idee is, Huan? Als jij nou eens een lekker hondensoepje zou gaan eten… Daar bij dat kraampje met die beroerde brander.

Sindsdien is alles anders. Die tv was om de mallerd-in-charge in Amerika in de gaten te houden. Het gevaar kwam nog van de door hem gewaarschuwde kant ook.

Dan klinkt zijn “Halloooo?”, anders dan anders. De belofte van een knuffel is eruit. Verstandige jongen. Hij steekt zijn hoofd om de hoek. “Hoi… Ja, hallo! Dan was ik wel gebleven!” – en hij ploft meteen voor de tv. Gelukkig kocht ik een grote. Vanaf hier kan ik het goed genoeg zien.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden