Column

Een gebruikte pleister is het bewijs dat een mens kan helen

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

De zon schijnt. Ik zit in de vensterbank en lees The Death of Bunny Munro van Nick Cave. Het is de drieënveertigste keer dat ik het boek lees. Iedere keer als ik overnieuw begin zet ik een streepje in de kaft. Wat ik zo mooi aan dit boek vind, is dat het leest als een gebruikte pleister. Zo'n pleister die je in een douchecabine op een tweesterrencamping vindt.

Ik had ooit een vriendinnetje dat gebruikte pleisters verzamelde. Ze had boeken vol. Eerst vond ik het onsmakelijk, maar na twee maanden begon ik de schoonheid in bruin geworden bloed op een voor de rest hagelwit gaasje te zien. Geen pleister is hetzelfde.

Zij vond de pleisters die niet recht op de wond waren geplakt het mooist. Dus als de plakstrookjes het bloed hadden opgevangen. Het bloed maakte de plakstrookjes alleen nog maar plakkeriger en dat vond ze mooi. Die onaangekondigde samenwerking tussen dat wat we willen stoppen en dat wat het moet stoppen.

"I just found this world a hard place to be good in,' says Bunny, then he closes his eyes and, with an expiration of breath, goes still."

Het boek gaat over Bunny, een huis-aan-huisverkoper van handcrèmes, die na de zelfmoord van zijn vrouw opeens een alleenstaande vader is. Maar Bunny is zo'n alleenstaande vader die, zonder zijn vrouw, enkel nog kan kruipen. Wil kruipen. Hij gaat als een onderdaan van zijn eigen verdriet door het leven. En de losbandigheid krijgt de touwtjes in handen.

Ik ben dol op boeken die veel seks bevatten, maar totaal niet over seks gaan. Als man leer je, vraag me overigens niet waarom, dat het stoer is om over seks te praten, maar juist in die onnodig aangeleerde mannelijkheid zit de kwetsbaarheid verstopt. Het is de extreemste vorm van zelfonderschatting. Dat armoedig pochen met veroveringen die onveroverbaar zijn.

Nick Cave schrijft over de rottige leegte op een manier die je naar diezelfde rottige leegte doet verlangen. Als ik zijn zinnen lees, wil ik niet met de borst vooruit door het leven gaan, nee, ik wil strompelen. Ik wil opkijken naar de neerwaartse spiraal.

Als ik zijn zinnen lees, wil ik niet meer blank zijn, maar gebroken wit. Alle personages in dit boek heeft hij onvergetelijk weten te maken. Iedereen is zo onvergetelijk, dat je ze uiteindelijk toch vergeet. En dat is het leven. We beleven prachtige dingen, maar die dingen vergeten we ook weer prachtig.

The Death of Bunny Munro leest als een gebruikte pleister. Eerst kijk je er met walging naar, maar dan ga je beseffen dat een pleister niet vies is. Nee, een gebruikte pleister is juist wonderschoon, want een gebruikte pleister is het bewijs dat een mens kan helen. De wond is dicht en de pijn is weg, maar de pleister in de douchecabine kan ons nog heel lang het verhaal blijven vertellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden