Column

'Een groot deel van de Marokkaanse gemeenschap is zwakbegaafd'

Mano Bouzamour Beeld Floris Lok

Het is exact een jaar geleden dat mijn debuutroman De belofte van Pisa werd gepubliceerd. Ik heb van mijn negentiende tot tweeëntwintigste in stilte eraan gewerkt. Tijdens het schrijfproces raakte ik bevriend met mezelf. Het was de mooiste tijd van mijn leven. Eén voor één gingen de lichtjes van de overburen uit. Ik stak kaarsjes aan, zette pianomuziek op en bedreef de liefde met taal tot de zon zachtjes opkwam.

De avond van mijn boekpresentatie was de mooiste en tegelijk ook de treurigste dag van mijn leven. Al mijn vrienden en vriendinnen waren aanwezig, behalve mijn familie.

Een groot deel van de Marokkaanse gemeenschap viel over mijn boek. Voorspelbaar. Een groot deel is ook zwakbegaafd. Als je verhaalt hoe het eraan toegaat, ben je voor die imbecielen al snel een verrader.

Het zou ook godlasterende teksten bevatten. Godslastering wil betekenen dat je God lastert. Ik heb Hem niet één keer horen klagen. Sommige mensen bepalen dus wat voor God lasterend is. Is dat niet heel geestig? Mensen die denken op Gods troon te zitten en beslissen wat wel en niet mag, daar heb ik een ongelofelijke tyfushekel aan. Reve zei: 'Je kunt grote waarheden alleen omhelzen als je ze ook kunt bespotten.'

Diezelfde week mocht ik twee keer mijn boek promoten bij Pauw en Witteman. Ik zat daar volledig stijf van de zenuwen aan tafel. Daarna pronkten mijn roman en rotkop op bijna elke krant. De recensies waren nog mooier dan ik had durven dromen. De film-, theater- en hoorspelrechten zijn verkocht. Ik kwam halfnaakt in vrouwenbladen, gaf lezingen op scholen en kreeg veel interviewverzoeken. De interviewers waren meestal onvoorbereid. Ze rakelden vaak vooroordelen op en soms bespeurde ik zelfs jaloezie. Jaloezie is een goed teken. Het legt de verhoudingen namelijk bloot.

De meest memorabele lezing was die op de school waar ik op gezeten heb, het Hervormd Lyceum Zuid. Tegen het einde ging ik signeren. Stonden alle leraren en leraressen die mij les hadden gegeven geduldig in de rij. Man, dat was een mooi aanzicht!

Een keer werd er op mijn Nikes gespuugd door zo'n moslimbroeder met baard. Vliegende taarten zijn altijd welkom, net zoals eieren, ik vang ze op met open mond, maar een groengele klodder snotspuug was wel op het randje. Ik lachte hem uit. Vroeg wat hij daarmee had bereikt. Toen kreeg ik een dreun. Dus raasde ik als een sneltrein door hem heen. Wieringa vertelde mij: 'Weerbaarheid, Mano. Een schrijver moet weerbaar zijn.' Ik weet niet of hij fysieke of verbale weerbaarheid bedoelde, waarschijnlijk dat laatste. Wat ik wel weet, is dat Tommy rugby beoefent; dus misschien dat de dreun kortsluiting veroorzaakte in de hersenen en ik de baard daarom als een rugbyspeler te grazen nam.

Het was een tof maar turbulent jaartje.


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden